Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1998 - pagina 447

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1998 - pagina 447

5 minuten leestijd

moderne taal ontwikkeld. "De generatieve theorie in de taalkunde", zegt Van Driem, "verklaart de systematiek van moderne talen uit het feit dat ze beantwoorden aan een omvangrijke verzameling universele regels. En het is net mikado: als je er één stokje tussenuit trekt, stort het hele staketsel in elkaar. Voor een taal die het met wat minder regels moet doen, is in de generatieve perceptie geen ruimte. Maar over de werkelijkheid zegt dat natuurlijk niets, het is de theorie die hapert." In dat opzicht, vindt de linguïst, laten generativisten zich goed vergelijken met creationisten. "Voor een creationist is de evolutionaire ontwikkeling van bijvoorbeeld de ogen uitgesloten. Rudimentaire stadia van zoiets ingewikkelds zouden ondenkbaar zijn. Maar wat de creationisten over het hoofd zien, is dat de mechanismen achter de ontwikkeling van ogen heel eenvoudig zijn. Er is een mutatie voorstelbaar die zorgt voor een inkeping in een lichtgevoelig stukje huid. De differentiële waarneming die daardoor ontstaat, zal allerlei voordelen bieden. Ergo: onder druk van de natuurlijke selectie ontwikkelt die inkeping zich in de loop van miljoenen jaren tot een orgaan waarin de visuele waarneming is geoptimaliseerd. Daar is niets geheimzinnigs aan."

Signalen

Volgens Van Driem is er geen reden om aan te nemen dat het bij taal anders is gegaan. Ook de ontwikkeling daarvan zou terug te voeren zijn op heel eenvoudige elementen en principes, in de vorm van een beperkt aantal fundamentele eigenschappen van zinsbouw en betekenis: Tot de verschijning van zijn nieuwe boek laat hij het achterste van zijn tong liever nog niet zien, maar een bescheiden tipje van de sluier mag wel opgelicht. "De aard en de mogelijkheden van zinsbouw zijn niet biologisch gegeven, zoals generativisten veronderstellen, maar wiskundig bepaald. Overal waar sprake is van een lineaire opeenvolging van elementen, die hiërarchisch gerelateerd zijn, heb je maar een beperkt aantal mogelijkheden om die elementen

te combineren. Dus ook in taaiconstructies. Je kunt wiskundig vaststellen hoeveel syntactische mogelijkheden er zijn én welke dat zijn. En daar zit elke taalgebruiker aan vast, of hij nu een mens is of een wezen op een andere planeet." Anders dan de wetten van de syntaxis zou het element 'betekenis' zich evolutionair-biologisch laten verklaren. Sterke aanwijzingen daarvoor vindt Van Driem in recente studies naar de communicatie bij andere primaten. "Sommige apen hebben een soort rudimentaire taal. Chimpansees en bonobo's maken gebruik van woorden die nog niet als symbolen functioneren, maar louter als signalen. Het bijzondere is dat ze die signalen ook vaak gebruiken om hun soortgenoten te bedriegen. Ze wenden er iets mee voor wat er niet werkelijk is. Die misleiding, is mijn opvatting, kun je zien als een voorstadium van betekenis in onze menselijke zin." Uit de prototaal van de Homo habilis en de Homo erectus, illustere voorlopers van de moderne mens, moet bij de Homo sapiens uiteindelijk zoiets als een 'oertaal' zijn gegroeid. Die oertaal geldt weer als de bron van de grote taalfamilies waaruit onze hedendaagse talen zijn voortgekomen. Talen waarvan er sommige niet stuk te krijgen lijken, terwijl andere zoals het Dumi na eeuwenlange trouwe dienst worden afgedankt. Op grond waarvan eigenlijk? In elk geval niet op grond van tekort schietende kwaliteiten. "Talen die uitsterven zijn talen die hun prestige kwijt zijn", zegt Van Driem. "Dat prestige wordt bepaald door allerlei factoren. Sociale, politieke, economische. Niet door talige aspecten, het teloorgaan van een taal heeft nooit te maken met intrinsieke kwaliteiten. De verdringende taal is soms veel minder rijk in woordenschat en grammatica. Maar het is net als met sommige diersoorten: die kunnen nog zo prachtig in het ecosysteem passen, een paar flinke ingrepen in de omgeving en ze zijn reddeloos verloren."

tot het verdwijnen van een taal, is vaak moeilijk aan te geven. Bij het Dumi kan daar geen twijfel over bestaan. Van Driem: "Eind achttiende eeuw is het gebied van de Dumi veroverd en ingelijfd door de Gorkha's, het volk dat we nu Nepalezen noemen. Daarmee begon de status van het Dumi onvermijdelijk af te kalven. Tot het moment, een jaar of veertig geleden, dat Dumiouders hun kinderen tweetalig gingen opvoeden. In de praktijk blijkt dat altijd het omslagpunt: dan kun je er zeker van zijn dat een taal verloren is." En zo'n verlies is altijd weer te betreuren, vindt Van Driem. Waarom? Om dezelfde redenen waarom we het uitsterven van diersoorten moeten betreuren. Elk verlies houdt het verdwijnen in van een kostbaar stukje verscheidenheid. "Het uitsterven van een taal betekent ook het verloren gaan van een taalgemeenschap en van een belevingswereld. Dat is jammer voor ons, de biologisch-evolutionair geïnteresseerde taalkundigen, jammer voor de menswetenschappen, jammer voor iedereen die het verfrissend vindt zich van tijd tot tijd aan een andere cultuur te laven." Omdat alle talen een manier van omgaan met de werkelijkheid representeren, dragen ze bovendien stuk voor stuk bij aan ons inzicht in de mogelijkheden van de menselijke geest. Wat een goede reden lijkt om juist exotische talen zoals die van de Himalaya voor het nageslacht te bewaren - al is het maar in de vorm van een gedegen proefschrift. Van Driem: "Als we alleen de WestEuropese talen kenden, was het letterlijk ondenkbaar dat er zoiets als Zhonka en de bijbehorende geesteswereld bestond. Dat we ons van die wereld nu althans een vage voorstelling kunnen maken, ervaar ik als een verrijking."

Omslagpunt

Welke factoren precies hebben geleid

wcs NOVEMBER/DECEMBER 1998

71

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's

VU Magazine 1998 - pagina 447

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's