VU Magazine 1998 - pagina 190
baat gedemoraliseerd raakte. Hetzelfde geldt voor de ruimtevaart. De strijd om de maan is het symbool voor de strijd op aarde tussen Amerika en Rusland. Op aarde is oorlog tussen beide grootmachten een riskante aangelegenheid, maar in de ruimte kan de rivaliteit zonder al te veel risico's worden beslecht. De virtuele oorlog tussen astronauten en kosmonauten werd door de Amerikanen gewonnen en bevestigde voor de achterban de eigen
suprematie op aarde. Iets waar men geen ongelijk in kreeg: in 1989 kon men na de val van de muur de definitieve zege voor zich opeisen. Voor Tom Wolfe is een dergelijke mentaliteit een beetje primitief: ook al zijn we technologisch nog zo ontwikkeld en kunnen we een mens op de maan zetten, in wezen verheffen we ons niet boven het magisch denken van de oude culturen. Eigenlijk willen we nog altijd niets liever dan krijgertje spelen.
Toch is daarmee het laatste woord over de verbeelding van de maan niet gezegd. De strijd om de maan brengt, zoals Tom Wolfe laat zien, de menselijke benepenheid en kleingeestigheid aan het licht. Maar de maan kan al evenzeer het tegengestelde gevoel oproepen: ruimtelijkheid. Een mens die vanuit de maan naar de aarde kijkt wordt als vanzelf ruimdenkend. Door de eeuwen heen hebben maanverhalen altijd een sterk satirisch karakter gehad, constateerde f.f.A. Mooij in zijn boek 'De andere aarde'. De maan is de vaste begeleider van de aarde en wie iets over het leven op de maan zegt, wil daarmee altijd ook een uitspraak doen over het leven op de aarde. Vanuit de excentrische positie van de maan is het goed inogelijk de gewoonten van de mensen op aarde belachelijk te maken. In die zin verschilt het maanverhaal niet van andere reisverhalen. In de achttiende eeuw was er bijvoorbeeld een uitgebreide China-cultus. Chinezen werden verheerlijkt als een verdraagzaam en intelligent volk. Heel anders dan de Europese volken. Via de Chinese omweg was een kritiek op een Europese samenleving mogelijk waarin intolerantie en domheid getweeën de heerschappij schenen uit te oefenen. Gezellige hoekjes Om zelfkritisch te kunnen zijn moet een mens afstand van zichzelf nemen, als het ware buiten zich zelf kunnen treden. Met de ogen van een ander naar zichzelf kijken. Op politiek niveau is het niet anders. Een mens moet op zoek gaan naar het onbekende, reizen naar een ver land of planeet, om van daaruit een blik te kunnen werpen op het eigen volk. Dit verlangen om afstand te nemen van zichzelf kent echter grenzen: het leidt mogelijk tot een gevoel van ontheemding en vervreemding. Een dergelijk gevoel is slechts in beperkte doses te verdragen en vraagt om compensatie in de vorm van een zekere hoeveelheid huiselijkheid en vertrouwdheid. Wat dat betreft bestaat er een spanning tussen het verlangen naar het bekende en het verlangen naar het onbekende. In het werk van Jules Veine komt
38
wcs
MEI/JUNI
1998
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998
VU-Magazine | 492 Pagina's