Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1998 - pagina 98

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1998 - pagina 98

4 minuten leestijd

Edward O. W i l s o n : een fascinerende c o m b i n a t i e van raadselachtigheid en prachtige verhalen.

mentaal juist de ruimte zijn vleugels steeds verder uit te slaan. Hij verdiept zich in oecologie, ethologie, genetica, en streeft er meer en meer naar dat alles in één grote evolutionair verband te plaatsen.

een filatelistische onderneming geworden - maar de biologie gaat flink op de schop. De hele indeling van het vak, en daarmee ook van biologische faculteiten over de hele wereld, verandert, en dat leidt tot contacten, en samenwerking, tussen mensen die elkaar eerder nauwelijks zagen. Misschien is dat wel de meest wezenlijke bijdrage van de moleculaire revolutie aan de biologie. Wilson's werkkamer raak steeds meer ingesloten tussen laboratoria vol petrischalen en pipetten, en hij waagt het ten slotte om de directeur van het Museum of Comparative Zoology te vragen of hij daar niet werken kan. Dat kan, en al snel wordt hij conservator entomologie. Maar de veilige beslotenheid van het museum, postzegeloord bij uitstek, geeft hem

22

wcs

MAART/APRIL

1998

Welletje In 1971 verschijnt 'The Insect Societies', waarin Wilson de biologie - indeling, anatomie, levensloop, gedrag en sociale organisatie - van sociale insecten (mieren, bijen, termieten) beschrijft. Als dat boek eenmaal uit is, besluit hij om, als Forrest Gump die aan het eind van de dorpsstraat besluit door te lopen naar de eerstvolgende oceaan in die richting, meteen maar door te gaan met het schrijven van nog zo'n boek, zij het dan over alle sociale dieren. Dat wordt 'Sociobiology, the New Synthesis', verschenen in 1975. Even gaat het goed. Het boek wordt door deskundigen heel positief beoordeeld. Maar dan breekt de hel los, nou ja, een belletje. In zijn autobiografie bekent Wilson, zoals hij het zelf uitdrukt "schuld". Eigenlijk schreef hij twee boeken: een dik boek, ruim 650 pagina's, dat "een encyclopedisch overzicht [bood] van sociale micro-organismen en dieren, waarin de gegevens volgens de principes van de evolutiebiologie gerangschikt

waren", en een dun boekje van 29 pagina's, het laatste hoofdstuk, waarin hij sociaal-wetenschappelijke gegevens over mensen vrijelijk speculerend in een biologisch perspectief plaatste. Die twee boeken had hij beter uit elkaar kunnen houden, zo meent hij. De critici vielen over het dunne boek, en waren misschien minder hard gestruikeld als het van het dikke boek niet zoveel wetenschappelijk gewicht had meegekregen. Toch zou het jammer geweest zijn als hij zijn boek had opgedeeld. De belangrijkste kritiek op zijn benadering van de mens is dat hij ons voorstelt als wezens die door genen worden gedreven. Juist in zijn dikke boek laat hij zien wat hij zich daarbij voorstelt. In hoofdstuk 7 bijvoorbeeld beschrijft hij uitgebreid hoeveel stappen er zitten tussen genen en gedrag, en hoe bij al die stappen omgevingsfactoren, waaronder sociale factoren, het gedrag kunnen beïnvloeden. Hij laat uitgebreid zien hoe zich bij allerlei dieren lokale tradities ontwikkelen die tot gedragsverschillen tussen populaties leiden zonder dat er van genetische verschillen sprake is. Wilson is geen genetisch determinist, althans niet in de zin van iemand die meent dat je uit een overzicht van de genen van een organismen zou kunnen opmaken hoe dat organisme eruit zal zien en zich zal gedragen. Die kom je onder echte biologen ook niet tegen. Een ander punt van kritiek is dat Wilson de sociale wetenschappen, tot en met de normatieve ethiek aan toe, in de biologie lijkt te willen onderbrengen. Zeker wat dat laatste vak betreft is dat onverstandig; dat is geen wetenschap in welke zin dan ook. En voor de echte menswetenschappen is het op zijn minst prematuur. Voordat die kunnen gelden als onderdelen van wat dan biologie heet, zal er in de biologie nog heel wat moeten gebeuren. Sociologen en cultureel antropologen zijn zich veel meer dan biologen bewust van het risico dat ze al projecterend veel van hun eigen manier van denken aan hun onderzoeksobjecten toeschrijven. Daar kan de biologie nog veel van leren. Overigens lijkt ook Wilson hier wat op zijn schreden te zijn teruggekeerd. Schreef hij in 1975 nog dat vanuit het

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's

VU Magazine 1998 - pagina 98

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's