VU Magazine 1998 - pagina 216
Travestie Daar is nog iets interessants bijgekomen: meer aandacht voor de historische cultuur. Niet langer is alleen de historische wetenschap onderwerp van studie, maar ook de historische roman, de historische beeldende kunst, historische optochten. Geschiedtheoretici werden cultuurhistorici. Juist de Romantiek was wat dat aangaat een interessante periode, omdat in die tijd veel werd geëxperimenteerd met al die genres. Vandaar dat die periode tegenwoordig zoveel aandacht krijgt van historici. Bij geschiedtheoretici ging het lange tijd toch vooral om het product: het boek. Men stelde vragen als: hoe is in dat boek omgegaan met problemen van objectiviteit of partijdigheid? Dat werd anders. Men vraagt zich nu af: wat gebeurt er eigenlijk voordat het boek er is? Vandaar de opkomst, gedurende de laatste tien jaar, van themata als: de aantrekkingskracht van sporen uit het verleden, de historische sensatie, de historische interesse. Maar ook vragen als: hoe geeft een historicus zijn verhaal vorm, ook wel bekend als de kwestie van de representatie van het verleden. Wat gebeurt er nadat het boek is verschenen? Tot wat voor historisch besef geeft het boek aanleiding? ToUebeek: "Al met al kun je stellen dat de geschiedtheoretici een breder belangstelling hebben gekregen. Er zijn talrijke verbindingen met andere deelgebieden van de geschiedenis ontstaan. Zo had je aanvankelijk een geschiedenis van de politiek tout court. Inmiddels hebben we de overgang gezien naar een geschiedenis van de politieke cultuur. In die geschiedenis is één van de vragen: hoe gaan politici om met de overgeleverde tradities? Scheppen ze nieuwe tradities? Welnu, daaraan kun je zien hoe dicht de geschiedenis van de geschiedschrijving en de historische cultuur tegen de geschiedenis van de politieke cultuur aan ligt." Over politiek gesproken. Het revisionistische gekibbel van historici is wel eens vergeleken met een aantal twistende schilders voor een leeg doek. Al gaat die vergelijking natuurlijk niet helemaal op, omdat er wel degelijk een model is. Er zijn wel degelijk historische feiten.
64
wcs
MEI/JUNI
1998
Een kind kan een historische roman van een historische studie onderscheiden, meent ToUebeek. Hem kunnen epistemologische vragen over waarheid en partijdigheid in het algemeen dan ook niet zo boeien. Wat hem meer interesseert zijn kwesties van werkelijkheid en authenticiteit. Bij authentieke historische voorwerpen kan het gevoel ontstaan in direct contact met het verleden te komen, de zogenaamde historische sensatie waar Huizinga in het begin van deze eeuw al over schreef. De historische evocatie daarentegen bekommert zich niet om die werkelijke werkelijkheid van het verleden. ToUebeek noemt haar dan ook een vorm van travestie waarbij het verleden alleen maar wordt nagebootst.
historisch niveau. De ideale lezers van die werken zijn dan ook historici en niet langer gewone lezers." Authenticiteit is dus iets anders dan menen dat je de werkelijkheid neerzet zoals die is geweest. Wat dat aangaat was de werkelijkheid in het verleden natuurlijk niet anders dan die van nu: een chaos van gebeurtenissen. De hedendaagse waarnemer construeert daarin betekenis. Zoals de journalist een beeld van het heden construeert, zo doet de historicus dat van het verleden. Nu moet de geschiedenis natuurlijk geen trucendoos worden waaruit zoveel verschillende interpretaties van het verleden te voorschijn worden getoverd dat er niets algemeens meer over te zeggen valt, maar de idee dat je één beeld zou kunnen geven van het verleden is ToUebeek toch wel volstrekt vreemd. "Juist jongeren zijn, meen ik, heel goed in staat de complexiteit van de historische werkelijkheid te vatten, te vatten ook hoeveel kanten het nog had uitgekund. Jongeren hebben wel degelijk historisch besef, maar het is van een andere aard. Het is prima dat ze geen grote verhalen over het verleden meer voorgehouden krijgen, want die geven misschien wel het idee van zekerheid, maar kunnen ook leiden tot een waan van zelfverzekerdheid. De eclectische houding die veel jongeren kenmerkt, is ook historici niet vreemd. Ook zij moeten kunnen switchen van de ene naar de andere werkelijkheid, van de ene naar de andere betekenislaag."
Jo ToUebeek: *'Het p o s t m o d e r n e historische besef gaat veel m e e r uit van breuken."
"In het algemeen is dat niet wat de echte historicus interesseert. Maar veel historici brengen hun geschiedenis toch wel als een evocatie, in de trant van: zo schreed de tijd voort. Dat is erg makkelijk met alle kennis achteraf. Net als in een historische roman wordt het verleden als op afroep te voorschijn getoverd. Een posturoderne historische roman onderscheidt zich wat dat betreft overigens wel van de klassieke of moderne historische roman. Er wordt voortdurend gereflecteerd over onze mogelijkheden het verleden te kennen. Het zijn bijna steeds romans op meta-
Couleur locale Zijn boek 'De vreugden van Houssaye Apologie van de historische interesse' (1992) schreef ToUebeek deels uit woede tegen het gesloten wereldje van geschiedkundigen met al hun detailonderzoekjes. Maar ook tegen de overheid die historici, net als de sociale wetenschappers, een zeker pragmatisme oplegt en zo een maatschappelijk nut probeert af te dwingen. Terwijl hét verschil tussen historici en sociale wetenschappers toch is dat de laatsten wel gericht zijn op het heden en historici niet. Sociologen en politicologen gebruiken het verleden als een soort ladder naar het heden, historici gaat het om het verleden zelf. En aan het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998
VU-Magazine | 492 Pagina's