VU Magazine 1998 - pagina 112
Is het simpele feit dat je al de hele dag wakker bent eigenlijk wel de belangrijkste reden om te gaan slapen? Onze biologische klok blijkt best genept te kunnen worden.
Robert van Wiliigenburg
En misschien is zo de gevreesde winterdepressie wel te verhelpen.
De bioklok
ontregeld De gordijnen zijn dicht en blijven dicht - dat wil zeggen: er is voor de gezelligheid wel een gordijn, maar erachter bevindt zich een blinde muur. De huisbaas is iemand met een camera die de tijdelijke bewoner in de gaten houdt en zegt wanneer het licht uitmoet. Het is er niet zo groot en het is hooguit doelmatig ingericht, nraar menig student zal jaloers zijn op het Ikea-kamertje in het Groningse Academisch Ziekenhuis (AZG), dat voornamelijk bedoeld is om er te ontspannen. Met een videorecorder, magnetron, computer, een aangrenzende badkamer en vooral een bed is het kot van alle gemakken voorzien. Opvallend afwezig is een klok. Wanneer een slimme proefpersoon besluit de tijdregistratie van de computer te raadplegen, zal hij merken dat er mee gerommeld is. Zelfs de Martinitoren, op een steenworp afstand, is niet te horen. De displays van de video, van de stereo, de magnetron en zelfs van de airconditioning verraden niets. In deze ruimte bestaat geen tijd: hier doet de biologische klok verwoede pogingen greep op de situatie te houden. Maar de wetenschap is hem slimmer af. Het slaap-waakonderzoek in het AZG is ondergebracht bij de afdeling Psychiatrie. Tientallen (34) proefpersonen hebben zich in Groningen de afgelopen jaren (2,5] een week lang vrijwillig van hun ritme laten beroven. Beplakt met elektroden mogen ze pas gaan slapen wanneer de onderzoekers het zeggen. De proefpersonen zijn steeds gezonde vrijwilligers geweest; pas sinds kort worden er ook aan depressies lijdende patiënten onderzocht.
36
wcs MAART/APRIL
1998
Ritme Even verderop is het werkterrein van de vier onderzoekers, volgestouwd met computers en meetapparatuur. De leider van het onderzoek in het AZG is dr Domien Beeisma (46), van huis uit fysicus. "Dat ik als natuurkundige hier werk lijkt onlogisch, maar ik ben destijds gepromoveerd op de biofysica van het zien bij insecten. Daardoor weet ik veel van het verwerken van elektrische signalen, die we meten met EEG'S. ZO bleek ik hier uiteindelijk ook wat te kunnen betekenen." Behalve in het academisch ziekenhuis is Beersma ook werkzaam voor de vakgroep Biologische Psychiatrie van de Groningse universiteit. In Haren onderzoekt hij met een vergelijkbare opstelling vooral gezonde patiënten. Het zoeken is daar naar de doelmatigheid van de slaap: "In Haren proberen we te ontdekken waar slaap voor nodig is. Moet er, zoals vaak gedacht wordt, inderdaad iets hersteld worden tijdens de slaap, en zo ja wat dan? We belasten de proefpersonen beurtelings met lichte en zware mentale of fysieke arbeid. We willen weten of we daar in de slaap die er op volgt iets van terugvinden." In het AZG is het vooral het ritme dat centraal staat. De slechts beperkt op de hoogte gestelde proefpersonen in de tijdvrije ruimte wordenonderworpen aan 'geforceerde desynchronisatie', wat betekent dat hun slaap-waakschema in de war wordt gebracht. De fluctuaties in de lichaamstemperatuur en de hormoonhuishouding lopen niet meer synchroon met het slaap-waakritme. Op bepaalde momenten gaat het licht uit of de wekker aan. De bedoeling is om de biologische klok te ontregelen. Die klok bestaat echt, hij zit tussen de zenuwbanen van de ogen. Tegenwoordig gaat men er vanuit dat de biologische klok een cyclus heeft van ongeveer 24,2 uur.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998
VU-Magazine | 492 Pagina's