Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1998 - pagina 123

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1998 - pagina 123

3 minuten leestijd

Monsters in de

In het donker de 'kooi' verlaten is niets voor Piet Kleine. Alle denkbare angsten die een marathonrijder voorafgaand aan de Tocht der Tochten kan hebben - zoals: als ik maar geen stempelpost mis - worden bij de schaatsende postbode verdrongen door de vrees om in het vroegochtendlijk duister met een horde collega's uit Leeuwarden weg te sprinten. "In het donker ben ik bang", verklaarde Kleine in Het Parool, daags voor de jongste Elfstedentocht. "Je ziet de scheuren niet. Het levert mooie sfeerplaatjes op, maar ik heb er al nachtmerries van gehad. Dan weet je het wel." Dan weten we het wel. Dat denken we tenminste. Maar Piet Kleine heeft alléén nachtmerries gehad als hij in de tweede helft van de nacht wakker is geworden na gedurende een periode van REM-slaap gevoelens van doodsangst, benauwdheid en spierverlamming te hebben doorgemaakt. Dat is tenminste een nachtmerrie volgens modern wetenschappelijk inzicht - wel even wat anders dan zomaar een nare droom. Maar Piet Kleine zal de term wel in de overdrachtelijke zin hebben bedoeld: m het dagelijkse discours is een nachtmerrie vooral een schrikbeeld. En het schrikbeeld van een verraderlijke scheur in het ijs kan zich ook op klaarlichte dag aandienen. Een nachtmerrie is maar één verschijningsvorm van angst die zich tijdens de slaap in hevige mate doet gelden. Er bestaat nog zeker een half dozijn varianten. Dat ze dikwijls allemaal onder de noemer van de nachtmerrie worden geschaard is niet vreemd; de onderlinge verschillen zijn soms buitengewoon subtiel. Het maakt uit in welk stadium van de slaap iemand verkeert, het maakt eveneens uit welke lichamelijke verschijnselen optreden en in welke mate het nachtelijke horrorverhaal kan worden naverteld - en ook wat er dan wordt verteld. Wie een half uur tot een uur na het inslapen plotseling overeind schiet met een glazige blik in de ogen, een verhoogde polsslag en bloeddruk, en badend in het zweet, heeft in elk geval géén nachtmerrie beleefd. Het verschijnsel heet incubus bij volwassenen, maar komt vooral voor bij kinderen (die daarbij doorgaans een ijzingwekkende gil slaken) en heet dan pavor nocturnus. Een Nederlandse benaming is er niet voor het fenomeen, dat dikwijls gepaard gaat met verwardheid, desoriëntatie en slaapwandelen. Na maximaal een half uur is het voorbij. Van echt ontwaken is geen sprake geweest: de geest verkeerde in de sluimerstand. Daardoor wordt niet altijd duidelijk wat nu precies de aanleiding was voor de schrikreactie. De herinnering aan de angstige droom, zo die er al was, is meestal nogal summier.

tiacht

Wie dacht een nachtmerrie te hebben, heeft in werkelijkheid waarschijnlijk een andere vorm van nachtelijk ongerief achter de rug. Echte nachtmerries zijn zó zeldzaam dat ze zich nauwelijks laten bestuderen. Maar het blijft schrikken. "De partner kan denken: hij gaat dood."

Mark Traa

De incubus/pavor nocturnus {night tenor is de Engelse verzamelnaam voor beide) is eeuwenlang aangezien voor een nachtmerrie. Een nachtmerrie in zijn zuivere vorm is echter een nogal zeldzaam verschijnsel: een 'gewone' volwassene heeft er bijvoorbeeld hooguit twee per jaar. Kinderen, vooral in de leeftijd tot zes jaar, hebben er meer. Cijfers en percentages die uit oudere studies naar voren komen, zijn niet altijd even bruikbaar. Vaak werd proefpersonen simpelweg gevraagd of ze weleens last hadden van nachtmerries, zonder die precies te omschrijven. Er zullen daarom heel wat night terrors in de nachtmerriestatistieken zijn geslopen. Kunstenaars Is er iets dat de lijders van nachtmerries gemeen hebben? Begin jaren tachtig onderwierp de Amerikaanse slaaponderzoeker Ernest Hartmann enkele tientallen chronische nachtmerrie-lijders aan een psychiatrisch onderzoek. Een belangrijk onderdeel daarvan was een persoonlijkheidstest. Toen de proef-

wcs

MAART/APRIL

1998

47

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's

VU Magazine 1998 - pagina 123

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's