Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1997 - pagina 240

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1997 - pagina 240

5 minuten leestijd

is hij zijn provincie altijd trouw gebleven. Zuid-Limburg is zijn biotoop; niet zelden ook decor en thema van zijn poëzie. Hij is er bovendien hoogleraar - aan de Universiteit Maastricht - in de Nederlandse en algemene letterkunde. Dat hij zich als honkvaste Limburger buiten het randstedelijke brandpunt van de vaderlandse letteren bevindt, deert hem allerminst. "Maastricht ver weg?", roept hij oprecht verbaasd. "Ver weg van wat? Ik zit zo in Aken, Brussel of Luik. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik, om te kunnen schrijven, in Amsterdam zou moeten wonen." Niettemin roepen zijn geografische en beroepsmatige positie op de kaart van Nederland in eerste instantie een beeld van afzondering en isolement op: een dichter die in het zuidelijkste puntje van Limburg nederlandstalige poëzie en essays schrijft en doceert aan een universiteit waar cultuurwetenschappen, in de slagschaduw van praktijkgerichte vakken als gezondheidswetenschappen, economie en rechten, marginaal lijken. Maar prof.dr J.H.W. Kusters, zoals hij formeel in de Maastrichtse studiegids vermeld staat, bestrijdt met verve de gedachte als zouden de Maastrichtse studenten alleen voor een verplicht bijvak bij hem aankloppen. Zo leek het misschien in het prille begin, toen hij als bijzonder hoogleraar letteren, en 'enig in zijn soort', zijn entree maakte in de Kapoenstraat, pal om de hoek van het onvolprezen Vrijthof. Maar inmiddels is Kusters 'gewoon' hoogleraar, en de situatie der cultuurwetenschappen in Maastricht, mede dankzij zijn eigen inbreng, drastisch veranderd. Eerst maar even de formaliteiten. Kusters: "Ik kwam destijds terecht in een faculteit algemene wetenschappen die ondersteunende onderwijstaken vervulde ten behoeve van de faculteiten geneeskunde, gezondheidswetenschappen, economie en rechtsgeleerdheid. In deze algemene faculteit waren uiteenlopende vakken als wijsbegeerte, geschiedenis, wiskunde en informatica ondergebracht. Daar werd ik als bijzonder hoogleraar letterkunde aan toegevoegd. "Al snel is daar toen het idee opgevat om een nieuwe studierichting in het leven te roepen,- een vierjarige opleiding cultuur- en wetenschapsstudies die in 1991 van start ging. Die opleiding is kort te typeren als breed, academisch en, anders dan de meer praktijkgerichte disciplines hier, theoretisch van aard en dus geen semi-beroepsopleiding. Ons onderwijs is 'probleemgestuurd', dat wil zeggen thematisch opgezet, zodat het interdisciplinaire karakter zo goed mogelijk tot uiting komt. Wij hebben dus inmiddels onze eigen opleiding en onze eigen studenten. Ik zit alleen nog in een uitzonderingspositie in zoverre ik niet, zoals mijn meeste vakgenoten, deel uitmaak van een faculteit letteren. Maar een vreemde eend in de bijt? Nou nee."

Is nederlandstalig dichter zijn in Zuid-Limburg niet ook een uitzonderingspositie^ "Ik zit geografisch gesproken aan de rand van het Nederlandse taalgebied. Een paar kilometer naar het zuiden of oosten en het is Frans dan wel Duits wat de klok slaat. Maar Nederland is een klein land waarin afstanden weinig voorstellen; tweeëneenhalf uur en ik zit in Amsterdam. En dat maakt het alleen maar

16

wcs

JULI/AUGUSTUS

1997

opmerkelijker dat ons kleine landje over een cultuur beschikt die op een aantrekkelijke wijze gevarieerd is. Er zitten allerlei herkenbare nuanceverschillen tussen de culturen van noord en zuid, west en oost." Toch wordt dat cultureel zo gevarieerde landje in literair opzicht nogal monomaan geregeerd vanuit de Randstad. "Een paar jaar terug, toen Nederland Schwerpunkt was op de Buchmesse, werd er voor dat doel een bundel met essays over de Nederlandse literatuur uitgegeven, waarin ook een lexicon was opgenomen met de belangrijkste nederlandstalige auteurs. Wat mij toen opviel was dat daarin niet alleen de Limburgse dichter Pierre Kemp ontbrak, maar bijvoorbeeld ook de Groninger Hendrik de Vries. Beider ixuvre werd nota bene ooit bekroond met de P.C. Hooftprijs. Maar Kemp noch De Vries werden kennelijk belangrijk genoeg geacht om in dat lexicon te mogen figureren, terwijl daarin met grote ruimhartigheid weer wel plaats was ingeruimd voor Vlaamse, 'echt' Zuid-Nederlandse auteurs. Die passen blijkbaar beter in het concept van wat Nederlandse literatuur mag heten, dan zo'n dichter, hoe gelauwerd ook, uit het hoge Noorden of het diepe Zuiden." Hoe komt datl "Geen flauw idee. Verwonderlijk is het wel. Mijn eigen positie als schrijver en dichter situeer ik tussen Vlaanderen en Nederland in. En dan kun je je altijd nog afvragen of je die geografische strook nu een noordelijk Zuiden of een zuidelijk Noorden moet noemen. Als het erop aankomt ben ik sterker georiënteerd op het Noorden dan op Vlaanderen, maar - zeg ik er meteen bij met daarnaast een heel sterke oriëntatie op Duitsland. "Maar laten we de kwestie of Nederland literair vanuit de Randstad wordt geregeerd, nou niet opblazen. Uit mezelf zou ik er nooit over zijn begonnen. Ik voel me als schrijver bepaald niet gefrustreerd. Mijn werk verschijnt bij Querido - die uitgever zit zoals u weet in Amsterdam - en wordt, gemeten naar wat gangbaar is in de poëzieverkoop, goed verspreid. Ik heb wat dat betreft geen klachten."

"Hèt Limburgs bestaat \ helemaal niet, alleen een veelvoud aan dialecten die van plaats tot plaats verschillen."

Als rechtgeaarde Limburger zult u de recente erkenning van het Limburgs als 'regiotaai' wel als een opsteker hebben ervaren. "Misschien dat ik nu wat mensen op de ziel ga trappen, maar ik vind die erkenning eerlijk gezegd nogal merkwaardig. Je kunt Limburgers onmogelijk over één kam scheren. Het Limburgs bestaat helemaal niet. Je vindt hier een veelvoud aan dialecten, dikwijls zelfs met een eigen idioom, die van plaats tot plaats verschillen. Het gaat daarbij om veel meer dan verschillen in de uitspraak.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

VU-Magazine | 434 Pagina's

VU Magazine 1997 - pagina 240

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

VU-Magazine | 434 Pagina's