VU Magazine 1998 - pagina 351
Richard Wrangham, Dale Peterson, 'Agressieve mannetjes - over mensapen en de oorsprong van geweld bij de mens', Uitgeverij Nieuwezij ds, f 4S,-
Erg smakelijlc zijn de verhalen die Richard Wrangham en Dale Peterson vertellen niet altijd. Zo schrijven ze dat bij een aantal diersoorten het plegen van kindermoord de gewoonste zaak van de wereld is, het gebeurt zo achteloos als een boer die knollen uit de grond trekt. Bij gorilla's en leeuwen is het bijvoorbeeld heel gewoon dat het ene mannetje het andere verjaagt, en vervolgens de kinderen van het vrouwtje dat bij het verjaagde mannetje hoorde, te vermoorden. De weerzinwekkendheid daarvan spreekt, in iedere vorm van moreel besef, al voor zich. Maar het ergste moet dan nog volgen: het vrouwtje legt het namelijk aan met de moordenaar. Ze wordt niet tot seks gedwongen, nee, schijnbaar geheel vrijwillig begint ze, al heel snel na de dood van haar kinderen, te flirten met de bruut. Na een paar maanden krijgt ze nieuwe kinderen, en ze blijft voortaan bij haar nieuwe 'weldoener'. De logica daarachter is dat die moordenaar nu zijn fysieke kracht heeft aangetoond, en daarmee voor het vrouwtje een garantie biedt dat hij haar nieuwe kinderen zal beschermen tegen concurrenten die op hun beurt haar kinderen willen vermoorden. Hoe stuitend het misschien ook mag klinken, het vrouwtje heeft een belang bij een band met de moordenaar van haar kinderen. Alleen, wat van het dier als individu te begrijpen valt, daarvoor moet in een breder kader een forse prijs worden betaald: agressie wordt immers beloond. Dergelijk gedrag wordt van de ene op de andere generatie doorgegeven. Het nestelt zich in de genen. Je ziet het al vanaf de geboorte: het eerste
Flirten met de bruut wat veel dieren doen, is proberen hun broertje of zusje dood te bijten. Wrangham en Peterson doen in hun bij tijd en wijle adembenemende boek een poging om te reconstrueren hoe die gewelddadigheid zich heeft kunnen reproduceren. Het heeft allemaal te maken met het soort voedsel dat dieren en mensen nodig hebben. Voor het dierlijke voedsel dat bijvoorbeeld chimpansees behoeven, moeten ze (de mannetjes) er op uit trekken. Soms vormen ze grote groepen, maar soms ook trekken ze er in hun eentje op uit. De onzekere voedselsituatie maakt het noodzakelijk de groepsgrootte te variƫren. Juist in zo'n situatie wordt een in zijn eentje verkerend dier een gemakkelijke prooi voor een grotere groep. Want geweld heeft alles te maken met kwetsbaarheid. Een individueel dier is gemakkelijker te pakken dan een groep. Een baby laat zich eenvoudiger doden dan een volwassene. Een in haar eentje verkerend vrouwtje kan ongestraft worden verkracht. Gewelddadigheid heeft zich ontwikkeld bij de diersoorten met een variabele, fluctuerende omvang, waarbij de mannetjes coalities en bendes vormen. Chimpansee en mens vormen daar voorbeelden van. Maar dat gewelddadigheid niet onontkoombaar is in de natuur, tonen de bonobo's. Zij vinden hun voedsel altijd direct bij huis en zijn daardoor in staat stabiele groepen te vormen van een behoorlijke omvang. Deze groepsvorming vermindert de kwetsbaarheid ten aanzien van aanvallen van buiten en
van binnen de groep. Vrouwtjes kunnen elkaar bijvoorbeeld effectief beschermen tegen mannelijk geweld. Anders dan bij chimpansees en mensen komt moord op soortgenoten onder bonobo's niet voor. Het zijn geen pacifisten, ze verdedigen zich tegen aanvallen, maar de in de geschiedenis van de mensheid zo kenmerkende bereidheid om zwakkeren te vernietigen, ontbreekt bij hen. In die zin, merken de auteurs ironisch op, kan de mens nog iets leren van de bonobo: menselijkheid, (KN)
wcs
SEPTEMBER/OKTOBER 1998
47
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998
VU-Magazine | 492 Pagina's