Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1997 - pagina 194

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1997 - pagina 194

6 minuten leestijd

Köbben: "Het laatste uiteraard. Ik constateer echter dat er meer aan de hand is dan het incidentele geval van Noorda, dat zich bij wijze van overgangsverschijnsel voordoet. Juist omdat het onderzoekspotentieel zo groot is, zoals Noorda zelf naar voren bracht, is het risico extra groot dat een opdrachtgever zijn zin krijgt door 'Voor jou een ander!' te roepen." Noorda: "Ik verzet me toch tegen de gedachte dat wat zich bij uitzondering voordoet op het gebied van het politiek relevante onderzoek, dat dat een representatief beeld geeft van de relatie tussen uitvoerder en opdrachtgever in het derde-geldstroomonderzoek. Ik vind bovendien dat we de zaak niet al te Nederlands moeten bekijken. Over de hele wereld slaan vele duizenden onderzoekers op basis van een contract aan het onderzoeken. Wij zijn er nog niet zo aan gewend en spitsen het hele probleem toe op de derde geldstroom. Maar in feite is het probleem in de eerste en de tweede geldstroom precies het zelfde. Als je van NWO geld krijgt voor een onderzoek, dan is het buitengewoon prettig als je de verwachtingen die je vooraf geformuleerd hebt, ook bevestigd ziet. De vraag 'Hoe zuiver ben je als wetenschapper?' is een vast onderdeel van de mores die gelden in alle facetten van de wetenschapsbeoefening." Köbben: "Die redenering begrijp ik niet. Als het al zo moeilijk is om je als gewone wetenschapsbeoefenaar staande te houden dan komt er met contractonderzoek toch een hinderpaal bij?!" Noorda: "Contractonderzoek is beslist niet de enige toets voor de ethiek van de wetenschapsbeoefenaar!" Köbben: "Maar we hebben hier toch zelf geconstateerd dat het contractonderzoek de afgelopen decennia zo sterk is toegenomen. Dat simpele feit alleen moet toch al reden zijn daar eens kritisch naar te kijken? En als we dan constateren dat politieke overwegmgen..." Noorda: "Bij een klein stukje van het onderzoek, ja." Köbben: "Okee. Als die politieke overwegingen vaker dan we vermoeden een rol spelen, dan is er toch reden om ons van die kwalijke kanten bewust te worden en ons er tegen te wapenen? Je moet zorgen dat onderzoekers die zoiets overkomt, de gelegenheid krijgen zich te uiten in plaats van zich stilletjes in een hoekje te moeten schamen. Er is wel eens gepleit voor een speciale ombudsman voor de wetenschap. Dat zou heel goed zijn. Je kunt je bovendien afvragen of beroepsverenigingen hierin een rol kunnen spelen." Van Rosmalen: "Dat sluit aan bij wat Noorda zegt. De universitaire organisatie past zich aan aan de nieuwe situatie. Wat vroeger derde-geldstroomonderzoek van een enkeling was, is nu core business. Trouwens, die streep tussen eerste, tweede en derde geldstroom wordt allang niet meer zo scherp getrokken. Misschien is het in het kader van wat Köbben zegt, wel goed dat er aan een universiteit nu mensen zoals ik rondlopen die die spanning opvangen door tussen de onderzoeker en de opdrachtgever in te gaan zitten. Ik heb dan ook de indruk dat die spanning niet tot de uitwassen leidt waar Köbben het over heeft. Ik denk dat hij een andere inschatting van de situatie maakt dan ik. Hij moet niet in de casuïstiek blijven steken. We hebben hier in Nederland een prachtig systeem van checks and balances. Een onderzoeksgroep die zich herhaaldelijk tot

42

WCS

MEI/JUNI

1997

onoorbare dingen laat verleiden valt vanzelf door de mand als de visitatiecommissie langs komt." Köbben: "Dat geloof je toch zelf met? Ik heb zelf in visitatiecommissies gezeten. Die komen zulke dingen echt niet op het spoor." Van Rosmalen: "Natuurlijk komen die erachter! Zij weten wat de personeelsformatie is en wat derhalve de output behoort te zijn. Blijft die achter bij het gemiddelde dan krijgt de groep een onvoldoende. Een groep die zich door derden voortdurend van het werk laat houden, zet zichzelf uiteindelijk buiten spel. Er zal best wel eens wat mis zijn, maar omdat er zoveel controlemechanismen zijn blijft dat beperkt tot incidenten." Noorda: "Het lijkt me nauwelijks interessant om dat te kwantificeren. Als het vijf keer voorkomt in vijf jaar, dan is dat vijf keer te veel. Gaat het een keer mis, dan kun je daarmee je voordeel doen in de preventieve sfeer. Geen enkele moraal blijft uit zichzelf op peil. Dus wanneer je de moraal van de wetenschap wilt voeden, dan moet je niet met sweeping statements komen, maar met een concreet geanalyseerde casus. De conclusie zou wel eens kunnen zijn dat de moraal van de opdrachtgever meer voeding behoeft dan die van de onderzoeker. Maar de ellende is dat discussies als deze altijd de tendens hebben om, als er dan een casus ter tafel komt, te doen alsof dat nu de vlieg is die de zalf stinkende maakt. Dat is, denk ik, niet aan de orde." Köbben: "Daarover zijn we het eens. Wat ik wil is nu juist concrete gevallen onderzoeken en daarover verslag uitbrengen." wcs: "Als we het maar niet al te zeer eens worden. Want als minister Ritzen nou, zoals vorig najaar, zelf roept dat hij in de toekomst de selectie van onderzoeksthema's wil gaan bepalen, dan krijgen we hier toch hetzelfde als in Amerika, waar het al veel gewoner is dat externe opdrachtgevers de inhoud gaan dicteren?" Noorda: "Dat was hoogst onverstandig van minister Ritzen om dat uit de losse pols tegen Elsevier te zeggen. Maar als je bedenkt hoeveel geld in Nederland zonder strikjes eraan ter beschikking komt van het wetenschappelijk onderzoek, is dat helemaal niet zo schokkend. Ik kan me best voorstellen dat er binnen de politiek de wens leeft om wat meer sturing aan te brengen in onderzoek dat met overheidsgeld gefinancierd wordt. Ik vind dat zeer gerechtvaardigd en begin dus niet onmiddellijk moord en brand te schreeuwen. Mijn vraag aan de politiek is alleen: 'Hoe wou je dat doen? Toch niet als kamerlid, hoop ik.' En de meeste politici zijn wel zo verstandig om te zeggen: 'Nee, dat moeten we doen via een organisatie als NWO." wcs: "vsnu en NWO riepen anders wèl meteen moord en brand." Van Rosmalen: "Dat hoort toch bij het spel! Net als een minister die roept dat hij al het onderzoek wil gaan sturen. Dan roept de andere partij: 'Ben jij helemaal belazerd!' En dan ben je weer terug op het niveau waar je eigenlijk wezen wilt." fotografie: Lenny Oosterwijk, m e t dank aan Bart, Rob en Carlos

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

VU-Magazine | 434 Pagina's

VU Magazine 1997 - pagina 194

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

VU-Magazine | 434 Pagina's