VU Magazine 1998 - pagina 332
daar zinnige oordelen over uitspreken. Hij had geen enkele moeite om zijn gedachten op coherente wijze onder woorden te brengen. Niets aan de hand dus. Totdat Elliot vreemde dingen ging doen. Hij veranderde van baan en hij veranderde van vrouw. Dat kan gebeuren in een mensenleven, maar bij Elliot vonden de wisselingen wel in erg hoog tempo plaats. Hij was niet in staat om een relatie in stand te houden, de ene vrouw ruilde hij snel weer in voor een ander. Hij handelde op een manier die ieder ander mens uitgesproken dom zou vinden. Maar toen Damasio zijn patiënt onderwierp aan intelligentie-tests, bleek hij daar uitstekend op te scoren. Eén aspect bleek echter opvallend: wanneer Damasio met Elliot sprak, bleef zijn patiënt altijd zo ongelooflijk gelijkmatig en beheerst. Hij zag scherp in dat zijn eigen karakter na de operatie veranderd was, maar enig gevoel van verdriet of besef van verlies scheen die verandering niet op te roepen. En het werd nog vreemder. Toen Damasio wat data voorstelde voor een nieuwe afspraak, behandelde de patiënt bij elk van die data de voors en tegens, maar uiteindelijk kon hij niet tot een besluit komen. Hij bleef maar tegen elkaar afwegen, zonder een knoop te kunnen doorhakken. Bij Elliot was niet de ratio verdwenen, maar het gevoel. Emoties vertroebelen
28
wcs
SEPTEMBER/OKTOBER
1998
het verstand niet, zoals de oude wijsheid zegt, maar scherpen het juist aan; ze sturen onze daden. Als een mens moet kiezen tussen verschillende data voor het maken van een afspraak, speelt daar intuïtie in mee: wat zou mij het beste uit komen? Toen een van de patiënten van Damasio op een morgen met de auto op pad ging, constateerde hij dat de weg beijzeld was en dat er nogal wat auto's tegen de vangrail stonden. De man constateerde dat alleen maar en vervolgde rustig, maar in stevig tempo, zijn weg. Een dergelijke kalmte en beheersing lijkt begeerlijk maar is in werkelijkheid zeer gevaarlijk. Een 'normaal' mens wordt in zo'n geval bang. De zin van dat angstgevoel is dat het ons voor roekeloosheid behoedt: voorzichtig rijden, zegt heel ons lichaam. Zonder gevoel geen verstand. Automonteur Het is een te eenzijdige omschrijving, een hoog IQ garandeert geen intelligent gedrag. Niet dat het IQ onbelangrijk is, of geen enkele voorspellende waarde heeft. Dat heeft het wel. Maar dat heeft het op dezelfde manier als dat in een voetbalwedstrijd het percentage balbezit belangrijk is en een voorspellende waarde heeft ten aanzien van de uitslag: wie het meest aan de bal is, maakt ongetwijfeld de grootste kans om te winnen. Het is wel een zeer beperkt soort omschrijving. Want een partij kan nog zoveel balbezit
hebben, wanneer de eigen doelman de ene na de andere blunder begaat, is de nederlaag toch onvermijdelijk. Cognitieve vaardigheid - taalbeheersing, rekentalent, besef van logica en dergelijke - staat ontegenzeglijk in verband met intelligentie. En in het onderwijs kan niet te weinig aandacht worden besteed aan de ontwikkeling van zulke vaardigheden. Kennis is een belangrijke voorwaarde voor intelligentie, maar valt er niet mee samen. Het is de vergissing van de chauffeur met een matige rijstijl die denkt dat het kopen van een technisch perfecte auto kan voorkomen dat hij nog langer een gevaar op de weg is. Maar het alternatief is niet duidelijk. De beperktheid van het intelligentiebegrip van de psychologische test heeft zowel binnen als buiten de wetenschap geleid tot een speurtocht naar andere omschrijvingen. De belangrijkste strategie daarbij is een versplintering van de intelligentie. Men zegt dan doorgaans: er zijn vele vormen van intelligentie. De iQ-test impliceert dat intelligentie een duidelijk aanwijsbare eigenschap van mensen is en uit te drukken valt in een getal; intelligentie als ondeelbare eenheid. Nee, zegt een spraakmakende hedendaagse stroming, er zijn op zijn minst twee vormen van intelligentie: een rationele en een emotionele - zie Elliot. Maar in wezen brengt deze stroming niet zoveel nieuws, in ieder geval voor zover het om versplintering van de intelligentie gaat.
Multinational Howard Gardner is een Amerikaanse psycholoog die al in het begin van de jaren tachtig een poging deed om intelligentie te definiëren als 'meervoudig'. Behalve de traditioneel erkende vormen van verbale en mathematischlogische intelligentie, onderscheidde hij het ruimtelijk vermogen, dat typerend is voor kunstenaars en architecten; het kinestetisch talent, dat we zien bij grote dansers en sportmensen; de muzikale begaafdheid van een Mozart of Prince-, tenslotte de interpersoonlijke intelligentie die men bij onder andere belangrijke politici aantreft; en het intrapsychische vermogen, dat naar voren komt in het werk van bijvoor-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998
VU-Magazine | 492 Pagina's