VU Magazine 1997 - pagina 207
en te subtle
Evolutionair struikgewas Meercellig leven is een kortstondige schuimlaag op een zee van eencellig leven.
T
Van die schuimlaag zijn wij niet meer dan een snel verwaaiend vlokje.
!
Een veelvormig en veelkleurig vlokje,
l-iT
^=S^ tti^iiu'i1
dat wel. Maar wie de zee begrijpen wil heeft er weinig aan.
i-i Naarstig zoekt u naar het potlood dat altijd naast de telefoon ligt. Het is weg, en u móet een belangrijk telefoonnmnmer opschrijven. Eindelijk ontdekt u het onder het kastje naast u, en vertwijfeld roept u uit: "Hoe komt dat daar nu weer terecht!?" Het quasi-plechtige "dat komt door de zwaartekracht" van de huisgenoot die uw woede wel grappig vmdt, lost weinig op. U wilt helemaal niet iets weten, u wilt boos zijn. Maar stel nu eens dat u uw vraag wel letterlijk had bedoeld, had u dan wel wat aan het antwoord gehad? Waarschijnlijk niet. Natuurlijk speelt de zwaartekracht een rol maar dat had ze ook gedaan als het potlood óp het kastje had gelegen; het is de zwaartekracht niet die het verschil tussen die twee toestanden verklaart. Over de zwaartekracht hoort u hoogstens graag wat meer als u ooit een potlood op het plafond ziet liggen. Die verklaart eigenlijk vooral waarom dat potlood niet 'zo maar' van plaats verandert; als het ergens ligt dan blijft het daar, tenzij er iets anders dan de zwaartekracht is dat het van plaats doet veranderen.
I — 1
11—^ 1
i r_,T
Bart Voorzanger
hebhi 1 t
Als je aan een bioloog vraagt hoe het komt dat olifanten een slurf, giraffen een lange nek, en vijg en vijgenwesp elkaar nodig hebben, dan is de kans groot dat u een bepaald niet 'quasi' plechtig "dat komt door de natuurlijke selectie" ten antwoord krijgt. De vraag is of dat wèl een informatief en verhelderend antwoord is. De vraag is zelfs of het wel zulke relevante vragen zijn. Kleine stapjes Een van Richard Dawkins' favoriete beelden is een hoge berg, de 'Mount Improbable' uit de Engelse titel van zijn laatste boek, waarvan de hoogte het ontwikkelingsniveau van organismen verbeeldt. Hoe hoger je komt, des te moeilijker het wordt je voor te stellen dat zulke organismen door natuurlijke selectie ontstaan zijn. Wat Dawkins laat zien is dat het voorstellingsprobleem 'm er vooral in zit dat we te grote stappen nemen. Elk evolutieproces kan opgedeeld worden in evolutionaire stapjes die zo klein zijn dat je je opeens wel kunt voorstellen dat die door selectie op basis van genetische variatie genomen kunnen worden. Wij zien de stijle kliffen van Mount Improbable, maar buiten ons gezichtsveld, aan de achterkant zogezegd, ligt een lange, licht glooiende helling waarlangs de gebrekkigste wandelaar nog schuifelend de top kan bereiken - als ie daar de tijd maar voor neemt. Zelfs zoiets perfects als het oog, dat Darwin soms al even deed twijfelen of zijn theorie wel deugde, blijkt m kleine stapjes te kunnen ontstaan. En over zoiets veelbesprokens als de vleugels van vogels of vleermuizen, waarvan we keer op keer tot vervelens toe horen dat die niet geleidelijk konden ontstaan omdat de tussenvormen - te vleugelig om mee te lopen, te potig om mee te vliegen - niet levensvatbaar zijn, blijkt een keurig selectionistisch verhaal te vertellen. En Dawkins vertelt zulke verhalen met verve. Kortom, wie meent dat het leven veel te mooi en te subtiel is om zich door variatie en selectie ontwikkeld te kunnen hebben, kan van Dawkins veel leren. Om de levensvormen die er zijn te kunnen verklaren hebben we in die zin aan variatie en selectie genoeg. Maar alleen in die zin, denk ik. Dawkins vertelt maar een deel van het verhaal. Dat is geen verwijt. Dawkins schrijft over één onderwerp, en niet over een ander, gewoon omdat dat het onderwerp is dat hem nu en hier interesseert. Maar wat is dan dat andere onderwerp? Naast Mount Improbable hanteert Dawkins nog een ander beeld: het pakhuis van het leven, een 'gebouw' waarin alle levensvormen netjes geordend kunnen worden opgeborgen. Voor sommige levensvormen is zo'n pakhuis goed voorstelbaar. Dawkins laat zien dat een schelp redelijk compleet in drie
IpïONOfilffiX . If-
wcs MEl/jUNl 1997 54
wcs
MEI/JUNI
1997
55
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
VU-Magazine | 434 Pagina's