VU Magazine 1998 - pagina 323
BEPROEVING
In laboratoria en testcentra wordt het lichaam soms tot het uiterste beproefd. Wat kan een mens verdragen? Een serie over technologische martelwerktuigen. Aflevering 5: de recompressiekamer.
"Kent u het gevoel dat bij het dalen van een vliegtuig uw oren pijn doen? Dat gevoel krijgen ook de mensen die een denl<beeldige duil^ mal<en in deze recompressiekamer. We kunnen de druk in de ruimte, die zo groot is als een caravan, zodanig opvoeren dat het voelt alsof je bijvoorbeeld op achttien meter onder de zeespiegel zit. We gaan in enkele minuten, met korte tussenstops naar 'beneden', en onderweg is het een kwestie van je neus dichthouden en blazen om het drukverschil aan weerszijden van de trommelvliezen niet te groot te laten worden. Anders kan het erg pijnlijk worden. In de recompressiekamer nemen vooral duikers plaats die per ongeluk of noodgedwongen te snel aan de oppervlakte zijn gekomen. Daardoor hebben zich stikstofbellen gevormd m hun bloed, in hun ruggenmerg en mogelijk zelfs in de hersenen. Dat kan niet meer dan tintelende vingers veroorzaken, maar ook verlammingsverschijnselen van uiteenlopende ernst. Door de druk op het lichaam van buitenaf te vergroten, proberen we de stikstofbellen te verkleinen. Daarvoor is het ook nodig om eenmaal op de bereikte diepte extra 100 procent zuurstof in te ademen.
Dat brengt overigens wel het risico mee op een acute zuurstofvergiftiging, die een epileptische aanval kan opwekken. Maar daarop zijn we berekend. Jaarlijks krijgen we circa vijfentwintig sportduikers die een dergelijke behandeling ondergaan. Een nog acutere situatie ontstaat wanneer een duiker een luchtembolie heeft opgelopen, doordat hij tijdens het stijgen naar de oppervlakte onvoldoende lucht heeft uitgeademd. Dat kan de dood tot gevolg hebben. Indien nodig nemen we de luchtemboliepatiënten in de tank mee tot een denkbeeldige diepte van vijftig meter. Overigens behandelen we ook andere 'burgerpatiënten' die gebaat zijn bij een verblijf in een omgeving met zuivere zuurstof, zoals mensen met een koolmonoxide-vergiftiging of met een moeilijk te genezen wond. Zeker voor wie met eerder in de recompressiekamer is geweest, kan een verblijf een angstaanjagende ervaring zijn. Vooraf vragen we of mensen last hebben van claustrofobie. Maar het is vooral de luid sissende luchttoevoer die indruk maakt. Tijdens de behandeling van een patiënt die een duikongeval heeft meegemaakt, is er steeds een verpleegkundige en een duiktechnicus bij hem m de tank. Via een infuus kunnen ze snel medicijnen toedienen. In noodgevallen kan er vanuit een aangrenzende druksluis iemand te hulp schieten. Normaal gesproken bevinden de artsen zich in een aparte controlekamer waar ze op monitors de conditie van de patiënt kunnen volgen, zoals de koolzuurafgifte, bloeddruk en de ademhaling. Met iemand die een duikongeval heeft gehad, dalen we doorgaans af tot een diepte van achttien meter. Het verblijf daar duurt vijf tot zes uur. Gelukkig hebben we een klein luchtsluisje gemaakt waardoor behalve medicijnen ook koffie en versnaperingen kunnen worden aangereikt. Voor de begeleiders wel te verstaan; de patiënt krijgt alleen maar water."
Richard Cinqualbré, duikerarts, Duil<-Medisch C e n t r u m , Koninl<[ijl<e Marine, Den Helder. Interview: Mark Traa. Fotografie: Lenny Oosterwijk.
wcs SEPTEMBER/OKTOBER 1998
19
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998
VU-Magazine | 492 Pagina's