VU Magazine 1997 - pagina 166
Cees Fasseur Koos Neuvel
Ieder volk zijn eigen wetgeving. Dat werd in voormalig Nederlands-Indië beschouwd als het toppunt van gelijkheid. Maar tegenwoordig kijkt m e n daar
De stormen rond het Indië-debat zijn inmiddels gaan liggen. In het begin van de jaren negentig werd de betrekkelijke stilte inzake het koloniale tijdperk en de pijnlijke dekolonisatie nadrukkehjk doorbroken. Eindehjk, na meer dan veertig jaar, werd er zeer luidruchtig en emotioneel gesproken; emoties die tot een hoogtepunt kwamen rond het staatsbezoek van koningin Beatrix in 1995, direct na de viering van de vijftigjarige onafhankelijkheid van het land. Die datum was zelf al onderwerp van hevige discussie: moest de koningin niet op de onafhankelijkheidsviering zelf aanwezig zijn? En moest de koningin tijdens dat staatsbezoek ook niet royaal haar excuses aanbieden voor het aan het Indonesische volk aangedaan onrecht? Nu het publieke debat weer verstomd is, zijn het vooral de mensen die er zelf ooit geleefd hebben en enkele wetenschappers, die over de Nederlandse aanwezigheid in Indië blijven nadenken. Cees Fasseur combineert beide hoedanigheden. Prof.dr mr C. Fasseur (1938), hoogleraar geschiedenis in Leiden, is in Nederlands-Indië opgegroeid en heeft er de afgelopen jaren een reeks boeken over gepubhceerd, het meest recent 'Indischgasten' (uitgeverij Bert Bakker). Het zijn elegante, met veel gevoel voor ironie geschreven boeken, die vooral betrekking hebben op de positie van Nederlandse bestuursambtenaren in Indië. Het zijn ook boeken waaruit persoonlijke betrokkenheid spreekt. Fasseur: "Ik ben zelf ambtenaar geweest en herken veel in die bestuursambtenaren in Nederlands-Indië. Meer dan dertig jaar geleden ben ilc mijn loopbaan begonnen als ambtenaar op het Atoiisterie van Justitie. In die tijd was daar nog dezelfde gedragen t stijl gangbaar zoals die vijftig jaar eerder ook gebezigd werd. Ik kan mij heel goed in die ambtenaren verplaatsen. Bovendien interesseert Indië mij. Ik heb er tot 1950 gewoond, mijn twaalfde "Verjaardag heb ik op de boot naar Nederland gevierd. Dat vertrek stond niet in verband met de soevereiniteitsoverdracht, nee, mijn vader werkte in het bedrijfsleven, bij 'de Bataafsche', later de Koninklijke Shell geheten. In 1950 ging hij op vijftigjarige leeftijd met pensioen."
wat anders tegenaan. Een gesprek over apartheidspolitiek, het 'Pronk-syndroom' en opgeheven vingertjes.
lilt
Was die laatste jaren de haat van de Indonesisch bevolking niet voelbaail "Nee. Ik groeide op in Bahkpapan, een Europese enclave aan de kust van Borneo, verder was daar alleen maar oerwoud. Ik zat op een gouvemementsschool met ook veel Chinese en Indonesische kinderen. Het onderwijs was wehswaar nederlandstahg, maar de toenmalige samenleving was sterk gesegregeerd. Ik kwam niet bij die andere schoolkameraadjes over de vloer. Die segregatie gold zelfs voor het zwembad, dat was alleen toegankelijk voor BPMemployés. Ik had dus niet zoveel contact met de inheemse bevolking. Er was ook weinig inheemse bevolking. Balikpapan was een stad die nog geen vijfig jaar geleden gesticht was als oliehaven. Van een oorspronkelijke bevolking was dus nauwehjks sprake. "Er hadden zich in Bahkpapan diverse bevolkingsgroepen verzameld, zoals Javanen, Chinezen en Europeanen. Iedereen leefde in zijn eigen wereldje. Chinese kinderen gingen alleen maar om met Chinese kinderen. Europeanen met Europeanen. Een beetje zoals later in Zuid-Afrika. Het was een heel merkwaardige samenleving. Van de oorlog was weinig te merken. Eind 1949 werd de Indonesische vlag gehesen en vervolgens ging alles gewoon op de oude voet verder."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
VU-Magazine | 434 Pagina's