VU Magazine 1997 - pagina 241
"Mijn Kerkraads dialect is door iemand uit Maastricht of Roermond maar moeilijk te volgen. Het dialect waarmee ik als kind in Spekholzerheide ben opgegroeid, behoort tot de Rijnlandse dialecten en is dus eerder Duits. Nederlands is niet mijn moedertaal; tot ik naar school ging had ik het alleen maar door de radio gehoord. Wil je zorgvuldig te werk gaan, dan zou je dat Rijnlands ook tot regiotaai moeten bombarderen. "Maar ik begrijp het plezier wel dat somraige mensen aan die erkenning van het Limburgs beleven; de opkomst van het regionalisme past helemaal in deze tijd."
spreken: Frans Budé, de een paar jaar geleden overleden Hans Berghuis en Hans van de Waarsenburg, om er maar een paar te noemen."
Limburgse dichters, schreef u ooit, zijn of dood, of ze wonen inmiddels ergens anders, of ze laten niks meer van zich horen. Hoe zit het met de erkenning die u als nederlandstalig dichter van uw mede-Limburgers ondervindtl Draagt men u hier op handend "Ha, ha! Op handen gedragen! Dat zou wat zijn!"
Voelt u een speciaal soort verwantschap met Limburgse dichter si "Ik heb voor 'Velerhande gedichten' een motto van Pierre Kemp gekozen: 'Ik wil naar Al dat Andere, / dat wat niemand hier ziet.' Zoiets doe je niet voor niks. Kemp is een dichter die ik denk te herkennen. Om een wat flauwe tegenstelling te maken: hij is wel erkend, maar wordt nog te weinig herkend. Die wereld van dat werk, het gemak waarmee hij schrijft en waarmee hij soms ook durft te 'rijmelen' - dat laatste is overigens geen gevolg van technisch onvermogen, hij wilde dat gewoon zo opschrijven -, die tegelijkertijd vrolijke en melancholieke levenshouding. "Kemps werk ademt op een merkwaardige manier een door en door katholieke sfeer. Als je dat er allemaal niet in herkent, blijft het inderdaad hele vreemde poëzie. Kemp was een modernist die zich in zijn gedichten traditioneel voordeed en soms juist ook weer niet. Het is net alsof hij het dichten in elk gedicht opnieuw moest uitvinden. Of hij niet wist hoe dat ging en het maar liever ook niet wilde weten. Dat bewonder ik in Kemp."
Enige erkenning lijkt op z'n plaats. En de vraag kwam op omdat u zich meermalen hebt geërgerd aan de manier waarop Pierre Kemp in zijn eigen provincie als dichter werd miskend. "Kemp werd hier, in zijn woonplaats Maastricht, een wat vreemde vogel gevonden. Maar hij is in 1967 overleden en dat is dus alweer een tijdje terug. Zelfs zijn eigen vrouw vond hem wat vreemd; gedichten schrijven waar wel eens damesbenen of andere frivoliteiten in voorkwamen. Als je goed kijkt, zie je dat Kemps gedichten, behalve frivool en humoristisch, ook heel melancholiek zijn. Dat gaat vaak samen, zeker in de Limburgse cultuur. Maar hij was en bleef een buitenstaander." Had die miskenning ook te maken met het feit dat Kemp dichtte in het Nederlands in plaats van in een Limburgs dialectl Dat laatste geldt tenslotte ook voor u. "Dat heeft bij Kemp wel een rol gespeeld, denk ik. Wat mijzelf betreft kan ik dat moeilijk vaststellen. Ik krijg wel reacties, ook uit de regio, maar omdat het om poëzie gaat, stelt dat getalsmatig natuurlijk niet zo veel voor. Ik sluit niet uit, dat die omstandigheid de ontvangst van mijn werk hier in Limburg aanvankelijk heeft belemmerd. "Toen in 1978 mijn eersteling, 'Een oor aan de grond', verscheen, hadden de vertegenwoordigers van de uitgever vooral in Limburg erg hun best gedaan de bundel bij de boekhandel te slijten. De auteur, zo luidde hun verkoopargument, was een Limburger wiens gedichten over de mijnen gingen. 'Die?', was het verontwaardigde antwoord van een Limburgse boekhandelaar, 'die zoekt zijn vrienden in Holland!' "We zijn nu twintig jaar verder. Ik denk dat een gebrek aan erkenning om dat soort redenen verleden tijd is. De doorsneeLimburger is inmiddels zelfbewuster geworden. Ik woon nu alweer vijfentwintig jaar in Maastricht en heb die verandering van heel nabij meegemaakt. Ik heb de dynamiek op sociaal en cultureel terrein langzaam maar zeker zien toenemen. En anders dan mijn hartekreet uit '81 over het ontstellend gebrek aan dichters in deze provincie, die u zojuist citeerde, zijn er nu in Limburg heel wat meer dichters te vinden die van zich doen
"Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik, om te kunnen schrijven, in Amsterdam zou moeten wonen."
Dat bij elk gedicht opnieuw het wiel willen uitvinden, lijkt ook een van de kenmerken van uw eigen poëzie. "Dingen doen in poëzie die je eigenlijk niet van plan was te doen, het spelen en het avontuurlijke ervan, vind ik inderdaad aantrekkelijk. Maar dat begon vooral een rol te spelen na mijn eerste twee bundels. In puur technisch opzicht heb ik als beginnend dichter veel geleerd van Gerrit Kouwenaar. In die eerste bundels van mij is dat goed merkbaar; daarna veel minder, denk ik. Maar toen zat voor veel mensen dat Kouwenaar-etiket er al op, al heeft Kouwenaar het altijd over een andere wereld gehad dan ik. Stilistisch heb ik me daarna in een richting bewogen die ik veel meer als de mijne beschouw. Zonder dat ik er bewust naartoe werkte kwam Kemp daarbij op een gegeven moment als een verwante geest steeds dichterbij." Schrijven doet Kusters al heel lang. Maar publiceren deed hij voor het eerst toen hij zeventien was. In het Kerkraads, en in een tijdschrift dat helemaal aan dat dialect gewijd was. Die sfeer werd hem echter al gauw te kneuterig en te zelfgenoegzaam. "Jongens die met dichten beginnen willen met hun poëzie over de horizon", zegt hij. "En ik was daarop geen uitzondering. Het Nederlands was toch mijn taal, ook al was het dan mijn tweede taal. Het was ook de taal van de dichters die ik bewonderde. Ik was achttien toen mijn eerste nederlands-
wcs
JULI/AUGUSTUS
1997
17
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
VU-Magazine | 434 Pagina's