VU Magazine 1997 - pagina 162
Het bestrijden van geluidsoverlast heeft zich ontwikkeld tot een heuse wetenschap. Met twee experts van TNO het
Zachtjes , voor de U
uren
dak op van een fabriek in Borculo: "Je meetpunten goed kiezen, dat is een Eric Le Gras
kwestie van ervaring."
Hans Matser: "Wat ik vroeger gewoon met mijn oren waarnam, moet ik nu meten met mijn verlengde oor."
Het is kil op de daken van de fabrieksgebouwen van Borculo Whey Producten en de wind waait er stevig. Bovendien hangt er duidelijk de geur van wei, een bijproduct van de kaasfabricage. Het fraaie uitzicht over het heuvelachtige land van de Achterhoek vergoedt wel weer wat, maar je krijgt nauwelijks de kans daarvan te genieten, want het dak is glad door de regen en je moet voortdurend uitkijken waar je gaat staan. De microfoons waarmee Hans Matsei en Jaap van 't Hof, akoestisch adviseurs van de Technisch Physische Dienst (TPD) van TNO in Delft, rondlopen registreren ook nog een behoorlijk aantal decibellen. Een paar verdiepingen lager, in de kantine van de weiproductenfabriek is het aangenamer toeven. We drinken er koffie tussen in smetteloos witte jassen geklede werknemers terwijl Van 't Hof
10
wcs
MEI/JUNI
1997
vertelt over een ander onderdeel van het werk van de TPD in Borculo: "In de warmte-krachtcentrale hiernaast draaien continu twee gasturbines die een geluidsniveau leveren dat te vergelijken is met twee straaljagermotoren die staan te draaien op vol vermogen. Als je het blok beton dat onder de turbines zit weghaalt en er vleugels aanzet vliegen ze zo de hal uit. Buiten is er trouwens weinig te horen van de turbines." Om misverstanden te voorkomen vertelt Van 't Hof nog even, dat de vergelijking tussen de turbines in de centrale en een straaljager bepaald niet overdreven is. "De constructies komen redelijk overeen," zegt hij. "Je kunt het straks zelf zien, ze lijken uiterlijk op elkaar. Ik breng ook adviezen uit aan de Luchtmacht, dus ik weet heel goed hoe een straaljagermotor eruit ziet en vooral ook
hoe die klinkt." Whey Producten, vult Matser aan, doet bijzonder veel aan het tegengaan van geluidhinder. Hij kan het weten. Al in 1975 bracht hij adviezen uit aan de onderneming, die uit wei ingrediënten voor de levensmiddelenindustrie maakt. Rekenmodel
Matser vertelt over geluid: hoe je het meet en hoe je de hinder die een overmaat aan geluid oplevert kunt tegengaan. Hij is een van de medewerkers van de TPD die naar verhouding praktijkgericht werkt. In Delft, de thuisbasis van de TPD, werken daarnaast mensen die zich meer met de puur wetenschappelijke kant van geluid bezighouden. "Maar uiteindelijk werken op de TPD alle vijftig werknemers opdrachtgericht", vult Van 't Hof aan.
"We leveren wat de klant nodig heeft. Zo gaat dat tegenwoordig." "Goed, waarom zijn we hier?", begint hij zijn uitleg. "Het gaat om geluidsbeheersing en dat is nodig vanwege de wettelijke vereisten om een milieuvergunning te krijgen en natuurlijk ook gewoon omdat dit bedrijf niet ver van een woonwijk staat. In tegenstelling tot wat je misschien zou verwachten beginnen we ons werk niet met metingen in die wijk. We werken op basis van een rekenmodel, er zijn in deze omgeving zoveel geluidsbronnen dat je dat wel moet. Het is op zich niet onmogelijk om met metingen te beginnen in de woonwijk waar het geluid wordt getoetst aan de vergunningseisen, maar het kost veel tijd en moeite om vandaaruit terug te werken naar de bron."
Daarom beginnen Matser en Van 't Hof aan de andere kant, bij de geluidsbron. Matser: "Jaap en ik lopen met een microfoon en een recorder langs elke potentiële bron en brengen in kaart hoeveel geluid, om precies te zijn hoeveel dB(A), die levert en hoe de frequentieverdeling van dat geluid is. Wanneer je dat weet en de plekken kent die geluid tegenhouden of weerkaatsen, dan berekent de computer in Delft de geluidsbelasting voor de omgeving. Op die plekken ga je dan weer meten om te kijken of je model klopt. Het rekenmodel voor deze fabriek voorspelt de geluidsbelasting inmiddels behoorlijk nauwkeurig, we zijn bezig het te vervolmaken." Om dat te illustreren toont Matser een dik pak papier met de gegevens van honderden bronnen. Milieucoördinator Gerard Weernink van Whey Producten, inmiddels ook aangeschoven, vertelt over de filosofie van zijn bedrijf inzake geluidsreductie. "We zijn er al jaren bewust mee bezig", zegt hij, "en de overheid legt er druk op. We hebben te maken met de Wet milieubeheer als opvolger van de Wet geluidhinder." Industrieterreinen mogen volgens die wetten als geheel overdag niet meer dan 55 dB(A) in de woonomgeving veroorzaken, 's Avonds en vooral in de nacht is de norm nog een stuk strenger. Het industrieterrein waarop Borculo Whey Producten is gevestigd voldoet bijna aan de norm. "Gelukkig hebben we stille buren", zegt Weernink, "en we regelen het zo dat we in de avond en de nacht geen onnodig geluid produceren. Dit is een volcontinu bedrijf dat de klok rond werkt, maar we gaan buiten de daguren geen ketels spuien of het noodstroomaggregaat beproeven. Het beladen van vrachtwagens doen we in principe ook alleen overdag. "Matser heeft Whey Producten niet voor niets uitgezocht als achtergrond voor een verhaal over de akoestische adviezen van de TPD. Hij is er al jaren kind aan huis, al sinds de tijd waarin het bedrijf nog gewoon als de Coöperatieve Wei Produktenfabriek Borculo bekend stond. Hij kent er de mensen en de problematiek en loopt door de gangen of het zijn eigen bedrijf is. "In 1980", vertelt hij, "besloot de
wcs
MEI/JUNI
1997
11
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
VU-Magazine | 434 Pagina's