Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1997 - pagina 170

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1997 - pagina 170

4 minuten leestijd

Nederlandse patiënt wel naar toe. Maar die arts werd niet uitgenodigd op sociale gelegenheden. En in grote steden als Soerabaya en Batavia was de scheiding nog sterker. Daar bestond ook de noodzaak niet om naar een Javaanse arts toe te gaan." Nederland had het als kolonisator nogal met zichzelf getroffen. "Er bestond inderdaad vrij veel eigendunk. Die werd nog eens gestreeld door bezoekende Engelsen en Amerikanen die ons complimenteerden met het voortreffelijke bestuur van Nederlands-Indië. Bij het Nederlandse bestuur bestond een sterke neiging tot wat ik het Tronk-syndroom' zal noemen: een neiging om heel nadrukkelijk aanwezig te willen zijn, onder het motto het beste voor te hebben met de inheemse bevolking. "De Engelsen zaten in India met het idee: we heffen belasting, we spreken recht en hebben een rol als scheidsrechter in het uit elkaar houden van verschillende bevolkingsgroepen, maar we zijn hier niet om de samenleving naar eigen inzicht te kneden. Die zakelijke betrokkenheid is achteraf gezien veel nuttiger gebleken dan de vaak sterk emotionele betrokkenheid van Nederlanders bij Indië. "Nederlanders namen voortdurend het woord 'verantwoordelijkheid' in de mond. Nederland voelde zich verantwoordelijk voor Indië, in het bijzonder voor de grote massa van de bevolking die niet voor de eigen belangen kon opkomen. Nederland zag zichzelf als voogd die de belangen van het volk het beste kon behartigen." Was dat verantwoordelijkheidsgevoel geen holle fiasel "Ik denk dat veel bestuursambtenaren daar oprecht in geloofden. Men had het idee dat als enige te kunnen: als je het bestuur overlaat aan de bevolking zelf, dan gaat het mis. Als wij vertrekken uit dat land, veronderstelde men, wordt het een bende. "Ik heb na afloop van een lezing over de 'Max Havelaar' eens een voormalige bestuursambtenaar gesproken die dat gevoel onder woorden bracht. Hij vertelde dat als men van een Indische regent wilde afkomen, men eerst een jaar lang de kas niet controleerde, en wanneer er vervolgens wel een onverwachte controle plaatsvond, er altijd kastekorten waren. Zo'n regent had gedacht dat hij door het ontbreken van controle het geld wel onderhands kon uitlenen; maar dan was hij toch nog de klos en konden ze hem ontslaan. Die gang van zaken sterkte de Nederlandse ambtenaren in de gedachte dat de Indonesiërs het zelf niet konden; dat ze alleen in staat waren om onder scherpe controle van Nederlandse ambtenaren te werken." Heeft die emotionele betrokkenheid Nederland parten gespeeld bij de dekolonisatie! "Zeker, ik ben ervan overtuigd dat die betrokkenheid de Nederlanders sterker parten heeft gespeeld dan de Engelsen. De Engelsen hielden zich op afstand. Het frappante is echter dat het huidige India in een aantal opzichten nog erg Engels is. Van het Engelse voorbeeld ging een grote aantrekkingskracht uit. Nederland had daarentegen het bezwaar een klein land te zijn, als vroegere kolonie kun je moeilijk tegen het kleine Nederland opkijken. Bovendien had Nederland de eigen cultuur op een zwakke wijze overgeplant."

18

wcs

MEI/JUNI

1997

Dat wilde men juist niet. "Het aantal Nederlandstaligen was groter dan men vaak denkt. Ongeveer anderhalf procent van de bevolking sprak Nederlands. Maar waar kon je verder in de wereld met Nederlands terecht? Aan de andere kant waren de Amerikanen verbijsterd door het feit dat de eerste generatie van Indonesische leiders als Soekarno en Hatta behalve Engels ook nog Frans en Duits sprak. Het was in de koloniale wereld ongehoord dat een dergelijke intelligentia, hoe klein ook, zo'n veelzijdige, meertalige opleiding had genoten.

"Segregatie vindt in iedere samenleving plaats. Ik neem niet aan dat bij u veel Marokkaanse kennissen over de vloer komen?"

"Een oud-Nederlander die nu in Australië woont, heeft eens een aantal van die Indonesiërs geïnterviewd. Hij had zelf HBS en toen hij in de jaren zestig bij hen op bezoek kwam, was het contact onmiddellijk gelegd, want zij hadden ook allemaal HBS. Ze hadden dezelfde boeken op school gelezen, dezelfde vakken op school gehad, zich dezelfde manier van denken eigen gemaakt. Dat vond hij zo opmerkelijk! De toenadering kwam op een heel gemakkelijke manier tot stand. En wat is het toch jammer dat na de oorlog van die overeenkomsten niet wat meer gebruik is gemaakt! Op dat moment was er door dat onderwijs maar een heel kleine culturele kloof tussen de Nederlandse elite en de Indonesische intelligentia. Maar ja, de Nederlanders zagen de Indonesiërs niet staan."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

VU-Magazine | 434 Pagina's

VU Magazine 1997 - pagina 170

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

VU-Magazine | 434 Pagina's