Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1998 - pagina 287

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1998 - pagina 287

4 minuten leestijd

Matt Ridley, 'De oorsprong van de Contact, f 49,90.

moraal',

Is de mens van nature goed of slecht? Dat is zo'n oervraag die tot een eindeloos, onbeslisbaar debat lijkt te leiden. Op grond van de inzichten van Charles Darwin zou je kunnen zeggen dat de pessimisten gelijk hebben: het menselijk bestaan is een strijd van mens tegen mens, we jagen op meedogenloze wijze ons eigenbelang na,- de besten en de sterksten zullen altijd overwinnen. De enige manier om onze instincten in toom te houden, schijnen cultuur, opvoeding en overheidsdwang te zijn. Het aardige is nu dat binnen de evolutiebiologie eigenlijk een soort tegenbeweging is ontstaan ten aanzien van deze pessimistische interpretatie van het darwinisme. De vraag naar de ware aard van de mens heeft een nieuwe impuls gekregen. De titel van het boek van Frans de Waal 'Van nature goed' geeft de teneur daarvan duidelijk aan, en ook de Britse wetenschapsjournalist Matt Ridley benadrukt vooral de inherente deugdzaamheid van de mens. Aan de hand van talloze onderzoekingen bij dieren en mensen laat Ridley zien dat altruïsme niet moet worden veroverd op de natuur, maar daar juist deel van uitmaakt. De moraliteit zit al in onze instincten.

:

Dieren en mensen zijn erbij gebaat om met elkaar samen te werken, en af te zien van een al te platvloers najagen van eigenbelang. Als iemand een stuk vlees veroverd heeft, is het in zijn belang dat te delen met anderen die minder succesvol zijn in de jacht. Want volgende keer kan het andersom zijn, en is de aanvankelijk zo succesvolle jager zelf aangewezen op de generositeit van anderen. We zouden verhongeren, als we niet altruïstisch zouden zijn. We hebben baat bij onbaatzuchtigheid; dergelijk

Baat bij onbaatzuchtigheid gedrag biedt evolutionair voordeel. Voor Ridley doet dit aspect van eigenbelang weinig af aan het altruïsme. Als iemand in het water springt om een drenkeling te redden, en hij doet dit om daar zelf beroemd mee te worden, is wat hem betreft het handelen van de redder in nood daarmee niet minder edelmoedig. Nu is Ridley niet naïef in zijn beklemtoning van de natuurlijke deugdzaamheid van de mens. Hij laat zeer uitvoerig zien dat die geneigdheid tot groepssamenwerking een keerzijde heeft: geweld. Er bestaat een menselijk instinct om iedereen die buiten de eigen groep valt vijandig te bejegenen. De neiging tot altruïsme heeft als spiegelbeeld een neiging tot vreemdelingenhaat, en een grote bereidheid om een stammenstrijd aan te gaan. De mens is een sociaal wezen met de grootste bereidheid tot samenwerking, maar meteen ook het meest gewelddadige. In die zin valt er op de goedheid van de mens nog wel wat af te dingen.

schappen die zelf hun zaakjes wel regelen; gemeenschappen gebaseerd op vertrouwen, samenwerking en wederkerigheid. Met minder staat méér mens, zou zijn motto kunnen luiden. Ik gun Ridley zijn romantische gemeenschapsideaal graag, maar hij maakt niet duidelijk hoe zoiets te realiseren valt in samenlevingen waar steeds meer mensen in de stad en steeds minder mensen op het platteland leven. In de anonimiteit van de stad biedt zoiets als overheidscontrole tenminste nog enige waarborg tegen de chaos. Te vrezen valt dat het afschaffen van de staat met het beste maar het slechtste in de mens zal oproepen, (KN)

1

Tot zover heeft Ridley een prachtig boek geschreven, dat zowel qua stijl als qua inhoud heel overtuigend is. Discutabel wordt het op het einde ervan, wanneer hij aanbevelingen doet die het goede in de mens kunnen versterken, en het slechte afzwakken. Zijn recepten hebben een conservatief-liberale signatuur: bevorder de handel, beperk de invloed van de staat. In de ogen van Ridley vertrapt de staat zo ongeveer iedere menselijke neiging tot verantwoordelijkheidsgevoel. Tegenover de grootschalige, autoritaire staat presenteert Ridley zijn ideaal van kleine, hechte gemeen-

IMATTRIOLEY III

wcs

VAN Oh MORAAL

JULI/AUGUSTUS

1998

I

1 55

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's

VU Magazine 1998 - pagina 287

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's