VU Magazine 1997 - pagina 432
Eetcafé
Een bloemlezing gedichten, samengesteld rond het thema eten en drinken, roept onherroepelijk beelden op van bruisende kelken en hoornen des overvloeds. Niet echter wanneer de bloemlezer zich beperkt tot poëzie uit het Nederlandse taalgebied. Hier is, zoals bekend, schraalhans keukenmeester. Hoewel het bundeltje dat Henk van Zuiden rond dit thema samenstelde ons op het achterplat voorspiegelt hoe, tijdens het lezen, het water ons telkens in de mond zal lopen, behelst het veleer aanhoudende depressies vol calvinistische schraap- en dito drankzucht. Het 'machtig maal' dat achterop beloofd is, bestaat bij nader inzien uit droog brood gesopt in vaderlands gedistilleerd. Want epicurisme op z'n Hollands is wat fan Boerstoel in zijn 'Eetcafé' (typisch Nederlandse term trouwens) op tafel zet: "Pinda's, peperworst, paté, / camembert en kipsaté, / biefstuk en gebakken lever... / Doet u mij maar een jenever." Geen wonder dat even verderop Gerard den Brabander 'Jenevertranen' schreit, Cees Buddingh' kokhalzend herinneringen ophaalt aan de 'Hongerwinter', en f.B. Charles zat zit te wezen 'In de kroeg', samen met andere notoire broeders van de natte gemeente, zoals Simon Carmiggelt ("O, drank, je hebt zoveel verpest"), fan Eijkelboom ("Ik drink me elke dag weer dood / en sta als Lazarus weer op") en fean Pierre Rawie ("De wijn zal bij 't ontwaken / wel weer naar as / en doodsverlangen smaken"). Echt gezellig wil het maar niet worden. En valt er al iets te eten, dan is het uit de categorie maagvulling en gezondheidsvoer. Zo laat K. Schippers een warme bakker diepvriesbrood verkopen en belijdt Lévie Weemoedt zijn "geloof in Gort / die in de Zeem'len is". Hoezo festijn? In een op de drie gedichten uit deze bundel wordt de lof gezongen van boterhammen met tevredenheid. "Ik zie het brood en lach maar stil", dicht Pierre Kemp. "Ik zal berusten bij dit stroeve brood", valt Huub Oosterhuis hem bij. Waarna Marina San Giorgi zich mag afvragen wat er eigenlijk mis is met "een snee brood met wat kaas". Niets natuurlijk, zéker met in een land waar, volgens föhn O'Mill, zelfs het knagend ongedierte, in vergelijking tot de mens, op culinair gebied nog veeleisend mag heten ("Kleine muisjes hebben kleine wensjes / beschuitjes met gestampte mensjes"). Maar hoe zit het dan met ons spreekwoordelijke 'warme eten', zult u vragen? Daarvoor zijn wij in deze bundel geheel en al aangewezen op dat ene vers van Annie M.G. Schmidt - 'Dan maar dik' - dat noch een poëtisch, noch een gastronomisch hoogstandje, maar absoluut voedzaam is: "Ik hou van aardappels
70
wcs
NOVEMBER/DECEMBER
1997
en sju met veel gehak, / ik hou van rolpens en van varkenskoteletten." Wim T. Schippers' door Sjefvan Oekel onsterfelijk gemaakte 'Zuurkool met vette sju' ontbreekt, maar zou in dit verband ook niet hebben misstaan. 'En u als gast aan 't stil festijn', zo luidt de titel van het bundeltje, die valselijk gastvrije gulheid suggereert. Maar het is tekenend dat Van Zuiden deze dichtregel ontlenen moest aan een kaal-karig kwatrijn van Willem de Mérode, de meest steile calvinist uit het hele gezelschap en allesbehalve een levensgenieter: "Wijn, brood, een boek in een woestijn, / En u als gast aan 't stil festijn, / Er is geen zaliger geluk te denken. / De rijkste koning kan niet rijker zijn." Had Van Zuiden nog wat naarstiger gespeurd in het verzameld werk van deze gereformeerde bard, dan had hij ook diens nog treffender 'Boerenfeestmaal' uit 1938 aan zijn verzameling kunnen toevoegen: Het is November en wij eten Nu van ons vetgemeste zwijn: De groote hammen en het klein Gesneden spek, en, niet vergeten. De lever en de fijne nieren, De dikke kronkelige worst; Het is wat zwaar en geeft ons dorst. Die wordt gebluscht met donkre bieren. Blaas even uit..., neem nu wat boonen, Of boerenkool; dan rijstebrij. De vrouw staat klaar om op te scheppen. Kom, ieder een paar flinke meppen. Wij eten voort met roode konen: Een kerel laat geen beurt voorbij. En gaat bij hoogen nood naar buiten. Om 't hoekje kan men rustig fluiten. Misschien iets voor een herdruk? D. Prinsen
'En u als gast aan *t stil festijn' is uitgegeven door Kwadraat, Utrecht, en kost ƒ 22,90.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
VU-Magazine | 434 Pagina's