Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1998 - pagina 104

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1998 - pagina 104

4 minuten leestijd

'^W^W^^W^

De ziekte van leuk Als er één woord is dat mij langzamerhand tegenstaat dan is het wel het woordje 'leuk'. Vele jaren nadat Paul van Vliet zijn grappen eindigde met "da's leuk voor de mensen" is de tweedeling (ook zo'n mal woord) van de maatschappij een feit: iets is leuk of niet leuk. Werkzoekenden willen een leuke baan, ouderen worden leuk beziggehouden, gabbers eisen een leuke 'hangplek', het vandalisme is niet leuk meer en de politiek begint weer leuk te worden. Vooral in het onderwijs heeft het woord zich als een virus verspreid. Ik zag een televisieprogramma waarin jongeren aan het woord kwamen over hun studie. Ze leden allemaal aan de ziekte van Leuk. Leren was alleen leuk als het leuk was, begreep ik zo ongeveer. Leuke school, leuke onderwerpen, leuke leermethode. En een leraar met een ouderwetse sik had het zelfs over 'opleuken' van de leerstof. Behalve kromme tenen kreeg ik er ook nog koppijn van.

Wat is er aan de hand? Hebben gewone onderwijsinstituten afgedaan? Wordt er voortaan alleen nog maar geleerd wat leuk is? En die arme kinderen weten toch al zo weinig. Toen ik in een schoenenwinkel informeerde naar coiduroy pantoffels vroeg de verkoopster: wat is dat? Terwijl dat schoeisel in de reclamefolder van haar baas werd aangeprezen. En mijn vraag in een supermarkt waar de kappertjes stonden sloeg ook in als een bom. Medewerkster i had nog nooit van dat product gehoord. Zij raadpleegde medewerkster 2 die ook grote ogen opzette. Pas medewerker 3, een schappenvuller, wist wat kappertjes waren. Nu heeft winkelpersoneel over het algemeen niet doorgeleerd, maar je mag toch op z'n minst verwachten dat ze weten wat ze verkopen. Een van de symptomen van de ziekte van Leuk in het onderwijs is de nakende instelling van het studiehuis. Ik citeer Aleid Truijens in de Volkskrant van 9-1-98: "In een gezellige zithoek die, zo lezen we in het Handboek Literatuuronderwijs 1997/1998, niet op een schoollokaal mag lijken, mag de leerling, pot thee binnen handbereik, zijn vier boekjes per jaar lezen." Mijn studiehuis bestond zes jaar lang uit een klein kamertje met een bed, een tafel en een stoel, waarin ik eenzaam de verplichte stof in mijn kop stampte en per maand minstens vijf boeken uit de wereldliteratuur las. En mijn school, de ie Openbare Handelsschool aan het Raamplein in Amsterdam, was evenmin leuk. Maar we hebben wat afgelachen op die school.

28

wcs

MAART/APRIL 19

Meneer G.P. de Ridder gaf Spaans. De lessen werden tussen de middag gegeven in een lokaal dat aan de gangkant zowel voor als achter een deur had. Op een dag verliet meneer de Ridder het lokaal door de voorste deur, vermoedelijk voor een sanitaire stop. Een paar minuten later ging de achterste deur open. We keken op. In de deuropening stond meneer de Ridder. "O, pardon", zei hij, "ik wist niet dat hier lesgegeven werd" en hij deed de deur weer dicht. Een ogenblik later stapte hij door de voorste deur de klas in. Wij rezen juichend overeind alsof er een fabuleus doelpunt was gescoord. Mijn schooltijd zat vol met zulke genadige momenten. Ik weet nog goed dat ik op jeugdige leeftijd in de Openbare Bibliotheek een boek van de geheimzinnige maar wereldberoemde schrijver B. Traven leende. In de vertaling waren alle vieze woorden vervangen door drie puntjes. Een lezer vóór mij had pesterig al die puntjes met een vulpen ingevuld, waardoor mijn woordenschat in één klap aanzienlijk werd verrijkt. Het literatuuronderwijs op de ie OHS was ouderwets. Wij moesten destijds klassikaal naar een voorstelling van Vondels 'Gijsbreght'. Niemand vond er wat aan. Ik ook niet. En nu lees ik in de krant dat het vak culturele en kunstzinnige vorming is ingesteld, waarbij leerlingen tentoonstellingen en voorstellingen moeten bezoeken. Moedeloos word je ervan. In mijn klas op de OHS zaten leerlingen waarvan je wist dat ze na hun schooltijd nooit meer een boek zouden inzien. Toch: als ze door de Ferdinand Huyckstraat Setsten, wisten ze dat dat een romanfiguur was van Jacob van hennep. Leuk? Niks leuk. Gewoon een beetje algemene ontwikkeling. Zo simpel is het. Daar is geen studiehuis voor nodig.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's

VU Magazine 1998 - pagina 104

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's