VU Magazine 1997 - pagina 426
onderzoeksrapporten beschikbaar, waarin wordt gesteld dat menstruerende vrouwen of vrouwen die borstvoeding geven eerder tot crimineel gedrag geneigd zijn. Rond 1900 werd het gynaecologisch verklaringsmodel langzamerhand vervangen door een neurologisch model. Niet de baarmoeder, maar het overgevoelige vrouwelijke zenuwstelsel moest verantwoordelijk worden geacht voor al haar kwalen en ziektes. De neurologie was smds kort als een aparte discipline ontstaan en er was een overweldigende belangstelling voor de zenuwpathologie. De zenuwarts - expert op het grensgebied tussen lichaam en geest - kwam in de mode. In deze trend passen nieuwe diagnosen, zoals neurasthenie, die dan ook veelvuldig bij vrouwelijke patiënten werden gesteld. Na de Eerste Wereldoorlog vond dit neurologisch model voor vrouwenpathologie een vervanger in het tot op de dag van vandaag dominante psychologisch model. In dit verband wijst Johannisson op het feit, dat binnen de westerse geneeskunde bij vrouwen nog altijd tweemaal vaker een psychiatrische diagnose wordt gesteld dan bij mannen. Bleekzucht Waren vrouwen in het fin-de-siècle inderdaad ziekelijker dan mannen? Beschikbare Zweedse ziekenhuisstatistieken uit 1901 zouden inderdaad wijzen op een grotere vrouwelijke ziekelijkheid in vergelijking met mannen. Opvallend is onder meer de lijst van ziektes die vaak bij vrouwelijke patiënten voorkomen: afgezien van de kwalen die met menstruatie en zwangerschap samenhangen, komen aandoeningen als hoofdpijn, migraine, bleekzucht of chlorose, neurasthenie, anorexie en hysterie daarop veelvuldig voor. Sommige ziektes waren duidelijk aan mode onderhevig. Zo was bleekzucht of chlorose in de tweede helft van de vorige eeuw onder de hogere standen een zeer populaire diagnose. Vooral jonge meisjes uit de gegoede klasse lijken in groten getale onder bleekzucht te hebben geleden. Tot het ziektebeeld behoorden niet alleen de symptomen die we we
64
wcs
NOVEMBER/DECEMBER
1997
tegenwoordig met bloedarmoede of anemic verbinden, maar ook depressie, extreme vermoeidheid, menstruatiestoornissen, hoofdpijn, ademhalingsproblemen en eetstoornissen. Parallellen met aandoeningen als anorexia en misschien ook wel het tegenwoordig veel voorkomende ME lijken voor de hand te liggen. Dat het bij chlorose om een soort modeziekte ging, blijkt uit het feit dat de aandoening met de opkomst van andere ziektebeelden en betere diagnosetechnieken weer even snel uit de statistieken verdween als ze er eerder in was opgenomen. Een andere opvallende ziekte uit de lijst was neurasthenie, een zenuwziekte die rond de eeuwwisseling vaak gediagnosticeerd werd. De lijst bij dit ziektebeeld behorende symptomen is al even indrukwekkend: van vermoeidheid, krachteloosheid en vage pijnen tot nachtmerries, fobische angsten, slapeloosheid en concentratie-problemen. De ziekte werd al vrij snel geassocieerd met verfijning en (over)gevoeligheid. "Talenten en genieën kunnen zenuwziek worden", schreef een arts in de jaren twintig. Hoewel de ziekte ook bij mannen voorkwam, stond neurasthenie toch vooral bekend als een vrouwenkwaal. Het beeld van de lijdende en krachteloze vrouw op haar chaise-longue is bekend uit de beeldende kunst en de literatuur. Johannisson wijst erop dat de ziekte weliswaar gold als een kwaal bij uitstek voor gevoelige en kunstzinnige geesten, maar dat uit de gevalsbeschrijvingen ook leegte, verveling en apathie spreken. Bij de meeste van de genoemde ziektebeelden is niet alleen een oververtegenwoordiging van vrouwelijke patiënten opvallend, maar ook het feit dat de aandoeningen blijkbaar in belangrijke mate klassegebonden zijn geweest. Artsen veronderstelden al in de vorige eeuw dat de grotere ziekelijkheid bij dames uit de hogere standen voor een deel verklaard zou moeten worden uit hun ongezonde levenswijze: veel stilzitten, niet werken, weinig frisse lucht en verveling. Een Britse arts schreef in die tijd: "Wij vermoeden dat men (in ieder geval binnen de hogere klasse.
CvZ) het niet wenselijk achtte een gehard fysiek te ontwikkelen; dat een goede gezondheid en overdadige kracht als ietwat plebejische eigenschappen werden beschouwd; dat een zekere gevoeligheid, falende krachten (...) geacht werden bij een beschaafde vrouw te horen." Snijlustig Duidelijk uit statistiek en literatuur is echter wel dat de belangrijkste bron voor ziekelijkheid bij vrouwen en meisjes in het fin-desiècle toch in de sekse zelf is gelegen. Met de opkomst van de gynaecologie lijken vrouwenklachtcn de rol van modeziekte te krijgen. Oudere diagnosen, zoals bleekzucht en neurasthenie, werden al snel binnen de invloedssfeer van de nog jonge gynaecologie getrokken. Omdat men veronderstelde dat de vrouwelijke geslachtsorganen verantwoordelijk waren voor een hele reeks aan zenuwaandoeningen en hysterische klachten, raakte het nieuwe vakgebied al snel doortrokken van wat Johannisson een furoi opeiativus noemt, een groot verlangen om vrouwen op de operatietafel te leggen. Het verwijderen van baarmoeder en of eierstokken zou een oplossing voor tal van kwalen betekenen. Hoogleraar gynaecologie Van Hall heeft er in het eerder geciteerde interview op gewezen dat de 'snijlustige gynaecoloog' ook vandaag de dag nog niet van het toneel verdwenen is. Chirurgische ingrepen zijn binnen de gynaecologie nog altijd een zeer gangbaar verschijnsel. Ter illustratie citeert Van Hall een van zijn collega's: "Nog geen vijf jaar geleden hoorde ik een gynaecoloog op een internationaal congres beweren: No ovaties, no piemenstiual syndrome". De tamelijk gruwelijke gynaecologische chirurgie won in de loop van de vorige eeuw duidelijk terrein. De allereerste operatie waarbij de eierstokken werden verwijderd, vond in 1809 plaats. Het verhaal gaat dat de patiënte bij gebrek aan verdoving de operatie doorstond met het luidkeels zingen van psalmen. Hoewel het risico van de operatie jarenlang hoog bleef - voor 1855 gold een gemiddelde
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
VU-Magazine | 434 Pagina's