Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1998 - pagina 212

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1998 - pagina 212

5 minuten leestijd

^Wi^-''W^WMi:^Wi^?^W^^^V^^MS^^^^^10W^^^W^M^^^$^WW^M^'

goed recht!" In hetzelfde artikel laat hij weten: "Morgen vertrek ik zelf naar het oorlogsterrein".

Colijn, 27 jaar oud, poseert als eerste-luitenant in Atjeh, mét de Militaire Willemsorde op de borst.

Het is zijn eerste kennismaking met het slagveld en hij blaakt van wraaklust. We kunnen dat weten omdat hij - als bijverdienste en vanaf Java - artikelen over de Lombokkrijg begint te schrijven in het dagblad De Nederlander van het kamerlid De Savornin Lohman. In zijn eerste artikel lezen we: "Wij zullen niet weten wat genade is! Het is onze heilige roeping Mataram en Tjakra Negara voor eeuwig met de grond gelijk te maken, opdat zelfs de herinnering verloren ga en men de plaats niet meer weet aan te wijzen waar eens het verraad in eere zetelde." Eind september wordt Mataram veroverd en behandeld zoals door Colijn begeerd. Wagnerkenners onder de waarnemende Nederlandse officieren beschrijven telegrafisch het bloedbad als een Götterdammerung. "Zonder het te weten, beseffen wij wat zulke strijdtoneelen te beteekenen hebben", huivert Eigen Haard op zaterdag 6 oktober 1894. Colijn zit nog op Java als hij i oktober voor De Nederlander zijn artikel over de val van Mataram schrijft, maar wat hij heeft gehoord is voor de 25-jarige voldoende om bij voorbaat stelling te nemen tegen eventuele kritiek uit Holland. "Geen gezeur! In den oorlog houdt menschlievendheid op. Kort recht.

60

wcs

MEI/JUNI

1998

Militaire Willemsorden De vaststelling dat Colijn niet aanwezig was bij de verovering van Mataram is van belang voor het vervolg. Ook daarin rijst de vertrouwde kernvraag: betrof het een exces of was er sprake van een heimelijk in het koloniale leger geaccepteerde praktijk? Colijn - nog zonder gevechtservaring komt op z'n eentje nog ruim op tijd op Lombok aan om als nieuwe commandant van een gehavend peloton Ambonezen de slotfase van de strafexpeditie mee te maken: de verovering op 18 november 1894 van Tjakra Negara. Daarbinnen ligt de Poeri van de bejaarde Radjah, die enkele dagen later gevangen wordt genomen. Het Nederlandse volk wordt dan uitgenodigd om het volgende te zingen op de wijze van "Zij zullen het niet hebben": De radjah is gevangen, Tjakra Negara's Vorst, De dwingland dient gehangen. Daar hij ons tergen dorst. Koningin Wilhelmina vertelt in 'Eenzaam maar niet alleen' dat zij in die dagen als 14-jarig meisje begon te dromen van grote daden "wat dan ook". Nederland heeft behoefte aan helden en het regent na de Lombok-expeditie dan ook Militaire Willemsorden. Er werden er maar liefst 96 uitgereikt, waarvan ruim 60 terechtkwamen bij de 200 officieren. Ook nieuweling Colijn viel in de prijzen. Maar waarvoor precies? Tot op heden wil de mythe dat de latere Neerlandse premier aan het hoofd van een compagnie Ambonnezen als eerste de Poeri van de radjah binnenstormde. Zijn kapitein was ziek geworden en toen moest hij de compagnie in de strijd aanvoeren. Van dat verhaal laat Langeveld geen spaan heel. En overtuigend toont hij aan dat Colijn zelf de bron is van deze mythe. Colijn heeft in zijn brieven aan zijn familie gewoon zitten opscheppen. De meest milde verklaring lijkt me dat

hij behoefte kan hebben gehad aan een acceptabel verhaal voor zijn familie in Nederland waarom hem de Militaire Willemsorde 4e klasse is toegekend. Hem was inmiddels gebleken dat hij zich al tegenover zijn eigen vrouw moest verdedigen wanneer hij schreef wat hij werkelijk had gedaan. En hoe kon hij toen vermoeden dat zijn verzonnen jongensboekenverhaal, geschreven in een brief aan een oom en tante in Brabant later in kranten en boeken zouden worden rondgebazuind (en een eeuw na dato als snoeverij aan de kaak gesteld?) De summiere voordracht voor de Militaire Willemsorde vermeldt slechts dat hij "met bijzondere kalmte, moed en beleid zijn peloton onder benarde omstandigheden wist aan te voeren". Dat was wel erg vaag. Een uitgebreidere toelichting bevat het KB van 9 april 1895, waarin Colijn de onderscheiding werd toegekend: "Deze officier was commandant van het eerste peloton der derde compagnie van het tweede bataljon, onder Kapitein Van der Ende en bleef voor den Westmuur der Poeri, onder hevig vuur des vijands, achter zonder tandoes, reserve-munitie en pioniersgereedschap, welke den Kapitein Van den Ende bij den aanval op den Dewatempel waren gevolgd. Na een gesneuvelde en zes gewonden gekregen te hebben, besloot de 2e luitenant Colijn, toen hij tevergeefs beproefd had het noordelijk poortje, dat de vijand gesloten hield, met de kolven open te breken, om de gewonden in spreien mede te voeren en achter den muur ten westen van den weg terug te trekken op de 4e compagnie."

Onaangenaam werk Dat was het dus. Dat klopt met de brief, die Colijn zes dagen na de strijd aan zijn vrouw op Java schreef, al begint hij daarin zijn verliezen (i dode en 6 gewonden) al iets te overdrijven: "Ik deed den eersten aanval op de Poeri, doch het gelukte mij niet om erin te komen, door de vele dooden en gewonden die ik kreeg. Daarna stormde de kapt. v.d. Ende met het andere gedeelte van de compagnie." Deze kapitein had dus gewoon de leiding toen het deel van de com-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's

VU Magazine 1998 - pagina 212

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's