Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1997 - pagina 248

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1997 - pagina 248

5 minuten leestijd

De vraag of het toeval doelloos van aard is dan wel naar een bedoeling verwijst kan immers niet eenvoudig worden beantwoord. Er bestaan volgens Maso "vele vormen van toeval en dat brengt met zich mee dat niet mag worden uitgesloten dat het ene toeval iets zegt over zinloosheid, het andere over zinvolheid en het derde over allebei of over iets daartussenin of, wie weet, over iets geheel anders." Deze open houding tegenover het toeval is voor de humanistische traditie nieuw. De Universiteit voor Humanistiek werd in 1989 opgericht ter bestudering van het menselijk bestaan vanuit de humanistische traditie. Nu is deze traditie weliswaar een poging om de werkelijkheid als zinvol te ervaren. Maar zij gaat er daarbij vanuit dat die werkelijkheid op zichzelf geen zin heeft. De bekende humanist faap van Praag schreef in zijn in 1978 verschenen 'Grondslagen van humanisme': "De wereld is toevallig. Dat wil zeggen: zij is er zonder aanwijsbare oorzaak, en zij functioneert zonder aanwijsbaar doel (...) De enige betekenis is die, welke mensen eraan geven kunnen; en dat is veeleer een zin voor hun eigen bestaan dan voor dat van de wereld." Het lot Maso heeft dit humanistische standpunt zelf lange tijd onderschreven, maar is inmiddels, mede onder invloed van zijn vrouw, tot een andere mening gekomen. In 1991 zette zij hem op het spoor van het verschijnsel toeval. Zij vermoedde dat het onderzoek daarnaar voor hem de aangewezen weg zou kunnen zijn om met een 'spirituele' dimensie van de werkelijkheid vertrouwd te raken. Maar drie jaar later had Maso nog geen idee wat hij van de bizarre wereld van het toeval moest denken. Toch heeft hij uiteindelijk voor hemzelf het antwoord op de hoofdvraag van zijn onderzoek gevonden. De werkelijkheid waarin wij leven is "met zin doordrenkt". En wel omdat ieder individu "een verborgen bewustzijn" heeft dat zich volgens Maso ook in uiterlijke gebeurtenissen kan manifesteren. Is dat een nieuw geloof of een langs wetenschapsfilosofische weg gefundeerde conclusie? Desgevraagd zegt

24

wcs

JULI/AUGUSTUS

1997

Ilja Maso hierover: "Onderzoek naar toeval is niet zozeer een kwestie van wetenschapsfilosofie. Het gaat meer om een maatschappelijk vraagstuk. Onze maatschappij kent twee gebieden die nauwelijks met elkaar in gesprek zijn. Enerzijds heb je de officiële wetenschap zoals die met name door de wetenschapsbijlagen in de krant wordt vertegenwoordigd. Dat is een wetenschap die materialistisch van aard is en zich enkel oriënteert op in principe herhaalbare experimenten. Anderzijds heb je de 'gewone' mens die in zijn of haar leven met unieke, nietherhaalbare gebeurtenissen te maken heeft. Om verder te komen in de wetenschap moet je op een zeker moment de innerlijke beleving van die gewone mens serieus nemen. Bij de vraag naar de zin van toeval zul je moeten afgaan op wat mensen ervaren en op wat jezelf ervaart. Dat moet je uiteraard met een zekere voorzichtigheid doen. Maar doe je dat, dan kom je wel op een heel ander terrein uit dan de officiële wetenschap bestrijkt." Dit is dus precies wat Maso in zijn boek doet. Hij gaat in discussie met onderzoekers die de menselijke ervaring van zin en toeval serieus nemen. Om de gedachten te bepalen onderscheidt hij daarbij vier verschillende typen van toeval. Het eerste type toeval wordt geïllustreerd met het voorbeeld van de man die tijdens een storm zijn huis uitstapt en een dakpan op zijn hoofd krijgt. Er bestaan vele varianten van dit voorbeeld. Verschillende onderzoekers schrijven een dergelijk ongeluk toe aan 'het lot'. Volgens Wilhelm von Scholz, auteur van het boek 'De rol van toeval en noodlot in ons leven', is het lot "datgene wat onafhankelijk van de gewilde en vooruit berekende gang van zaken, bevorderend of belemmerend, dikwijls genoeg beslissend, van buitenaf ingrijpt." Von Scholz zelf citeert als voorbeeld het geval van een bankemployé, die juist niet door een zwaar voorwerp op zijn hoofd getroffen werd. Een collega vroeg hem namelijk of deze bij hem wilde komen: "Hij scheen niet veel zin te hebben om op te staan, maar op mijn herhaalde vraag boog hij zich vanaf zijn plaats rechts naar mij toe. Op hetzelfde moment viel door het trappenhuis een vier pond zware

hamer naar beneden en kwam terecht op zijn boek, juist op de plaats, waar zoeven nog zijn hoofd was geweest." Nachtmerrie Van het tweede type toeval is het eerder genoemde voorval met de bladsprietkever een fraaie illustratie. Het gaat hierbij om zinvol lijkende coïncidenties tussen binnen- en buitenwereld. Maso citeert als ander voorbeeld het verhaal van vliegtuigbouwer föhn William Dunne die op een nacht in 1904 droomde dat een op hol geslagen paard hem achtervolgde,een complete nachtmerrie. Maso:

"Zonder het reflecterende bewustzijn van de mens is de wereld van een gigantische zinloosheid, want de mens is naar onze ervaring het enige wezen dat zin überhaupt kan vaststellen." "Op zich zou deze droom niet bijzonder zijn geweest, ware het niet dat toen Dunne de volgende dag met zijn broer ging vissen, hem op enkele details na hetzelfde avontuur overkwam." Jung heeft voor dergelijke zinvolle concidenties destijds de term 'synchroniciteit' bedacht. In zijn in 1952 verschenen studie definieert hij synchroniciteit als de gelijktijdigheid van een zekere psychische toestand met een of meer uiterlijke gebeurtenissen die zich voordoen als zinvolle parallellen. In het voorbeeld van de vliegtuigbouwer is deze psychische toestand de levendige herinnering aan de nachtmerrie. Opvallend genoeg is bij dit voorbeeld niet alleen in symbolische, maar ook in letterlijke zin sprake van een nachtmerrie. Het is deze studie van Jung naar synchroniciteit die voor Maso een belangrijk argument blijkt voor het aanvaarden van een zinvolle werkelijkheid. Het derde door Maso genoemde type toeval is de zogeheten 'serendipiteit'. Het gaat hierbij om ontdekkingen in het dagelijks leven en in de wetenschap die bij toeval geschieden. Serendipiteit komt

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

VU-Magazine | 434 Pagina's

VU Magazine 1997 - pagina 248

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

VU-Magazine | 434 Pagina's