Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1997 - pagina 183

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1997 - pagina 183

4 minuten leestijd

Het is een uitspraak waarvan de betekenis aanmerkelijk verder reikt dan men op het eerste gezicht zou denken. Want dit ministeriële credo roept de vraag op voor wie of wat de universiteit nu eigenlijk bestemd is. Waartoe dient de daar vergaarde en onderwezen kennis? En wat mag de samenleving in dank retour verwachten voor haar aan de wetenschap gespendeerde 'belastingcenten' ? Dat die studenten van tegenwoordig middelmatiger zouden zijn dan vorige generaties academisch opgeleiden - de suggestie die in Ritzens argument doorklinkt - is sowieso een fabel: "Natuurlijk zijn ze middelmatig; dat zijn ze altijd geweest." Deze uitspraak werd, inmiddels ook alweer acht jaar geleden, in het toenmalige VU-Magazine opgetekend uit de mond van dl E.H. Kossmann, de vermaarde Groningse hoogleraar geschiedenis in ruste. "Met genieën moet je voorzichtig omspringen", zei Kossmann destijds met vooruitziende blik in een uitvoerig vraaggesprek over de toekomst van het verschijnsel universiteit. "Maar ze zijn en blijven uitzonderingen." Het merendeel der studenten is dom noch briljant. We moeten dus niet doen alsof de universiteit voor het opleiden en bekwamen van dat ene genie in het leven is geroepen: "Dat is niet zo, het is nooit zo geweest, en het zal ook nooit zo zijn." Kossmanns lof der middelmaat was er een zonder negatieve bijklank: "Om het opleiden van die mensen gaat het toch in hoofdzaak aan een universiteit? Niet alleen kwantitatief, maar ook kwalitatief! De maatschappij drijft niet op genieën, maar op de middelmaat die de zaak gaande houdt. Laten we wel wezen: als we alleen maar genieën hadden dan werd het een volstrekte chaos; een strijd van allen tegen allen."

er uiteindelijk honderdzeventig jaar na dato toe leiden dat de naar zijn beeld geschapen instellingen met duidelijk negatieve intonatie voor 'ivoren torens' werden uitgemaakt. Afgezien van de verdedigbare gedachte dat het wetenschappelijk onderwijs in handen dient te zijn van degenen die zelf ook wetenschappelijk onderzoek verrichten, was het voor Von Humboldt voorts volstrekt vanzelfsprekend dat alle wetenschappelijke vakgebieden te zamen één geheel vormen. En dat dienen te blijven doen indachtig de niet mis te verstane verwijzing in de naam 'universiteit' naar het streven naar waarlijk 'universele' kennis omtrent niets meer of minder dan de samenhang van het ganse 'universum'. In Von Humboldts ogen diende de universiteit universele geleerden af te scheiden wier leerproces een heel leven lang zou blijven voortduren. Geen genieën dus. Maar zeker ook geen uvraagt-wij-draaien-doctorandussen die op aanwijzing van de minister maatregelen ter bestrijding van de filevorming op de digitale snelweg bedenken of die kunststoffen nippeltjes ontwerpen voor een apparaat waarvan de consument nu nog geen weet heeft, maar zonder hetwelk zijn leven straks geen enkele zin meer zal hebben. Met Von Humboldts idee van een 'universele universiteit' heeft het hoe dan ook weinig meer van doen. Een redelijke vraag is dan ook of er van Von Humboldts ideaal überhaupt nog wel iets over is en, zo ja, of een universiteit naar

Er is geen aanleiding Kossmans visie op de universitaire 'doelgroep' plotseling als verjaard of achterhaald af te doen. Bovendien lijkt ook de geschiedenis van de universiteit Kossmann gelijk te geven. Elitair, zo mag men met recht de universiteit tijdens bepaalde perioden uit haar geschiedenis omschrijven. En een gesloten bastion waar het kroost der machtigen en welggestelden volgens de aloude regelen der coöptatie werd gekneed tot waardige opvolgers hunner vaderen, is als kwalificatie gedurende langere tijd beslist ook op dit instituut van toepassing geweest. Maar een sacrosancte smidse, waar uit het edelmetaal van gewaarmerkte talenten louter uitmuntendheid werd gesmeed, is de universiteit stellig nooit geweest. Ivoren torens Uiteraard had Wilhelm von Humboldt twee eeuwen terug nogal hooggegrepen, op kwaliteit gerichte bedoelingen met het door hem ontworpen model voor een Pruisische universiteit; een ontwerp dat in heel West-Europa navolging zou krijgen. Academische onafhankelijkheid vormde van die blauwdruk het grondprincipe. Alleen zo zou de vrijheid van onderwijs en onderzoek - een onlosmakelijke tweeëenheid in de ogen van deze Duitse filosoof en staatsman - ten bate van de professor en diens student gegarandeerd zijn. Behalve deze Lern- und Lehrfreiheit predikte Von Humboldt echter ook Einsamkeit als ideale omstandigheid waaronder wetenschap gedijt. En dat zou

wcs

MEI/JUNI

1997

31

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

VU-Magazine | 434 Pagina's

VU Magazine 1997 - pagina 183

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

VU-Magazine | 434 Pagina's