VU Magazine 1997 - pagina 209
Volgens Dawkins is het leven uiterst verbazingwekkend en gecompliceerd, maar ook heel verklaarbaar als we het verhaal over variatie en selectie maar voldoende gedetailleerd uitspellen. Volgens Kauffman komen we er met dat verhaal niet. De gecompliceerdheid die ons terecht zo fascineert komt nrinstens voor een deel ergens anders vandaan. Stephen Gould doet in deze discussie net een stapje terug. Staren we ons niet te veel blind op die gecompliceerdheid? Zoeken we daar niet te veel achter? Gedragen we ons niet te veel als het kind dat al mens-erger-je-nietend zes gooit nèt als het een nieuwe pion wil opzetten - "Hoe is het mogelijk?" - en zich heer en meester over de dobbelsteen voelt?
in het gangbare beeld van de evolutie komt vrijwel honderd rocent van het niet voor
Ladderzatte medemens
Ook Goulds verhaal zit vol beelden en vergelijkingen. We zijn allemaal vertrouwd met de evolutionaire ladder. Het eerste leven was eencellig. Dat laat zich niet echt mooi verbeelden. Maar in elk koffletafelboek over de ontwikkeling van het leven vinden we - in die volgorde - een plaatje met allemaal trilobieten, dan een met heel veel vissen, even later flink wat dinosauriërs, vervolgens een met zoogdieren, en ergens aan het eind een met primitieve mensen die een grotschildering maken of met stenen op stenen zitten te slaan. En in meer wetenschappelijke teksten is het vaak al niet anders. Volgens Gould is er iets mis met die plaatjes. De eerste mensen leefden temidden van miljoenen andere soorten, waarvan er flink wat niet veel ouder zijn. Rondom en binnenin ons leven zelfs heel wat soorten die jonger zijn dan wij, onze parasieten bijvoorbeeld, en onze darmflora. Er ontbreekt dus nogal wat op dat plaatje met Neanderthalers of Cro-Magnons. En voor de voorafgaande plaatjes geldt precies hetzelfde. Vissen die ontstonden in of na 'het' dinosauriërstijdperk blijven buiten beeld. Kreeftachtigen die het ongeluk hadden na 'het' trilobietentijdperk te ontstaan, blijven nagenoeg onzichtbaar. En die eencelligen waar het verhaal mee begint zien we eigenlijk nergens. Kortom in het gangbare beeld van 'de' evolutie komt vrijwel honderd procent van het leven helemaal niet voor. In veler beleving is het leven een boom, met een centrale stam, waarvan wij de hoogste top vormen, en wat zijtakken die minder tellen naarinate ze verder van de hoofdstam af staan. En met dat beeld voor ogen wordt het zeer verleidelijk om te denken dat evolutie ergens héén gaat, ergens naar streeft: naar (onze) complexiteit, naar (onze) veelzijdigheid, naar (onze) intelligentie. Volgens Gould is dat zeer misleidend. Een beter beeld is dat van zeer uitgestrekt struikgewas, met net zoveel toppen als er levende soorten zijn. Eindeloos veel losse stammetjes dus. Die komen heus wel ergens daar beneden samen in ons aller voorouder, het eerst levende wezen, zo ketters zijn Goulds ideeën niet, inaar er is nergens een punt waar ze met z'n allen naar streven. Daar krijgen ze de kans ook niet voor. De geschiedenis van het leven op aarde is een verhaal van steeds en steeds maar weer massaal uitsterven. En dat niet van de minder aangepaste individuen die daarmee ruimte
geven aan steeds maar beter aangepaste - het klassieke selectieverhaal - maar van soorten, die worden vervangen door weer andere soorten en die daarna door weer andere. De haag wordt steeds weer ruw geschoren, waarna wat overblijft vrolijk opnieuw begint. hl beide beelden, booin en haag, is de opstaande as de tijd. Maar in veler beleving van die boom staan langs die as ook ander grootheden: complexiteit dus bijvoorbeeld, of intelligentie. En daar moet je volgens Gould mee oppassen. Een grafiek waarin een as voor meer dan één maat staat, deugt nooit. Er zijn heel wat stukken opgaande stam waarin de complexiteit juist afnam. Het enige dat je kunt zeggen is dat bijvoorbeeld die complexiteit helemaal onderaan minimaal was. Nog simpeler en het betrokken systeem zou geen leven meer hebben mogen heten. Dus voorzover de complexiteit verandert als we verder omhoog gaan (dat wil dus zeggen onze kant op in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
VU-Magazine | 434 Pagina's