VU Magazine 1998 - pagina 29
melodie. Shmulevich is een in Moskou geboren Amerikaan, die in een onderzoeksproject van de Stichting voor Informatica Onderzoek Nederland (SION), waarin het NICI en de Universiteit
van Amsterdam samenwerken, het zoeksysteem op Internet moet gaan vormgeven. Zo te horen had Shmulevich het ver kunnen brengen in de muziek. Net niet ver genoeg, vindt hij even later zelf, als we in zijn nog kale kamer zitten: "Ik wilde oorspronkelijk concertpianist worden, maar ik was niet goed genoeg om de echte top te bereiken. Om niet de rest van mijn leven ongelukkig te blijven, heb ik gekozen voor mijn andere liefde, de wiskunde." Op Purdue University studeerde Shmulevich af als electrical engineer, gespecialiseerd in digital signal processing. Hij hield zich daarna bezig met het zodanig verwijderen van ongewenste onderdelen op foto's, dat niet meer opviel dat er iets aan de afbeelding veranderd was. In feite zal hij in Nijmegen hetzelfde met muziek doen. Hij moet de ritmische structuur van een muziekstuk terugbrengen tot haar essentie en vangen in een computerprogramma. Daarmee kunnen dan, bijvoorbeeld in een netwerk, melodieën worden opgespoord die een vergelijkbaar patroon vertonen. Op Internet, waar inmiddels veel muziek te beluisteren valt, kun je op die manier een muzikaal thema dat door je hoofd speelt maar waarvan je de titel even bent vergeten, snel terugvinden. Shmulevich zingt een voorbeeld. "Ta, da, da, dum, je kent het thema wel. De eerste noten van de vijfde van Beethoven. Stel dat de naam van de componist en het stuk me even niet te binnen wil schieten, dan kan ik het thema via een keyboard, of misschien wel zingend, aan mijn zoeksysteem in de computer doorgeven. Die speurt dan naar het ritme dat ik zong en ook naar de melodie, want informatie daarover kan net zo goed helpen bij het zoeken. Op den duur moet de naam van Beethoven en van diens vijfde symfonie uit de brij van gegevens boven komen drijven."
Hinderlijk foutje Vooreerst zal het volgens Shmulevich niet lukken om naast de namen van een componist en een muziekstuk ook meteen de antecedenten van een bepaalde uitvoerend kunstenaar aan de computer te ontlokken. Daarvoor zou degene die de informatie opvraagt een vrijwel volmaakte imitatie moeten geven van de individuele stijl van die ene musicus of dat ene orkest, en dat is eigenlijk onmogelijk. Er zitten zo al genoeg problemen aan zijn werk, vertelt Shmulevich. Die zitten bijvoorbeeld in de onnauwkeurigheid van het menselijk geheugen. Wie bij het inzingen of inspelen van een muziekstuk een klein foutje maakt, zet de computer hopeloos op het verkeerde been. Stel je maar eens voor, zegt Shmulevich, dat een pianist een noot vergeet. Voor het menselijk oor is dat hoogstens een hinderlijk foutje, dat snel vergeten is. De muziek gaat tenslotte verder en blijft herkenbaar. Bij een computer werkt dat anders. Die redeneert strikt logisch en verwacht dat de noten in de volgorde van het notenschrift worden gespeeld. De computer vult het gat dat vanwege die vergeten noot is gevallen, op met de eerstvolgende noot die de pianist wèl speelt. Die voldoet natuurlijk niet aan de verwachtingen en wat er verder volgt doet dat ook niet meer. Vanaf die eerste vergeten noot, loopt de computer het hele stuk lang een noot achter en herkent helemaal niets meer. "Mijn opgave is het daarom", zegt Shmulevich, "de computer meer als mens te werk te laten gaan. Om te beginnen wil ik weten op grond waarvan iemand vindt dat twee melodieën of ritmes hetzelfde zijn. Daarna moet ik een computerprogramma ontwerpen, dat op eenzelfde manier met die overeenkomsten omgaat. Wanneer dat lukt, kan de computer bijvoorbeeld een componist helpen zoeken naar een melodie op Internet en voorkomen dat hij plagiaat pleegt." Shmulevich is voorzichtig wanneer hij zijn werk moet plaatsen in het geheel van de activiteiten van de onderzoeksgroep. "Voor een buitenstaander is dat inderdaad niet eenvoudig te begrijpen", zegt hij omzichtig formulerend. "Muziek
is nu eenmaal luoeilijk te formaliseren. Een bioloog of een ingenieur heeft een duidelijk studieobject en kan makkelijker concrete voorbeelden geven. Maar laat ik het zo stellen: wij proberen te begrijpen hoe mensen muziek waarnemen en hoe je die waarneming in een computermodel kunt vangen. Daar draait het om." Shmulevich is in ieder geval niet de oceaan overgestoken om snel rijk te worden: "Wanneer ik in de Verenigde Staten bij een commercieel bedrijf was gaan werken, had ik een aanvangssalaris
gekregen dat in de tonnen loopt. Daarop hoef ik hier niet te rekenen." Shmulevich kan nu wel zijn beide liefdes - de muziek en de wiskunde - combineren. "Muziek zit al m mijn hart", zegt hij, "nu kan ik er mijn werk van maken. Wiskunde lijkt meer op muziek dan veel mensen denken. In de wiskunde heb je niet genoeg aan louter harde logica, er komt wel degelijk emotie aan te pas. De ene wiskundige zal een andere weg naar de oplossing voor een probleem kiezen dan de andere en dus met andere oplossing komen. Bovendien komt het gevoel van schoonheid dat je ervaart, wanneer je een elegante oplossing voor een wiskundig probleem hebt gevonden, heel aardig overeen met het gevoel van schoonheid dat muziek je kan geven."
fotografie: Elmer Spaargaren
wcs
JANUARI/FEBRUARI 1998
29
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998
VU-Magazine | 492 Pagina's