VU Magazine 1997 - pagina 252
Die mentaliteit is bij Rousseau inderdaad volledig tot ontplooiing gekomen: hij ontwaarde werkelijk overal samenzweringen gericht tegen zijn persoon. Nu was dat niet zomaar een waanbeeld, want er werd ook veel over hem gekletst, bijvoorbeeld over het feit dat hij zijn vijf kinderen te vondeling had gelegd. En hij werd bovendien daadwerkelijk achtervolgd: niet alleen door vijanden maar ook door vrienden die zijn gangen nagingen om hem in bescherming te kunnen nemen. Hoe goed bedoeld ook, daar zou iedereen een beetje gek van worden. Paranoia kan een realistische gemoedstoestand zijn voor iemand die daadwerkelijk op de hielen wordt gezeten. ti^S^:-^77iS^^>.
eenzaamheid
Hij zou een 'bekende Nederlander' zijn geweest, wanneer hij in Nederland was geboren, en wanneer er toen al televisie was geweest. Maar fean-Jacques Rousseau leefde in het Parijs van de achttiende eeuw, in een tijdperk dat de grote massamedia nog uitgevonden moesten worden. Niet dat het zo heel veel uitmaakte, er waren weliswaar nog geen roddelbladen, maar ook toen, in de Parijse salons met name, werd er al kwaadgesproken bij het leven. Altijd achter iemands rug natuurlijk. Een beroemdheid als Rousseau had last van dat geroddel, heel veel last. Je hoort beroemdheden er vaker over klagen: dat ze niet meer ongestoord over straat kunnen lopen, dat mensen zich onmiddellijk anders gedragen bij herkenning, dat ze altijd wel iets van je willen. Een onbevangen, spontane omgang met mensen is nauwelijks nog mogelijk. De beroemdheid heeft het gevoel dat mensen altijd iets achter houden, dat ze zich nooit tonen zoals ze zijn. Op het eerste gezicht zijn ze heel beleefd, maar in het geniep proberen ze je een poot uit te draaien. De beroemdheid is bijna voorbestemd een paranoïde mentaliteit te ontwikkelen: iedereen spant tegen hem samen.
Maar eigenlijk heeft Rousseau zich nooit echt thuis gevoeld in gezelschappen. Hij had er het talent niet voor. Hij was geen man van gemakkelijke, nietszeggende praatjes, van kwinkslagen en een sprankelend debat waarna de gerezen geschillen met drank en spijs weer vrolijk worden bijgelegd. Rousseau was er te verlegen, te stug voor; als hij een debat aanging, liep het al snel uit op ruzie. In gezelschap voelde hij zich doorgaans ingesnoerd in een keurslijf van conventies en verplichtingen. Hij slaagde er niet in zich vrij te voelen. Wandelaar Zonder mensen ging dat hem beter af. In eenzaamheid voelde Rousseau zich op zijn gemak. Dat gevoel van vrijheid ontstond wanneer hij aan het schrijven was en wanneer hij in de natuur vertoefde. Maar voor hem kwam dat op hetzelfde neer: wandelen stimuleerde het denkvermogen, en het denken was een vorm van wandelen. Niet voor niets nummert hij in zijn boek 'Overpeinzingen van een eenzame wandelaar' de verschillende hoofdstukken als 'wandelingen'. Wandelen is een vrije manier van denken: de wandelaar gaat niet op pad met een duidelijk omschreven doel, maar laat zich leiden door zijn ingevingen, slaat hier een zijweg in, daar een dwarsstraat, hij ziet wel waar het eindpunt zal liggen en hoe lang de wandeling uiteindelijk zal duren. De eenzame wandelaar is wars van dwang en doelgerichtheid, laat zich rustig meevoeren door de stroom van zijn gedachten. Al slenterend kan hij helemaal zichzelf zijn. Rousseau is een van de eerste wandelaars van het Westen. Hij is zogezegd de grondlegger van onze moderne natuurervaring. Nooit in de geschiedenis van de mensheid was de wilde natuur gezien als iets waaraan mensen genot konden ontlenen, natuur is altijd bedreigend en angstaanjagend geweest. De natuur, dat was de woeste zee die vissers tot zich nam, het roofdier dat een tocht door het woud tot iets griezeligs maakte, de droogte die de gewassen deed verdorren. Als er aan natuur iets te bewonderen viel, was het de door mensenhand georganiseerde natuur, de parken waar boom en plant keurig in het gelid staan. Alleen van getemde natuur viel te genieten. Hoe anders is dat bij Rousseau. Sinds hij over de Alpen schreef, zijn die nooit meer dezelfde geworden. Nadat hij woeste berglandschappen had bezongen, wilden velen het met eigen ogen zien. Het hooggebergte is mede door zijn toedoen een toeris-
wcs
28
wcs
JULI/AUGUSTUS
1997
JULI/AUGUSTUS
1997
29
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
VU-Magazine | 434 Pagina's