Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1998 - pagina 342

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1998 - pagina 342

4 minuten leestijd

de minder bedeelden het vaak helemaal zonder moesten stellen. Die sterke mannen konden bij hun vrouwen lichamelijk en geestelijk ook weer sterke kinderen verwekken en bovendien konden zij hun gezin de (materiële) bescherming bieden waarbinnen die kinderen konden opgroeien. Aldus kon de mensheid in genetisch opzicht zich op stormachtige wijze ontwikkelen. In de loop van de negentiende eeuw is deze natuurlijke gang van zaken echter op zijn kop gezet. Vooral door de verbeterde medische zorg konden armen langer blijven leven en zich vrijelijk voortplanten, een mogelijkheid waarvan zij, naar het scheen, in ruime mate gebruik maakten. Maar nog meer zorgen maakte Francis Galton zich over de intelligente, ondernemende jonge mannen. Hij keek goed om zich heen en nam het volgende waar: intelligente mannen leken het steeds drukker te krijgen met hun carrière en verwaarloosden die andere zo belangrijke taak in het leven. Trouwen en kinderen krijgen beschouwden ze kennelijk maar als hinderpalen voor hun loopbaan. Daarom zagen ze soms van een huwelijk af, en wanneer ze al trouwden was dat op latere leeftijd, op een moment dat een rijke kinderschaar er echt niet meer in zat.

Kinderloosheid

niet zozeer bepaald door de omgeving maar door erfelijke eigenschappen; niet door nurture maar door nature. Progressie

Nadat hij deze 'ontdekking' had gedaan, schetste Galton een belangrijk probleem; de lagere klassen planten zich sneller voort dan de hogere. In vroeger tijden was vooral het hoge sterftecijfer onder de armen en onontwikkelden er verantwoordelijk voor dat zij nauwelijks in aantal konden groeien. Daarnaast is het historisch gezien altijd zo geweest dat vrouwen vielen op machtige, slimme, en rijke mannen. Zulke mannen hadden doorgaans meer dan één vrouw, terwijl

38

wcs

SEPTEMBER/OKTOBER

1998

We worden steeds dommer, zo luidde kort samengevat de angst van Francis Galton. Er moest iets worden gedaan om deze trend om te buigen. Wat voorheen als vanzelf, door natuurlijke selectie plaatsvond, moest nu, omdat het niet anders kon, zorgvuldig door mensenhand worden ontworpen. Het eugenetisch certificaat paste in het actieplan ter bevordering van de intelligentie. Ruim een eeuw later oogt het allemaal een tikje vermakelijk: een betrekkelijk onschuldig plannetje. Maar over het algemeen waren de eugenetici niet zulke zachtaardige mensen: liefdadigheid en sociale wetgeving konden niet op hun goedkeuring rekenen. Bovendien verbonden de eugenetische angsten zich met raciale: het superieure blanke ras dat geheel

overwoekerd dreigde te raken door de zich wild verbreidende gekleurde rassen, over wier intelligentie-niveau men zich weinig illusies maakte. Weldra, in de loop van de twintigste eeuw zouden er grootsere plannen ontwikkeld worden om een superieur mensenras te fokken. Niet alleen in nazi-Duitsland, maar ook in diverse beschaafde Europese landen en in de Verenigde Staten werden plannen gelanceerd met het doel het intelligentie-niveau minimaal op peil te houden. Vaak bleef het bij plannen, maar soms zijn ze daadwerkelijk tot uitvoering gebracht. Zo mochten in de jaren twintig in de staat Californië krankzinnigen en zwakbegaafden alleen terugkeren in de maatschappij, wanneer ze zich lieten steriliseren. De antwoorden die de eugenetische beweging bood mogen tegenwoordig ernstig omstreden zijn, daarmee is echter nog weinig gezegd over de diagnose die men stelde. Gaat het genetisch materiaal inderdaad achteruit? Ondanks alles een legitieme vraag. Want uit de slechtheid van de remedie valt niet af te leiden dat er geen ziekte is. Welnu, de eugenetische diagnose, stelde de vooraanstaande Britse intelligentie-onderzoeker Richard Lynn in een boek uit 1996, is voor de volle honderd procent juist. In de eerste plaats is intelligentie inderdaad grotendeels erfelijk, meent hij. In de tweede plaats is het algemene intelligentie-niveau stevig aan het kelderen. De huidige situatie is er niet een van eugenetica maar van disgenetica, kwalitatieve verarming van het genetisch materiaal. Galton vreesde het al en Lynn meent het te kunnen bevestigen: we worden daadwerkelijk steeds dommer. In negentig jaar tijd zijn we er vijf iQ-punten op acheruit gegaan. Tussen de analyses van Francis Galton en Richard Lynn zit meer dan honderd jaar. Niettemin, beide analyses lijken als twee druppels water op elkaar. Het belangrijkste verschil heeft te maken met veranderende tijden. In de negentiende eeuw ging de bezorgdheid uit naar de intelligente mannen die maar niet, of veel te laat wilden trouwen. In de twintigste eeuw ligt het probleem eerder bij de vrouwen: een slimme meid

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's

VU Magazine 1998 - pagina 342

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's