VU Magazine 1997 - pagina 208
maten beschreven kan worden. Als je die drie maten uitzet langs de hoogte, de breedte, en de diepte van een gebouw, dan kun je voor elk punt in dat gebouw beschrijven hoe de schelp die daar hoort er uitziet, en dus kun je elke bestaande schelp netjes opbergen. Voor ingewikkelder vormen - en èlk levend wezen is een véél ingewikkelder vorm dan zo'n simpele schelp - kom je er niet met drie dimensies. Het Pakhuis van het Leven is eindeloos-dimensionaal. Dat kunnen we ons als concreet beeld volstrekt niet voor ogen halen. Maar toch valt er over zo'n huis wel te denken. En je kunt er vragen over stellen. Is het leven er netjes over verdeeld, of leeft men er in kluitjes? Staan er stukken leeg, en zo ja, waarom? Hoe is het bevolkt geraakt - geleidelijk in steeds wijdere kringen vanuit de 'oorsprong', of anders? Dawkins bespreekt zulke vragen waar het zijn schelpen betreft Hij laat zien dat de in de natuur bestaande schelpen nraar een deel van zijn driedimensionale kubus bewonen. De rest is leeg. Dawkins schetst twee mogelijke verklaringen voor die leegte: De vormen die daar horen bestaan niet omdat ze niet levensvatbaar zijn. Elke variatie in die richting wordt door selectie afgestraft. Of ze bestaan niet omdat er geen genetische veranderingen zijn die een schelp daar kunnen brengen. Dawkins heeft een voorkeur voor die eerste verklaring, maar laat de vraag verder liggen omdat andere dingen hem meer interesseren. Hij schrijft nu eenmaal uitsluitend over natuurlijke selectie.
het leven is geen corpus mienum, het hoort hier: wti ztm nier muts ^
56
e/
WCS MEl/lUNI 1997
"f
«
O n o n t k o o m b a a i - leven
Stuait Kauffmans voorkeur zou wel eens een andere kunnen zijn. Zijn verhaal begint bij een probleem waar biologen graag wat schimmig over doen. Rond het begin van het Cambrium (580 miljoen jaar geleden) zien we 'opeens' flink veel fossielen. En wat opvalt is de verscheidenheid daarvan. Zowat alle hoofdgroepen van het meercellige dierenrijk lijken tegelijk te zijn ontstaan. Het is alsof het leven in één klap alle bewoonde etages van het huis tegelijk in gebruik heeft genomen, alsof al die levensvormen niet geleidelijk, één voor één, uit elkaar ontstaan zijn, maar zich allemaal tegelijk, en naast elkaar, uit hun eencellige voorouder(s) ontwikkelden. Voor zover ik Kauffman begrijp komt zijn idee erop neer dat er een beperkt aantal manieren is waarop een eencellig levend systeem zich kan ontwikkelen tot een meercellig levend systeem met gespecialiseerde cellen en organen, en dat het ontstaan van zulke vormen bij een bepaalde mate van complexiteit onontkoombaar is. Om die fase van de evolutie te verklaren hebben we volgens Kauffman niets aan variatie en selectie. We hebben een theorie nodig over de dynamica van levende systemen. Uit zo'n theorie zal blijken dat het leven niet bij toeval ontstond, en zich langs toevallige paden verder ontwikkelde, maar dat het onontkoombaar was, en zich op een onontkoombare manier ontplooid heeft. Het leven is geen corpus alienum, het hoort hier: wij zijn hier thuis. Hoe zo'n theorie eruit zou moeten zien schetst Kauffman slechts vagelijk, en dat is al ingewikkeld genoeg voor een ongeoefende lezer, maar al is het antwoord dan misschien niet helemaal begrijpelijk, het is het antwoord op een begrijpelijke vraag: als Kauffman gelijk heeft dan is de verdeling van het leven over Dawkins' pakhuis net zo min een kwestie van variatie en selectie als de verdeling van voorwerpen in uw huis een kwestie is van zwaartekracht. En dat is interessant.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
VU-Magazine | 434 Pagina's