VU Magazine 1998 - pagina 314
haar is overgeleverd aan de tandarts. Een angsttandarts draagt verder geen witte jas of mondkapje, werkt heel voorzichtig om geen pijntjes te veroorzaken en doet niets, niet eens de kleinste handeling, zonder dat eerst aan te kondigen. De Jongh en Broers bieden standaard een verdoving aan, maar van de mogelijkheid om een totale verdoving - "een klap met de hamer" - toe te dienen maken zij slechts sporadisch gebruik. Broers; "Ik geef een enkele keer aan dat zoiets kan, maar ik zeg erbij dat het beter is om er niet aan te beginnen en dan komt haast niemand er meer op terug. Dat is maar goed ook. De patiënten hebben vaak gruwelijke fantasieën over wat hen te wachten staat en wie compleet onder zeil is, ervaart niet dat die fantasieën niet uitkomen. Zo raken ze dus nooit van hun angst voor de tandarts af." Verkrachting Broers relativeert de invloed van de patiënt op de behandeling enigszins: "Het is overdreven om te zeggen dat het opsteken van een hand al genoeg is om de behandeling te laten stoppen. Je kunt een patiënt geen volledige zeggenschap geven, want dan loop je het risico dat er hele-
10
wcs
SEPTEMBER/OKTOBER 1998
m.aal niets gebeurt. Van de andere kant kun je natuurlijk niet te veel aandringen, want dan raak je patiënten kwijt. Die zie je na zo'n behandeling niet meer terug. Het is een dilemma, je werkt voortdurend binnen nauwe marges." Vanachter de balie van het gezondheidscentrum beschrijft Mazel de tweede methode om angsten te behandelen. EMDR, de afkorting staat voor Eye Movement Desensitization and Reprocessing, is een snelle manier om met traumatische herinneringen en hun gevolgen af te rekenen. De patiënt moet het beeld van de traumatische gebeurtenis in gedachten nemen en ondertussen de vingers van de therapeut volgen die een aantal horizontale bewegingen uitvoeren. Als het goed gaat daalt op den duur de spanning die de traumatische herinnering veroorzaakt en daarna krijgt een meer positieve associatie de kans. Hoe EMDR precies werkt is vooralsnog onduidelijk, maar dat het werkt staat wel vast. De Jongh vermoedt dat angsten met verschillende achtergronden verschillende behandelingsmethoden nodig hebben en in zijn onderzoek probeert hij dat vermoeden wetenschappelijk te onderbouwen. Reageert een angst die niet is gebaseerd op een trauma beter op het blootstellen aan het onderwerp van de angst dan een angst die wel traumatisch is? En in het verlengde daarvan: reageert een angst die is gebaseerd op een traumatische ervaring beter op een direct op het trauma gerichte behandeling zoals EMDR, dan een angst die geen traumatische achtergrond heeft, maar bijvoorbeeld voortkomt uit opgeklopte verhalen van anderen? De Jongh geeft tussen de behandelingen door een sprekend voorbeeld. "Stel je voor", zegt hij, "dat een vrouw na een verkrachting angstig is geworden en stel je vervolgens voor dat je die angst wilt bestrijden door haar regelmatig te confronteren met de verkrachter zelf in de hoop dat haar angst langzamerhand zal uitdoven. Dat is natuurlijk absurd. Maar bij bijvoorbeeld angsten voor spinnen werkt het wel. Met angst voor de tandarts ligt het niet zo duidelijk. Een reeks van behandelingen door een tandarts die zachtzinnig te werk gaat en aandacht heeft voor de patiënt kan de
angst verminderen, maar het blijft de vraag of, bij angst inet een traumatische oorsprong, EMDR niet beter werkt." Botterik Intussen haalt Broers haar volgende patiënt. De ogen van de vrouw stralen pure angst uit en als Martell even later de vragenlijst bekijkt waarop zij heeft aangegeven hoe ze zich voelt, blijkt ze voor extreme scores te hebben gekozen. Op de schaal waarop ze kan aangegeven hoe gespannen ze zich voelt, heeft ze het maximum aangekruist. Het moet haar een bewonderenswaardige hoeveelheid moed hebben gekost om op de tandartsstoel plaats te nemen. Haar begeleider, veel patiënten komen liever niet alleen, legt in de wachtruimte uit dat een botterik van een tandarts de oorzaak is van haar angst. Jarenlang, vanaf haar vroege jeugd, zegt hij, ging de vrouw zonder al te veel problemen naar de tandarts. Tot ze na een verhuizing terecht kwam bij een tandarts die haar zo grof behandelde dat ze er nooit meer een wilde zien: niet deze, maar ook geen andere. Haar broer hield aan de behandelingen van dezelfde man ook al een flinke afkeer van tandartsen over; de man zou een spoor van angstige patiënten achter zich hebben gelaten. Als de vrouw de behandelkamer verlaat, is de opluchting van haar gezicht te scheppen. Veel zin oin te praten heeft ze echter niet, ze wil het liefst zo snel mogelijk weg. Alleen het idee dat lotgenoten wat aan haar relaas zullen hebben, doet haar besluiten iets te zeggen. Haar angst, vertelt ze, heeft ze inderdaad overgehouden aan die ene tandarts. Toen haar gebit langzamerhand slechter werd, ging ze naar een kaakchirurg in de hoop dat die haar tanden en kiezen zou trekken en dat ze een kunstgebit zou krijgen. Maar die weigerde, haar gebit was niet slecht genoeg. Op de vraag waarom ze niet gewoon naar een sympatieker en voorzichtiger tandarts is gegaan, volgt een wrange glimlach. Zo eenvoudig is het niet. Ze is inmiddels bang voor iedere tandarts en alleen het gevoel dat ze bij de angsttandarts zelf kan bepalen wanneer een behandeling stopt, heeft haar genoeg vertrouwen gegeven om
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998
VU-Magazine | 492 Pagina's