VU Magazine 1997 - pagina 217
astma of een blindedarmontsteking. En waar het veranderen van de eigen persoonlijkheid een langdurig proces is, beloven de psychofarmaca een onmiddellijk resultaat. Het mag welhaast een wonder heten. Bovendien slaagde de biologische psychiatrie veel glansrijker in een taak waarvan de psychosociale psychiatrie de mond vol had: het opheffen van de stigmatisering van mensen met een geestelijke stoornis. Het is niet gênant meer om iemand in de familie te hebben die geestelijk niet goed is. Die schande kwam over de familie omdat het gestoorde familielid zich ook daadwerkelijk gestoord gedroeg: naakt over straat hollen, servies door de ruiten gooien en dergelijke. Door de psychofarmaca gaat iemand met een stoornis zich veel 'normaler' gedragen. De gestoorde veroorzaakt niet langer overlast, wat ook altijd reden is geweest hem in een inrichting op te sluiten - onzichtbaar voor de samenleving. De psychofarmaca versterkten het denkbeeld dat geestelijke stoornis een ziekte is die iedereen, volstrekt toevallig, kan overkomen. Maar gelukkig, er kan iets aan gedaan worden. Er is niets schandelijks aan. Schakelstation Het is daarom niet zo vreemd dat een historicus als Edward Shorter de biologische benadering uitroept tot de ware vorm van psychiatrie; dat hij vindt dat de biologische psychiatrie alleen het predicaat wetenschap verdient en dat al het andere kwakzalverij is. Vreemd is dat zeker niet, kortzichtig is het wel. De successen van de psychofarmaca zijn evident, het zijn blijvende verworvenheden. Maar die successen moeten ook weer niet overdreven worden. Niet bij iedereen werken pillen even goed, sommige mensen zijn beter af met therapie. Belangrijker is nog dat het goed mogelijk is met medicatie psychosen te bestrijden, maar dat het minder goed mogelijk is iemand maatschappelijk weer behoorlijk te laten functioneren. Pillen kunnen hinderlijke symptomen onderdrukken,veel meer ook niet. Veel patiënten blijven moeite houden met werk, relaties.
en het voeren van een huishouding; ze zijn veelal in een isolement terechtgekomen en kunnen daar niet goed uit komen. Het wil niet zo vlotten met Lieben und Arbeiten. Van binnen lijkt alles weer behoorlijk op orde, maar naar buiten toe blijven de stoornissen bestaan. Binnen en buiten zijn beide belangrijk, dat is wel duidelijk. Maar is dat onderscheid tussen binnen en buiten eigenlijk wel houdbaar? Valt er bij de omtrek van de schedel wel een grens te trekken tussen datgene wat daar binnen of buiten valt? Volgens veel vertegenwoordigers van de biologische psychiatrie kan dat. Alleen de binnenkant van de schedel telt. Wij gedragen ons op een al dan niet gestoorde manier, omdat onze hersenen ons zo geprogrammeerd hebben. De hersenen zijn de oorzaak van ons gedrag, ze dwingen ons tot gestoordheid; we zijn slaven van ons DNA. En als dat gedrag ons niet bevalt, moeten we iets aan de organisatie van de hersenen proberen te wijzigen. Het is het beeld van de mens als speelgoedauto, zoals hoogleraar psychiatrie R. van den Hoofdakkei het noemt. Een speelgoedauto kun je als kind met een sleuteltje opwinden om het te kunnen laten rijden; het heeft een mechaniekje en wanneer dat mechaniekje kapot raakt, repareert vader het en kan het weer een poosje mee. Het mechaniekje van de speelgoedauto beschikt echter niet over de intelligentie om een botsing met een stoelpoot te vermijden. Meestal zijn ze dan ook snel, na een paar botsingen, definitief stuk. Het menselijk brein is niet zomaar een mechaniekje met een vaste programmatuur. Het is veel meer een schakelstation, signalen die van buiten komen worden van binnen verwerkt en zetten ons vervolgens aan tot handelingen. Zodoende proberen we maatschappelijke botsingen waar het kan te vermijden; proberen we niet tot stilstand te komen tegen culturele stoelpoten. Anders dan een speelgoedauto heeft de mens wèl de intelligentie en de flexibiliteit om zelfstandig te reageren op waarschuwingen van buitenaf.
open systeem. Zoals een inloopwinkel waar je broodjes bestelt of de krant inkijkt. Ben ik daar nu binnen of buiten? In de opvatting van een biologisch psychiater als Van den Hoofdakker functioneert het brein niet als een in zichzelf gekeerd, autonoom mechanisme, maar staat het open voor individuele en sociale invloeden. Ieder mens handelt in een omgeving, en de mens kan de omgeving veranderen, maar de omgeving kan ook de mens veranderen. Dat is voor hem een meer veelzijdige maar vooral ook een meer realistische opvatting van de mens als biologisch wezen. Niet dat zulke inzichten het zoeken naar oorzaken van geestelijke stoornis, en mogelijke behandelwijzen, zoveel gemakkelijker maakt. Het wordt alleen maar complexer, een noodzakelijke complexiteit. Waarom een ontsporing van de menselijke geest plaatsvindt, is niet altijd gemakkelijk te voorspellen. Socioloog Paul Schnabel heeft in zijn boek 'De weerbarstige geestesziekte' daar een mooi voorbeeld van gegeven: "De dood van de poes kan iemand meer raken dan de dood van zijn eigen moeder, en toch kan later weer blijken dat er achter gevoelens van depressie ook onverwerkte rouw over de dood van moeder schuilgaat of dat het schuldgevoel, opgewekt door het ontbreken van verdriet, zelf weer tot een nieuw probleem is geworden, dat van de belastbaarheid van de betrokkene een zware tol eist. Behalve een black box is de psyche ook altijd een doos van Pandora, vol onverwachte en onaangename verrassingen." Het wachten is op een geschiedenis van de psychiatrie die recht doet aan zulke complexiteit van psychische aandoeningen en behandelwijzen; een geschiedenis waarin de binnenkant en de buitenkant van de menselijke geest met elkaar in verband zijn gebracht. De definitieve geschiedenis van de psychiatrie is nog niet geschreven.
Naar aanleiding van: Edward Shorter, *A iiistory of psychiatry - f r o m the era of the asylum t o the age of prozac', John W i l e y & Sons, ƒ 69,50, 1997. w
Het menselijk brein verbindt de binnenwereld met de buitenwereld. Het is een
WCS MEl/jUNl 1997
65
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
VU-Magazine | 434 Pagina's