Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1997 - pagina 425

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1997 - pagina 425

5 minuten leestijd

"Vrouwen worden vaak als ziek, zwak, misselijk en breekbaar gezien, vanaf hun eerste menstruatie tot lang na de menopauze. Ik ben ervan overtuigd dat die visie op vrouwen diep cultureel zit ingebakken", aldus hoogleraar gynaecologie Eylaid van Hall in zijn afscheidsrede aan de Rijksuniversiteit Leiden. In een interview in NRC-Handelsblad voegt hij daaraan toe: "Mijn stelling is dat vrouwen lichamelijk en geestelijk nog te veel als afwijkend van de norm worden gezien. En als bedreigend. Iets dat je bedreigt wil je onderzoeken en controleren. Hoe doe je dat? Door al die mysterieuze processen van vruchtbaarheid en onvruchtbaarheid, van menstruatie en zwanger worden, een medisch etiket te geven, onderdeel van de geneeskunde te maken." Deze uit de mond van een mannelijk gynaecoloog afkomstige, tamelijk revolutionaire uitspraken hadden welhaast als motto kunnen dienen voor het vorig jaar in het Nederlands uitgebrachte boek over 'Dokters en vrouwen in het fin-de-siècle' van de Zweedse historica Karin [ohannisson. In deze studie naar ziekte en ziektebeelden van vrouwen aan het eind van de vorige eeuw, vinden stellingen als die van Van Hall op vrijwel iedere pagina bevestiging. Johannisson heeft in haar boek een keur aan historisch materiaal bijeengebracht, waarin steeds weer de nadruk valt op het anders-zijn van vrouwen, op hun zwakheid, broosheid en ziekelijkheid. Zo citeert zij bijvoorbeeld uit een negentiende-eeuws boek over opvoeding: "Als een jong meisje tien kilometer kan lopen zonder bleek te worden of over moeheid

te klagen (...) valt te vrezen dat ze niet echt vrouwelijk is." Zwakte en vrouwelijkheid waren, zo blijkt uit veel citaten, voor de meeste negentiende-eeuwse artsen synoniem: "Slechts het smachtende, holle, ziekelijke wordt als echt vrouwelijk beschouwd", aldus een Zweeds medicus in 1899. Karin Johannisson gaat er in haar studie van uit dat er een een duidelijk verband heeft bestaan tussen de toenemende nadruk op de zwakheid en ziekelijkheid van vrouwen, en de opkomst van de vrouwenbeweging, die in dezelfde periode plaats vond. De polariteit tussen seksen lijkt in de tweede helft van de vorige eeuw langzaam te veranderen in een strijd, schrijft ze. Tegelijkertijd begon men meer waarde te hechten aan de biologische verschillen tussen man en vrouw, die vervolgens bij veel wetenschappers een hiërarchische interpretatie kregen. De taakverdeling tussen man en vrouw werd met een beroep op de biologie vastgelegd. Aan de vrouw behoorde van nature de taak toe om thuis te blijven en belast te zijn met de verzorging van huishouden en kinderen, terwijl de man voorbestemd was om naar buiten te treden en het gezinsinkomen te verdienen. De kracht waarmee dergelijke denkbeelden werden verkondigd, nam aldus Johannisson toe, naarmate de emancipatiebeweging groeide. "Over één ding bestaat nauwelijks twijfel", schrijft ze: "De behoefte om de ondergeschiktheid van de vrouw biologisch vast te leggen werd sterker op het moment dat zij meer vrijheid ging eisen." Mannelijke wetenschappers leverden op niet mis te verstane wijze strijd tegen deze emancipatiegolf. In een veelgelezen boek bracht de Duitser Georg Kress dit in 1905 als volgt onder woorden: "De vrouw is de hoofdpersoon in het gezinsleven: haar natuur is niet geschapen om te werken en aan de gevarieerde omstandigheden buitenshuis deel te nemen,dat is aan de man. (...) De in de afgelopen tijd zo vaak nagestreefde vrouwenemancipatie is een hopeloze strijd tegen de natuur en daarom een dwaze, ja domme aktie die zich met name op de geëmancipeerde zelf zal wreken."

Telegraafkantoor De nieuwe wetenschappelijke interpretatiemodellen van het vrouwelijke, volgden elkaar in de late negentiende eeuw in snel tempo op. Zo won, uitgaande van de theorieën van Charles Darwin, allereerst een evolutionistische visie terrein. Volgens deze opvatting is de man in fysiek en intellectueel opzicht superieur aan de vrouw, doordat de vrouw op een lager niveau van de evolutionaire ontwikkeling zou zijn blijven stilstaan. Anderen legden de vrouwelijke zwakheid vast met een beroep op haar constitutie. Haar fysiologische balans zou in het algemeen labieler zijn dan die van mannen, doordat de baarmoeder bij vrouwen chronisch 'geïrriteerd' is, wat van grote invloed is op haar lichamelijk welbevinden. De theorieën over de invloed van de baarmoeder op de algehele gezondheidstoestand van vrouwen hebben veel oudere papieren. Al eeuwenlang bestonden er ideeën over de baarmoeder als een 'pendelend' orgaan, en de invloed van dat pendelen op de gezondheid van de vrouw. Toen de gynaecologie zich in de loop van de vorige eeuw als nieuwe tak van wetenschap begon te ontwikkelen, werd het gynaecologisch verklaringsmodel al snel dominant. De baarmoeder, in samenhang met de overige vrouwelijke geslachtsdelen, kreeg een zodanig belangrijke rol toegedicht, dat iedere vrouwenkwaal gereduceerd kon worden tot een gynaecologisch probleem. Een Amerikaanse vrouwenarts kwam met de volgende metafoor: "De genitaliën van de vrouw zijn niets meer of minder dan een telegraafkantoor, van waaruit signalen naar alle hoeken en gaten van het systeem worden gestuurd en waardoor ziekteverwekkende boodschappen worden overgebracht." Ook ziekten van de geest zouden binnen deze denktrant vanuit de gynaecologie begrepen en behandeld moeten worden. Het was rond de eeuwwisseling niet ongebruikelijk om psychiatrische beelden bij vrouwen te beschrijven als gerelateerd aan onderbuikklachten. Datzelfde gold voor crimineel gedrag van vrouwen. Er zijn bijvoorbeeld Duitse

wcs

NOVEMBER/DECEMBER

1997

63

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

VU-Magazine | 434 Pagina's

VU Magazine 1997 - pagina 425

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

VU-Magazine | 434 Pagina's