VU Magazine 1997 - pagina 242
talige gedichten verschenen in het toenmalige literaire tijdschrift Contour, dat in Leiden werd uitgegeven."Kusters zag zijn letterenstudie als een cursus lezen: "Wie dichter wil wezen kan daarvoor niet naar een kunstacademie. Je hóeft om dichter te worden natuurlijk niet naar de universiteit, maar mij bood die studie een zinvol kader voor de toen nog grotendeels oningevulde plek van mijn eigen poëzie." De poëzie was uiteindelijk belangiijkei dan het bedrijven van de wetenschap? "Poëzie heeft bij mij altijd voorrang gehad. Dat is begonnen op de lagere school; 'Het kruiske' van Guido Gezelle opzeggen voor de klas. Dat was weliswaar in het West-Vlaams dialect van Gezelle geschreven, maar toen al realiseerde ik me, wat je allemaal kiint met die Nederlandse taal. 'Het kruiske wierd mij in de kop geslegen'... Die plasticiteit, het plezier in taal dat eruit sprak, dat zijn vroege sensaties geweest die mij deden beseffen wat poëzie kan zijn." 'Velerhande gedichten', Kusters' meest recente bundel, kwam na jaren van stilte. De voorlaatste bundel poëzie van zijn hand, 'Laatst', verscheen in 1989. De wetenschap had in de tussentijd jaloers wraak genomen voor het feit dat de poëzie steeds op de eerste plaats had gestaan: Kusters werd decaan van zijn faculteit en de beslommeringen van bestuurlijke aard namen hem nagenoeg volledig in beslag. Hij kijkt er tevreden op terug. Maar, zegt hij, het heeft het schrijven van poëzie wel in de weg gestaan. Zoals de titel al aangeeft is 'Velerhande gedichten' een gemêleerde bundel waaraan op het eerste gezicht een richtinggevend conceptueel kader ontbreekt. Gevolg, naar de lezer uit de 'Verantwoording' achterin geneigd is op te maken, van het feit dat nogal wat van deze gedichten in opdracht of op verzoek van particulieren, tijdschriften en drukkers van bibliofiele uitgaven zijn geschreven. "Aanvankelijk had ik er zelf wat moeite mee,- zoveel uiteenlopende soorten gedichten. Je hebt als dichter dan het strenge idee dat het allemaal bij mekaar moet passen. Maar waarom eigenlijk? Ik heb er uiteindelijk ordening in aangebracht door de gedichten in afdelingen onder te brengen. Ik weet niet of het u is opgevallen, maar die ordening - eerst 'Aandachtig' dan 'Boertig' gevolgd door 'Amoureus' - is dezelfde als die in Bredero's 'Groot liedboek', (Lachend:) Om dat woord 'liedboek' er ook in te krijgen heb ik de laatste afdeling van mijn bundel maar 'Klein liedboek' genoemd." De poëzie in die afdeling roept associaties op met de kindergedichten die u eerder publiceerde in afzonderlijke bundels als 'Salamanders vangen', 'Het veterdiploma' en 'Een beroemde drummer'. "Dat klopt. Ze waren aanvankelijk voor kinderen bestemd. Maar ze zijn door een volwassene geschreven. Dus waarom zouden ze ook niet door volwassenen gelezen kunnen worden? Ik wil dat onderscheid niet meer zo maken. En nu ik ze zelf in het verband van deze bundel zie opgenomen, vraag ik me ook af of het eigenlijk wel kindergedichten zijn. Dat komt natuurlijk
18
WCS JULr/AL'GUSTUS 1997
ook, doordat je de herkenbare verpakking mist van het plaatje erbij en het harde kaft er omheen, die de lezer het signaal geven: dit is een boek voor kinderen. "Afgezien daarvan vind ik dat voor kindergedichten dezelfde kwaliteitsnormen moeten gelden als voor poëzie voor volwassenen. Je moet als dichter geen raadseltjes of cryptogrammen opgeven. Maar het hoeft ook weer niet allemaal zo klaar als een klontje te zijn. Poëzie voor kinderen mag net zo dubbelzinnig en geheimzinnig zijn als voor volwassenen."
"Een dichter geeft geen antwoord op de vraag hoe de wereld in eikaar zit. Dat doen de meeste filosofen trouwens ook niet meer."
In de afdeling 'Boertig' is het gedicht 'Lied' te vinden, in feite het enige vers in 'Velerhande gedichten' dat nog naar het belangrijkste thema uit Kusters' vroegere werk verwijst: De kooltjes in de kolenkit I zijn van het kolengilde lid. // Aan ieder kooltje komt een eind, / wanneer het door de schouw verdwijnt. II Zo'n kooltje weet dat zelf dan niet / en zingt ontroerd het gildenlied. De dichter kan het niet ontkennen. Hij beaamt dat de kolen in de kit, die hun versteende warmte bij verbanding prijsgeven, het beeld kunnen dragen van gedichten waarin gestolde emotie is opgeslagen die bij lezing weer vrijkomt. Poëzie als fossiele brandstof is een metafoor die bij uitstek bij het werk van Wiel Kusters past. Zijn fascinatie voor mijnen en steenkool heeft hij hoe dan ook nooit verloren. Dit ondanks het feit dat hij in 1981, na drie bundels die geheel in het teken van het onderaardse stonden, met de bundel 'Hoofden' besloot bovengronds te komen "om zijn hoofd te wassen tot een gezicht" en te zien wie hij daar was. Apotheose van die fascinatie is zonder twijfel de uit 1986 stammende bundel 'Het leven op stoomschepen'. Het onderlinge verband tussen de afzonderlijke motieven uit Kpsters' eerdere werk wordt daarin plotseling op lucide wijze zichtbaar gemaakt: het stoomschip als metafoor voor de broeiende, brandende steenberg bij de verdwenen mijn Willem-Sophia; de zeeën bevaren dankzij steenkool als brandstof; het zwart (van de kool) en het wit (van de rook); het stromend water (van de zee) en ondergrondse steenkooladers bezien als een versteende rivieren; de vis (die eenmaal boven water als een mijnwerker met stofiongen naar adem hapt) en de fossiele resten van zijn voorgangers uit diepe aardlagen; het licht, de lucht en de tijd die bovengronds verstrijkt, tegenover het diepe duister, de ademloosheid en de gestolde sterfelijkheid van het onderaardse. Hieronder, in wat Kusters ooit tot 'vijfde windstreek' uitriep, tikt geen tijd. Bovengronds, in het volle daglicht, wel. Daar neemt Wie licht wil (...) / de tijd voor lief, zoals hij eerder (in 'Een bezoek aan de leermijn', 1984) schreef. Kusters' vader en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
VU-Magazine | 434 Pagina's