VU Magazine 1997 - pagina 169
betrekkelijk. In Nederland leven we bijvoorbeeld onder een Frans rechtssysteem, een groot deel van ons recht is afkomstig uit Frankrijk. Je kunt wel zeggen dat het zo jammer is dat wij het oude vaderlandse recht niet meer hebben, maar eigenlijk ligt niemand daar nog wakker van. In Nederlands-Indië werd die culturele eigenheid daarentegen als uiterst belangrijk gezien. "Het opmerkelijke is echter dat tegen het eind van Van Vollenhovens leven juist de Indonesische intellectuelen die bij hem gestudeerd hadden, zeiden dat volksrecht niet meer te willen. Zij vonden het primitief, ongeschikt voor een moderne samenleving. Zij wilden juist het westerse recht. Van Vollenhoven werd daar erg boos over." Is de gelijkenis tussen de Indische segregatie en de Zuidafiikaanse apartheid meer dan toeval' "Ik zou wel eens een onderzoek willen zien naar het ontstaan van de Zuidafrikaanse apartheidswetgeving in 1948. Het lijkt mij niet onwaarschijnlijk als zou blijken dat er een link bestaat met de wetgeving zoals die gold in Nederlands-Indië. Dat idee van gescheiden wetgeving is zo sterk aanwezig in Nederlands-Indië, ik moet mij wel heel erg vergissen als niet een deel daarvan is overgewaaid naar Zuid-Afrika. In ieder geval waren er vorige eeuw en begin deze eeuw veel juristen uit Zuid-Afrika die in Nederland studeerden. Het verschil is wel dat de wetgeving in Zuid-Afrika nadrukkelijk bedoeld was om aan niet-blanke bevolkingsgroepen rechten te ontnemen. Dat was in Nederlands-Indië anders.
^'
"Ik heb het verblijf in het Japanse interneringskamp wel eens vergeleken met een overvolle, smerige camping in Zuid-Frankrijk."
"De Indische samenleving was een sterk raciale samenleving. Sommigen hebben gezegd: je hoeft maar een uur in Indië te zijn en je voelt hoe de raciale verschillen het maatschappelijk leven bepalen. Maar persoonlijk denk ik dat het verder reikt dan raciale verschillen alleen. Mijn moeder heeft mij eens verteld dat toen ze in verwachting was van mij, er ook een vrouw van een Knilsergeant zwanger was. Die sergeant was een Nederlander die met een Nederlandse vrouw getrouwd was. Ongeveer gelijktijdig kregen mijn moeder en de vrouw van de sergeant hun baby. Mijn moeder had nogal wat contact met die vrouw. Het gezin was heel arm en mijn moeder gaf hen wel eens wat speelgoed of kleren. Dat gebeurde allemaal heel tersluiks, een vrouw van een employé van de BPM werd niet geacht om te gaan met een vrouw van een Knil-sergeant. De omgang met mensen van een andere sociale laag was niet verboden, maar werd op geen enkele wijze aangemoedigd. Dus vond die omgang nauwelijks plaats. "Dat raciale- en standsbewustzijn van voor de oorlog is tegenwoordig moeilijk voorstelbaar. Mijn vader leidde een fabriek waar oliedrums werden gemaakt. Die fabriek had een Europese staf van een man of tien; daaronder zaten een stuk of vijftig Chinezen die zich vooral met technische klussen bezighielden.
en daaronder vertoefden tweehonderd of driehonderd nietChinezen en niet-Europeanen; Javanen, Maleiers en mensen uit Celebes. Alles was haarscherp gedefinieerd. "Op Java zou men in de leiding van een onderneming nooit een Indonesiër - of zoals men toen placht te zeggen, een 'inlander' - hebben willen opnemen. Daarbij speelden diverse raciale vooroordelen een rol: ze zijn lui, kunnen niet met geld omgaan, en hebben onvoldoende overwicht. Bovendien zei men altijd: ze hebben de diploma's niet. Dat argument werd heel selectief gebruikt. Voor een Europeaan was het ontbreken van diploma's zelden een beletsel om, als het moest, toch promotie te maken. "Er was weinig verticale mobiliteit, zoals dat tegenwoordig heet. De enige manier voor Indonesiërs om hogerop te komen was, om als meisje met een Nederlandse man te trouwen. De gevolgen daarvan waren echter nogal drastisch: de vrouw moest alle contacten met de familie verbreken. Het was ondenkbaar dat een Europese man zijn Javaanse schoonfamilie op bezoek zou krijgen. Een man kon moeilijk tegen zijn Europese visite zeggen: dit is mijn Javaanse schoonmoeder. Nog daargelaten dat die Javaanse schoonmoeder zich waarschijnlijk hogelijk opgelaten zou voelen omdat ze geen Nederlands sprak of begreep, en zich realiseerde met de nek te worden aangekeken. Het genoegen was dus heel beperkt. "De schrijver Du Perron keerde in de jaren dertig terug naar Nederlands-Indië en constateerde dat nergens vriendschappelijk contact bestond tussen Nederlandse en Indonesische intellectuelen. Dat is heel treurig want voor die intellectuelen gold nu juist dat ze de Nederlandse scholen hadden bezocht en vaak beter Nederlands spraken dan hun Nederlandse tijdgenoten. Maar door hun Indonesiër-zijn werden ze toch niet als gelijkwaardig beschouwd. Zij waren geen mensen met wie je een normale sociale omgang kon hebben. "In 1938, het jaar waarin ik geboren werd, bezocht Du Perron Indonesiërs thuis om contact met hen te leggen. Zij vonden dat heel bijzonder, een Europeaan die bij hen thuis kwam! Dat gebeurde nooit. Europeanen woonden in een Europese buurt, Indonesiërs in hun eigen buurten. Bovendien woonden zij veel armoediger, wat ze een gevoel van gêne opleverde. Maar het merkwaardige is wel dat Indonesiërs vonden dat in Nederland de contacten veel natuurlijker verliepen." Nederlanders gedroegen zich in Indië heel anders dan in eigen landl "Het was een ander type samenleving. De Nederlandse gemeenschap in Indië vormde geen afspiegeling van de gehele Nederlandse samenleving. In Indië maakte je als Europeaan deel uit van een kastensamenleving. Als Europeaan hoorde je tot de hoogste kaste en de hoogste kaste gaat niet of nauwelijks om met de op een na hoogste kaste. De Nederlanders in Indië vormden een kleine minderheid. Met handenarbeid hield een Europeaan zich niet bezig. Men leidde een fabriek of onderneming. Geen Europeaan die hetzelfde werk deed als een koelie. "Na 1900 veranderde dat. Toen vestigden de eerste Indonesische advocaten en artsen zich daar. Zij hadden in Nederland exact dezelfde opleiding genoten als de Nederlanders. En als er in een buitcnplaatsje alleen een Indonesische arts was, ging je daar als
wcs
^
MEI/JUNI
1997
17
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
VU-Magazine | 434 Pagina's