Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1997 - pagina 211

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1997 - pagina 211

4 minuten leestijd

Paul Hendrix, 'Henri Deterding - De Koninklijke, de Shell en de Rothschilds'; Sdu Uitgevers; ƒ 69,90.

Hoe komt een klein landje aan een oliemaatschappij van wereldom.vattende importantie? Die vraag was uitgangspunt voor het schrijven van een omvangrijke biografie van Shell-oprichter Henri Deterding. Shell zelf was aanvankelijk niet blij met het idee dat de persoonlijke en zakelijke geschiedenis van deze invloedrijke man zou worden opgerakeld, en weigerde daarom medewerking. Reden: hardnekkig is na de Tweede Wereldoorlog het verhaal blijven hangen dat Deterding, die in februari 1939 op tweeënzeventigjarige overleed, nazisympathieën zou hebben gekoesterd en met zijn oliewinsten de opkomst van Hitler zou hebben gefinancierd. Loe de Jong zou een dergenen zijn geweest, die deze beschuldiging welbewust staande hielden. Tegen beter weten in, aldus biograaf Paul Hendrix die dan ook de frontale aanval opent op onze nationale oorlogschroniqueur. Om Deterding zwart te maken zou De Jong niet hebben geaarzeld "feiten te verdraaien en bronnen te vervalsen", meent Hendrix. Hendrix brengt bronnenmateriaal ter tafel waaruit zou blijken dat het plan om Deterding aldus in diskrediet te brengen.

Het complot tegen Deterding begin jaren dertig werd gesmeed in Comintern-krmgen; een communistische samenzwering dus die met name door Fiitz Mannheimei, een Duitsjoodse intrigant die vanuit Amsterdam en Parijs als bankier opereerde, was opgezet. Deze Mannheimer had namelijk op het persoonlijk vlak nog een appeltje met de Shell-oprichter te schillen. Deterding, die aanwijzingen had dat Mannheimer in hoge mate onbetrouwbaar was en zich met zwendelpraktijken onledig hield, waarschuwde potentiële slachtoffers, onder wie Colijn. De toenmalige minister-president die zelf banden had met de oliemaatschappij en gefortuneerd was, hield deze Hochstapler, die in de allerhoogste kringen een graag geziene gast was, echter de hand boven het hoofd. Pas toen Mannheimer in 1939 zelfmoord pleegde, bleek dat deze al jaren failliet was en dat Deterdings wantrouwen al die tijd dus terecht was geweest. De beschuldiging aan Deterdings adres, als zou hij een belangrijk financier van Hitler zijn

OP DE ï t A N K

Patrick Bosboom, 'Een eindeloos bestaan: ervaringen uit een huisartsenpraktijk'. Harlekijn/ Fontein, f 24,90 Een huisarts heeft het ook niet gemakkelijk. Die indruk vindt bevestiging in het boek van Bosboom, waaruit in september 1996 in wcs reeds een

voorpublicatie te lezen was. De mondige patiënt is niet in alle opzichten een zegen, want deze stelt op hoge toon eisen omtrent verwijzing of antibioticakuur, en verwacht dat de arts altijd voor hem klaarstaat. Gelukkig weet Bosboom zijn ervaringen zodanig te beschrijven, dat er ook nog wat te lachen valt.

geweest, bleef echter hardnekkig voortbestaan. In een woord vooraf biedt Hendrix hiervoor een wel wat magere verklaring: Mannheimer financierde destijds De Groene Amsterdammer, het blad waaraan Loe de Jong als journalist ooit verbonden was. C'est tout! De Jong, concludeert Hendrix, moet dus van het schandaal rond Mannheimer geweten hebben. En dat hij er desondanks over zweeg, zegt genoeg, aldus Deterdings biograaf. Hendrix heeft een biografie zonder grijstinten geschreven. Het is zwart of het is wit. Er zijn goede en kwade zielen. Daar tussenin zit niks. Dit gebrek aan nuance heeft wellicht te maken met het merkwaardig credo dat hij als geschiedschrijver hanteert. Wie over de eerste helft van deze eeuw schrijft, meent Hendrix, zal, al is het ook achteraf, een keus moeten maken tussen communisme en wat hij zelf omschrijft als de 'christelijk-liberale beschaving'. Hendrix' persoonlijke keus laat zich gemakkelijk raden. Maar merkwaardig is dat hij bij dit kiezen tussen twee kwaden het fascisme als stiefkind van datzelfde christelijk-liberalistische gedachtegoed onvermeld laat. Deze biografie vormt hoe dan ook hoogst opmerkelijke literatuur. Niet alleen omdat Hendrix nieuw licht werpt op de persoonlijke relatie tussen Wilhelmina en Deterding, maar vooral omdat geen reputatie ontzien wordt, geen complot onvermeld blijft en geen affaire - zoals het schandaal rond Colijn en diens meer dan platonische verhouding met een dame van gering allooi - geschuwd is. (GJP|

wcs

MEI/JUNI

1997

59

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

VU-Magazine | 434 Pagina's

VU Magazine 1997 - pagina 211

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

VU-Magazine | 434 Pagina's