VU Magazine 1997 - pagina 205
achttien jaar lang werkzaam was, een gepaste leerstoel of een gepast salaris aangeboden. Buitenstaander De grote vraag is wat voor consequenties de zienswijze van Margaret Wertheim heeft voor de relatie tussen natuurkunde en religie. Zelf verwerpt ze nu het pythagoreïsche element in de natuurkunde. Ze ziet het als een obstakel dat geheel uit de weg geruimd moet worden. Haar opvattingen over natuurkunde zijn in vergelijking tot haar jeugdervaringen dus radicaal veranderd. Hoe reageren de mensen hierop die vanuit het christelijk geloof in de verbinding tussen fysica en religie zijn geïnteresseerd? Wertheim: "Ik ben geen christen en ik zie mijzelf als een buitenstaander op het gebied van wetenschap en religie. Het was immers oorspronkelijk mijn bedoeling niet oin een boek over fysica en religie te schrijven. Maar de mensen die zich professioneel met die materie bezighouden zijn tot mijn verrassing erg in mijn boek geïnteresseerd. Daar ben ik blij om. Ze zijn zich er ook goed van bewust dat er op hun terrein weinig vrouwen actief zijn. Het interesseert hen dat ik over wetenschap en religie schrijf vanuit een feministisch perspectief." Maar zijn ze het ook met Wertheim eens? "Mijn boek is een belangrijke steun voor hen. Want er volgt duidelijk uit dat religie voor de natuurkunde altijd een factor van betekenis is geweest. Het hele idee dat wetenschap en religie eikaars vijanden zijn, is wat de natuurkunde betreft simpelweg niet waar. En dat is
voor hen van belang, omdat ze dan aan hun geloofsgemeenschap kunnen vertellen dat wetenschap in een religieus perspectief geplaatst kan worden. Dat is goed en waardevol op zich. "Maar diezelfde mensen beseffen niet goed dat ik de religieuze dimensie uit de natuurkunde zelf verwijderd wil hebben. Er is geen rechtvaardiging meer voor. Het paste in het wereldbeeld van bijvoorbeeld Nicolaus Copernicus, Johannes Kepler en Isaac Newton. Die leefden in een andere tijd en hadden nog oog voor God als Verlosser. De God van de huidige natuurkunde heeft alleen maar een hoop wiskundige vergelijkingen in de aanbieding. Toen ik jong was, werd ik erg aangetrokken door die koppeling tussen wiskunde en het hogere. Maar nu geloof ik dat het helemaal verkeerd is om te denken dat de wiskundige relaties die je in de natuur aantreft naar een kosmisch plan verwijzen. Die relaties zijn een aspect van de natuur zelf. Ik hoop zelf een natuurfilosofie te kunnen ontwikkelen die dat duidelijk maakt." Machtsstrijd Heeft deze veranderde visie van ook iets te maken met de sekse van God zelf? In haar boek schrijft Wertheiin dat verschillende natuurfllosofen in de zeventiende eeuw een mechanistisch wereldbeeld formuleerden waarin de als vrouwelijk opgevatte wereldziel niet meer voorkwam. Ook Isaac Newton meende dat God niet als 'Ziel van de wereld', maar als 'Heer van het heelal' via zijn natuurwetten de kosmos regeerde. Moeten we nu weer terug naar de wereldziel? "Dat is een kwestie die ik in mijn boek
mannen was het eeuwenlang geoorloofd om.hufihoofd hl] hogere zaken te hebhen en als een verstrooide professor door het leven te gaan
enkel vanuit historisch perspectief behandel", zegt Wertheim. "In het neoplatonisme en in de alchemie is de wereldziel van betekenis en vrouwelijk van aard. Dit hele denkbeeld van een samenbindend, bezielend en alles doordringend principe was niet goed te verenigen met de orthodoxe theologie en vormde in de Renaissance de basis voor allerlei vormen van magie. Uiteindelijk is de klassieke natuurkunde van Newton als overwinnaar uit de strijd te voorschijn gekomen. En daarin had de wereldziel geen plaats. Maar wie had er gelijk? Newton was zelf ook een alchemist. "De strijd tussen natuurkundigen en alchemisten m de zeventiende eeuw was in mijn visie een machtsstrijd waarbij het om de vraag ging wie aan de universiteit het recht verwierf om te zeggen wat waar en reëel was. En die strijd gaat tot op de dag van vandaag voort. Iemand die dat besefte was de natuurkundige Wolfgang Paiili. Want die schreef een heel essay over het conflict tussen de alchemist Robert Fludd en de natuurkundige Johannes Kepler. Het raakte hem zelf. Maar tot nu toe is het mij niet gelukt om voor de problematiek die hier ligt belangstelling te wekken bij mensen die in de Angelsaksische wereld met wetenschap en religie bezig zijn. Ze zijn er enigszins blind voor." Zien ze wellieht te veel op naar de natuurkunde? Wertheim: "Ja, het is ongegrond om de natuurkunde als een hogere vorm van kennis te beschouwen. Er bestaan vele uiteenlopende manieren van weten en de natuurkundige benadering van de fysische werkelijkheid is er slechts een van. Dit inzicht, dat ook voor mij nog relatief nieuw is, heeft ook consequenties voor de dialoog tussen natuurwetenschap en theologie. Zolang de natuurkundige gemeenschap zich als hoedster van de waarheid ziet, zal zij de macht om te bepalen wat waar of onwaar is ook niet met de theologie willen delen. Fysici kunnen dan pretenderen een dialoog te voeren, maar in werkelijkheid is het dat niet."
Naar aanleiding van: Margaret W e r t h e i m , 'De broek van Pythagoras - God, fysica en de strijd tussen de seksen', Anthos, ƒ 39,90.
wcs
MEI/JUNI
1997
53
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
VU-Magazine | 434 Pagina's