VU Magazine 1997 - pagina 204
niet het enige wat mij de natuurkunde binnenloodste. Op school was er een onderwijzer die ons liet ervaren wat pi was. Dit getal is verbonden met de omtrek van een cirkel. Een cirkel met straal één heeft per definitie een omtrek van 2 maal pi. Dit kun je domweg uit je hoofd leren. Maar die onderwijzer onderwees de betekenis van pi door ons het geheim ervan zelf te laten ontdekken. Ineens begreep ik pi. Ik begreep dat pi het hart was van iedere cirkel, de innerlijke vorm van de zon en de innerlijke vorm van een schotel.
strijd tussen de seksen zich ook in haar zelf af. Wanneer ik haar in een Amsterdams hotel te spreken krijg, is mijn eerste vraag dan ook hoe ze zelf een pythagoreeër was geworden? "Wat mij allereerst fascineerde was wiskunde. Ik had het grote geluk dat mijn ouders mij naar een school stuurden die een experimenteel wiskundeprogramma aan het uitproberen was. Ik had goede onderwijzers. Al heel jong had ik een buitengewoon goede ervaring met wiskunde. Ik begreep het vak, ik hield ervan en ik vond het prachtig. Dus waarop ik echt verliefd werd, was de wiskunde. "Daarop las ik in een encyclopedie voor kinderen over Alben Einstein en diens relativiteitstheorie. Ik was toen een jaar of zeven. Natuurlijk begreep ik niet echt wat relativiteit van ruimte en tijd was, maar ik werd wel verliefd op de theorie. Pas vele jaren later ging ik naar de universiteit en maakte ik mij grote zorgen over de mogelijkheid dat de relativiteitstheorie niet aan mijn verwachtingen zou voldoen. Wat moest ik doen, als de theorie niet zo prachtig was als ik mij als kind had gedroomd? Maar de relativiteitstheorie stelde mij niet teleur. Ze is werkelijk schitterend en komt aan ieders verwachtingen tegemoet." In haar boek komt ook het getal K (pi] aan de orde. Het bijzondere ervan is het geheim dat erin schuilgaat, aldus Wertheim. "De relativiteitstheorie was
52
wcs
MEI/JUNI
1997
"Dat kan ik mij nog steeds herinneren. Ik was toen bijna tien. Die ervaring met het getal pi maakt zo'n geweldige indruk op mij! Het was alsof er achter de wereld die ik kon zien, voelen en aanraken, die wiskundige wereld was. Dit gaf mij het besef dat er meer dan alleen pi moest zijn. En ik begreep dat natuurkunde de wetenschap was die ons de wiskundige relaties achter de fysieke werkelijkheid toonde." Teleurstelling Margaret Wertheim liet zich vervolgens door de slechte wijze waarop de natuurkunde op de raiddelbare school (high school) werd onderwezen niet ontmoedigen. Ze ging naar de universiteit en ontdekte dat de natuurkunde inderdaad wonderbaarlijk is. Maar tegelijkertijd knapte ze af op de wijze waarop deze wetenschap aan de universiteit gedoceerd en beoefend werd. De colleges waren ontstellend saai, omdat er alleen maar antwoorden gepresenteerd werden zonder enige aandacht voor de historische en culturele context waarin die antwoorden gevonden waren. Vanwege deze teleurstellende ervaring verliet zij tegen haar zin de wetenschappelijke discipline waarvan ze hield. Ze ging zich richten op wetenschapsjournalistiek. Vervolgens gaf uitgeverij Random House haar rond haar dertigste een voorschot om een boek over natuurkunde te schrijven en daarbij haar eigen visie op dit vakgebied te ontwikkelen. Ze begon meteen te schrijven en verdiepte zich in de geschiedenis van de natuurkunde. Tot haar grote verrassing ontdekte zij daarbij dat religie een van de
cruciale factoren in de geschiedenis van de natuurkunde is geweest. Toen dit historische gegeven na tweeëneenhalf jaar schrijven en studeren helemaal tot haar doorgedrongen was, legde Wertheim haar bijna voltooide manuscript over natuurkunde opzij en begon opnieuw, hierbij gesteund door haar man die bereid was haar enige tijd financieel te ondersteunen. Ze nam zich voor dit keer de natuurkunde als religie, als 'priestercultuur' centraal te stellen. Bovendien wilde ze op deze wijze licht werpen op een kwestie die haar al langer bezighield: het grote gebrek aan vrouwen in de natuurkunde. Hierover schrijft zij: "Wat ik begon in te zien was dat vrouwen, hoewel die in alle wetenschappen hard moesten knokken, in de natuurkunde werden geconfronteerd met het extra en zeer hoge struikelblok van de 'priesterlijke' cultuur. Ook dit werd een onderdeel van het boek, waardoor een tweede aspect werd toegevoegd dat ik aanvankelijk niet had voorzien of voor ogen gehad." En daarmee zijn we terug bij Pythagoras en het voor de Griekse cultuur ongewone kledingstuk dat hij om zijn benen droeg. Wat Wertheim in 'De broek van Pythagoras' betoogt, is dat de traditionele uit het Nabije Oosten afkomstige tweedeling in het hogere, geestelijke, mannelijke en het lagere, stoffelijke, vrouwelijke in de geschiedenis van de wis- en natuurkunde altijd een belangrijke rol heeft gespeeld. Zo was het mannen eeuwenlang geoorloofd om hun hoofd bij hogere zaken te hebben en als een verstrooide professor door het leven te gaan. Maar aan vrouwen was dit in de wetenschap niet toegestaan. Die dienden zich met aardse zaken bezig te houden. Schrijnend is het voorbeeld van Emmy Noether (1882-1935) die geen moeite deed zich aan mannelijke idealen van vrouwelijkheid aan te passen. Ze droeg net als Einstein het hoofd in de wolken. Maar haar werd dit als vrouw aangerekend. Zij legde de wiskundige grondslag voor een van de belangrijkste inzichten uit de moderne fysica, het verband tussen symmetrie en behoudswet. Maar zij kreeg nimmer van de universiteit van Göttingen, waar zij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
VU-Magazine | 434 Pagina's