VU Magazine 1998 - pagina 168
Dat is minder paradoxaal dan het lijkt. Doemdenken, benadrukt Achterhuis in 'De erfenis van de utopie', is in wezen het omgekeerde van utopisme, maar de manier van denken is exact dezelfde. "Je ziet in de achterliggende eeuw veel denkers de omslag maken van dystopist naar utopist; dat eerste is dus het tegenovergestelde van het laatste. In mijn boek heb ik dat geïllustreerd aan de hand van de figuur Aldous Huxley. Diens bekendste boek - 'Brave New World' - werd aanvankelijk vooral gezien als een dystopie, een afschrikwekkend toekomstvisoen. Maar in de jaren zestig werd het door verlichte geesten juist als een utopie gelezen, vanwege al die drugs en zo. Huxley zelf eindigde met 'Island' waarin hij in feite een zelfde soort samenleving schetst als die in 'Brave New World', maar dan idyllischer getoonzet. "Zo'n omslag heeft in deze eeuw bij meer intellectuelen plaatsgevonden. Logisch, want ook de ergste vorm van dystopie bevat nog wel een utopisch element - in de trant van: als we dat nou maar veranderen, dan komt het allemaal wel goed - dat de doemdenker de mogelijkheid geeft tóch perspectief te bieden op een uitweg."
"Je loopt voortdurend de kans dat je bijval voor je standpunt krijgt van de verkeerde bondgenoten." Een soortgelijke omslag signaleert Achterhuis in de hype die ontstond rond het boek 'Ecotopia' van Ernest Callenbach, dat voor tal van natuur- en mileufreaks als een ecologische bijbel geldt. In 'Ecotopia', dat uit 1975 stamt en speelt in het jaar 1999, schetst Callenbach hoe het Noord-Westen van de Verenigde Staten zich in 1980 om ecologische redenen afscheidde van Amerika en sindsdien volkomen van de buitenwereld afgesloten is geweest. Door te dreigen met atoomwapens heeft Ecotopia zich al die tijd weten te vrijwaren van ingrijpen van buitenaf. Achterhuis: "Het boek wordt door ecologen en mensen uit de milieubeweging louter instemmend geciteerd. 'Zo'n mooi boek!', zeggen ze dan. Maar eigenlijk is het te gek voor woorden. Dezelfde mensen die terecht protesteerden tegen de massale vernietigingswapens die de Sovjet-Unie en de V.S. op elkaar gericht hielden, hebben geen bezwaar tegen diezelfde afschrikkingsmethode als het erom gaat een fictief Ecotopia tegen ingrepen van buitenaf te beschermen. Dan is het geloof in het eigen gelijk kennelijk zo absoluut dat de hele wereld daaraan mag worden opgeofferd. Maar als je dat zegt en er openlijk kritiek op uitoefent, kijkt men je in die kringen vol onbegrip aan." En krijg je een herhaling van wat er eerder na de publicatie van 'De markt van welzijn en geluk' gebeurde. "Inderdaad. Ik zal het je nog sterker vertellen. Mijn eerste baan was er een bij het werelddiaconaat van de Hervormde Kerk. Daar heb ik me geweldig thuisgevoeld tussen mensen die allemaal sterk betrokken waren bij de Derde Wereld.
16
wcs
MEI/JUNI
1998
Tegelijkertijd had ik ook toen al veel kritiek op de manier waarop zij ontwikkelingswerk bedreven. Dat leidde tot heftige discussies met al die goedwillende mensen. Een vergelijkbare setting dus als daarna tussen de andragologen en nu weer tussen de eco-utopisten. "Op gevaar af dat dit een therapeutisch gesprek wordt: je hebt gelijk; er zit een patroon in. En er kleeft bovendien een zeker risico aan. Je loopt voortdurend de kans dat je bijval voor je standpunt krijgt van de verkeerde bondgenoten." Wat eerst als afzonderlijke utopieën werd afgedaan, lijkt nu allemaal samen te komen in dit ene, nieuwe boek. Daarin wordt de utopische denkwijze geanalyseerd en bekritiseerd. Dat maakt nieuwsgierig naar het antwoord op de vraag wat het volgende project zal zijnl "Vraag me niet wat het onderwerp van mijn volgende boek zal zijn. Wat ik nu allereerst zou willen is te bestuderen hoe je maatschappijkritiek die in utopieën besloten ligt, in postieve zin kunt gebruiken om veranderingen door te voeren zonder dat je in de valkuil van het utopisme trapt. Hoe dat moet, daar heb ik nog geen antwoord op. Dat zou dan het eerstvolgende project moeten zijn. "Men kan terecht opmerken dat ik tot nu toe vooral dingen heb afgebroken door te wijzen op het utopisch element in de cultuurkritiek. Zo'n kreet als: 'Het hele Westen gaat aan een ecologische ramp ten onder, tenzij...' En dan volgt er steevast een bekeringsmotief. Dat kan volgens mij niet meer. Maar ik wil wel vasthouden aan de authentieke zorg en emoties waaruit zo'n kreet voortkomt, en kijken hoe je die dan wél zou moeten verwoorden." Dat ruikt toch weer een beetje naar Camus: zonder ons illusies te maken over een betere toekomst doen wat we doen moeten, net als Sisyphus, niet bij de pakken neerzitten-, met de moed der wanhoop. "Het is een soort derde weg misschien. Er zijn genoeg waarden, hoe saai en versleten ook, die je nog kunt inzetten zonder meteen in een doemdenkerig vertoog te vervallen."
"Positief is dat sociale utopieën de mensheid hebben geholpen de crises aan het eind van de Middeleeuwen te overwinnen." Maar dat klinkt dan meteen weer zo hulpeloos. Waar is de bezielingl Er is toch zeker behoefte aan een beetje bevlogenheid^ "Die zou ik zeker vast willen houden. Maar dan liever in de vorm van 'kleine verhalen' - hoe modieus die term ook mag klinken - dan in een of ander hemelbestormend isme. Ik ben zelf hevig op zoek naar een antwoord op de vraag: waar vind ik daarvoor de inspiratie? Maar ik ben ervan overtuigd dat je geen utopisch geloof nodig hebt om je gemotiveerd voor iets in te zetten."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998
VU-Magazine | 492 Pagina's