VU Magazine 1998 - pagina 56
den verkwikken haar ziel met meer, maar de mijne nog steeds. Waarom? Niet vanwege geloof in deze beloften, maar omdat jeugdherinneringen weer levend worden, met alle weemoedig genot van dien: het gevoel van ach, ja, dit ben ik geweest, dit was mijn moeder, dit was het huis waarin wij woonden, dit is voorbij, die tijd, die plek, die betekenis van die woorden. Alleen in het licht van deze herinnering zijn deze regels nog even waar, maar als ze worden opgevat als 'eeuwige waarheid' staan ze een volwassen contact met de werkelijkheid in de weg. Het christendom is voor mij niet meer dan een kinderlijke illusie. Mijn moeder keert voor mijn ogen met lichaam en ziel weder tot stof, en tot niet meer dan dat. Terug naar de kindertijd. Waar kom ik vandaan? Ik herinner mij mijn geboorte niet, laat staan de gebeurtenissen die daaraan voorafgingen. Maar ik vind in de nalatenschap
van mijn ouders een foto van een mij onbekende, jonge vrouw, in een wit, verleidelijk nachthemd, in een bed met witte, omgewoelde lakens, met iets in haar armen, iets in witte doeken gehuld. Zij is alleen. Aan de achterzijde van de foto staat, in mijn moeder's handschrift: Rudi, drie dagen na zijn geboorte. Zij had iets gekregen wat er niet was, terwijl ze niet wist wat zij verlangde, en dat bleek ik te zijn. Ze heeft me nooit kunnen vertellen waar ik vandaan kwam, en ik kon het haar zelf ook niet vertellen, want zoals ik al zei, ik herinner het mij niet.
56
wcs
JANUARI/FEBRUARI
1998
Maar in hetzelfde familie-archief vind ik een vergeeld kaartje: Met dank aan God berichten wij u de geboorte van onzen zoon Rutger Hendrik, J. van den Hoofdakker, A.M. van den Hoofdakker-de Boer, Goor, 4 augustusi934. Waar kom ik vandaan, wat heeft god gedaan in november 1933? Iedereen, ook een kind, heeft gevoelens van lust en onlust, bevrediging en ongenoegen. Ik lees in 'De emoties', die psychologische bijbel van Nico Fzijda, waarin onze innerlijke roerselen voor heidenen worden verklaard. Mocht u bij de citaten die nu volgen in de lach schieten, dan kan ik dat billijken. Maar ik moet erbij zeggen: het ligt dan aan mij, niet aan Frijda. Zijn boek is briljant en geniet wereldfaam. Het dankt deze faam aan de manier waarop de auteur met een internationaal toegankelijk begrippen-apparaat de psychologie van onze emoties beschrijft. Velen zijn van mening dat emoties vaag en ongrijpbaar zijn, dat er over de mechanismen waarmee ze tot stand komen geen verstandig woord te zeggen valt. Met name bij zogenaamde liefhebbers van poëzie treft men deze opvatting nogal eens aan. Wat poëzie 'je doet', 'met je doet', hoe dat komt dat het dat met je doet, het wordt niet zelden in een nevelig religieus gebabbel verwoord. Daar ben ik tegen. De poëtische emotie, poëtisch genot, komt niet van God, maar uit onze lichamen en onze zielen. Amen. Ik citeer: "Er kan worden aangenomen dat lust of onlust voortvloeien uit het bereiken of niet bereiken van elke intentie-uitkomstmatch. Intentie betekent hier het stellen van het doel, en dus van de stelwaarde, van welke georganiseerde gedrags-sequentie dan ook, of dat nu een eenvoudige willekeurige beweging is, een sexuele respons-cyclus, of een verlangen dat in actie wordt omgezet. Bij nieuwsgierigheid, dat wil zeggen cognitieve assimilatie-activiteit, komt de stelwaarde overeen met geslaagde assimilatie, met het bereiken van een match tussen een invoer en een interne representatie. Men kan stellen dat exploratie beloond wordt wanneer de actie-cyclus 'mismatchexploratie-match?' slaagt, en een bevredigende onderneming is omdat dit meestal het geval is." Ik zal u dat uitleggen. Het citaat laat zien dat deze eminente expert het met mij eens is als ik u vertel dat ik als kind al heel ingewikkelde dingen deed. Ik wilde op schoot en als het mij lukte mijn ouders zo ver te krijgen, dan vergeleek ik mijn doelstelling met de uitkomst van mijn gezeur en beleefde daar dan lust aan. Lukken is leuk, lukken geeft lust. Ik was nieuwsgierig, ik wilde weten wat ik nog niet wist, begrijpen wat me verbaasde en als ik vragen gesteld had en het antwoord begreep, dan voelde ik dus bevrediging, lust. Ja, ik vertoonde Punktionslust heb ik later begrepen. "Alles wat we, wanneer we het kunnen doen, goed kunnen doen, geeft bevrediging, vooropgesteld dat het niet op voorhand vastligt dat we het goed kunnen doen - dat ligt in de aard van de bevrediging." Frijda zegt het, en zo is het. Ik was een bezig en nieuwsgierig baasje, dat onderzocht wat het voor de voeten kwam, sterker nog, dat zocht naar het onbekende, want daarin zat een potentiële lustbron. En alweer heeft Frijda gelijk als hij schrijft: "Een kind kan dolblij zijn met een nieuw stuk speelgoed dat het nooit eerder heeft begeerd, net zoals wij compact-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998
VU-Magazine | 492 Pagina's