Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1997 - pagina 192

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1997 - pagina 192

3 minuten leestijd

I

rang willen zitten en die geen absurde voorwaarden stellen, zoals geheimhouding van onderzoeksresultaten en dergelijke. Dat is een verbetering ten opzichte van vroeger, toen individuele hoogleraren opdrachten aannamen om voor een half jaar of nog korter onderzoek te

''"t/Ê aBB

doen. Bedrijven gaan steeds vaker hun onderzoek op de wat langere termijn plannen en zijn Prof.dr A.J.F. Köbben: " E r er steeds vaker toe geneigd dat onderzoek uit te besteden. Ze kloppen dan aan bij een univeris wel eens gepleit voor sitaire partner die dat soort onderzoek toch al een speciale ombudsman doet. Dat is eigenlijk geen contractonderzoek, voor de wetenschap. Dat maar contactonderzoek." zou heel goed zijn." Köbben: "Maar u sluit toch gewoon een contract met zo'n bedrijf?" Van Rosmalen: "Jawel, maar als je zo'n contract legt naast een contract van tien, vijftien jaar geleden, dan is dat veel globaler en veel ruimer voor de universiteit dan vroeger het geval was. Wij willen publiceren, het bedrijf wil geld verdienen. Dan moet je zorgen dat je elkaar zo min mogelijk in de weg zit." wcs: "Meneer Noorda, is de functionaris die u voor de verwerving van contractonderzoek Drs C.M.A. van in dienst heeft net zo succesvol? Rosmalen: Nooxda: "Dat valt moeilijk te tellen. Er ge" W a t vroeger derdebeuren veel dingen op het erf van de univergeldstroomonderzoek siteit die niet, of slechts gedeeltelijk in de van een enkeling was, boeken van de universiteit zijn terug te vinden. is nu core business." De economische faculteit van de UvA werkt al zo'n vijftig jaar intensief samen met de Stichting voor Economisch Onderzoek. Maar die stichting heeft een eigen huishouding. Zo hebben we binding met nog meer clubs. Feit is dat het derde-geldstroomonderzoek de afgelopen tien, vijftien jaar sterk is toegenomen. Zoek je naar een verklaring, dan stuit je op veel factoren die zich tegelijkertijd hebben voorgedaan. Een simpele, die vaak vergeten wordt, is wat je zou kunnen noemen de 'proliferatie' van de wetenschap. Er zijn in de jaren zeventig en tachtig ongelooflijk veel jonge wetenschappers opgeleid, wat er toe leidde dat ook de vraag naar onderzoeksprojecten enorm steeg. Tegelijkertijd werd de ruimte die de universitaire wetenschapper voordien was gegund, sterk ingeperkt. Er moest ook steeds vaker verantwoording worden afgelegd over wat je deed en waarvoor; denk aan de voorwaardelijke financiering die aan het begin van de jaren tachtig werd ingevoerd. Vanaf dat moment moesten bedrijven of overheidsinstellingen die met een verzoek kwamen aanzetten, daar gewoon voor gaan betalen. Tenslotte is natuurlijk ook het teruglopende budget van de universiteit een factor van belang, die de interesse van de universiteit voor onderzoeksopdrachten van derden heeft gewekt." wcs: "Universiteiten gingen deze weg dus niet con amore-, die belangstelling is in zekere zin uit nood geboren." Nooida: "Voor een deel, misschien. Maar er zijn veel wetenschapsgebieden waar theorie en praktijk nauw verweven zijn en

40

wcs

MEI/JUNI

1997

waar de toepassing wel op het universitaire erf móet plaatsvinden. Neem een medische faculteit. Als die niet nauw zou samenwerken met een academisch ziekenhuis, dan zou ze haar werk niet kunnen doen. Dat oude model van gescheiden verantwoordelijkheden is eigenlijk maar heel beperkt van toepassing," wcs: "Als wij u beiden zo beluisteren dan is de samenwerking tussen universiteit en bedrijfsleven geen verstandshuwelijk maar een passionele relatie waaruit allerlei prachtigs voortvloeit." Van Rosmalen: "Tuurlijk, anders zouden we het ook niet doen." Köbben: "Ik kan wel wat voorbeelden noemen waar het tegendeel uit blijkt. Maar ik wil het liedje van de heren eerst even meezingen. n<; ben geen ondubbelzinnig tegenstander van derdegeldstroomonderzoek, want dan zou ik mijn wetenschappelijke werk van de afgelopen twintig jaar verloochenen. Als antropoloog in Leiden heb ik namelijk ook veel contractonderzoek gedaan. En met buitengewoon veel voldoening. Er wordt, met name waar de sociale wetenschappen betreft, wel beweerd dat contractonderzoek wetenschappelijk niet veel voorstelt. Dat is in z'n algemeenheid zeker niet waar. Er bestaat wel oninteressant contractonderzoek. Maar ik vind dat de universiteit dat behoort te weigeren. Dat zij dit door nijpende financiële omstandigheden toch accepteert, is de eerste misstand die ik hier zou willen noemen. Daarnaast zijn sommige wetenschappers simpelweg te happig; ze raken zo gepreoccupeerd met onderzoek dat geld opbrengt, dat zij de taken gaan verwaarlozen die zij als schoolmeester ook hebben." wcs: "Stel dat een hoogleraar nou zo succesvol is in het verrichten van contractonderzoek dat hij een eigen bv opricht waarvan hijzelf directeur wordt." Van Rosmalen: "Dan moet er duidelijkheid zijn. Of zo'n bv is van de universiteit, en dan bepalen wij hoe die gerund wordt, of zo'n hoogleraar neemt ontslag bij de universiteit en dan is het geen universitaire bv meer. Schep je op dit punt geen helderheid, dan begeef je je op een hellend vlak." Köbben: "Bij de toestand zoals die nu is, blijf ik me zeer onbehaaglijk voelen." wcs: "Herkent u dat, meneer Noorda?" Noorda: "Niet die onbehaaglijkheid. Wel de ontwikkelingen die aan de orde zijn. Binnen een tijdsbestek van tien, twaalf jaar zijn we als universiteit in ruil voor geld steeds meer aan maatschappelijke dienstverlening gaan doen. De universitaire organisatie is daarin meegegroeid, zij het met vertraging. Zo heeft de UvA zes jaar geleden een holding opgericht waaronder allerlei bv's opereren. Een aantal richt zich op derde-geldstroomonderzoek. Die bv's staan onder afzonderlijk management. Het academisch ziekenhuis is een terrein waar we dit altijd al op deze manier hebben opgelost. Een hoogleraar chirurgie die niet opereert heeft zijn studenten niets te melden. Op geneeskundig gebied heeft de universitaire organisatie zich dus allang aangepast aan de nauwe verwevenheid van wetenschap en toepassing. Op tal van andere terreinen is dat inmiddels ook gebeurd. Mocht er zich dan eens een scheef geval voordoen, dan beschouw ik dat, bestuurlijk gezien, als een overgangsverschijnsel."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

VU-Magazine | 434 Pagina's

VU Magazine 1997 - pagina 192

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

VU-Magazine | 434 Pagina's