VU Magazine 1998 - pagina 365
kunnen hun kinderen helpen om door de fysionomie van anderen heen te kijken. Het kind kan aanvankelijk geen onderscheid maken tussen verschillende manieren van lachen of kijken, en moet erop gewezen worden dat er achter een vriendelijke grijns iets anders schuil kan gaan. Het jonge kind beschikt nog niet over de 'gevoelsvocabulaire' - een uitdrukking van Simon Vestdijk - om met een lach bijvoorbeeld schamperheid of cynisme uit te drukken. Dat vermogen komt mettertijd. De zesjarige die misschien net is gaan begrijpen wat geheimhouding inhoudt, zal zichzelf onmiddellijk verraden door zijn gezichtsuitdrukking. Veinzen behoort nog niet tot zijn repertoire. Jokken
Een ander met geheimhouding verbonden begrip is de leugen. Geheimhouden en liegen hebben op verschillende manieren met elkaar te maken. Niet alleen kan een leugen gemakkelijk in een geheim veranderen, het kan ook gebeuren dat je in het bewaren van een geheim zult moeten liegen. Zoals een jong kind moet leren een geheim voor zichzelf te houden, zo moet ook liegen worden aangeleerd. Als een kind van vier of vijf jaar een onwaarheid zegt, zullen we daarvoor niet het werkwoord liegen, maar veel eerder de term fantaseren gebruiken. Een kind van die leeftijd is nog niet tot leugens in staat. Het fantaseert naar hartelust en ziet nog niet dat er een discrepantie bestaat tussen fantasie en werkelijkheid. Wordt het kind ouder en begint het langzamerhand vat te krijgen op het verschil tussen waar en onwaar, dan gebruiken we, wanneer het een onwaarheid verkondigt, in eerste instantie het werkwoord jokken. Jokken is een minder zware term dan liegen en lijkt gereserveerd voor een soort overgangsperiode zo van het vijfde tot het zevende levensjaar - tussen fantaseren en liegen. Op deze leeftijd kan het kind het verschil tussen waar en onwaar weliswaar begrijpen, maar is het nog niet in staat de consequenties van een onwaarheid te overzien. Pas op de leeftijd van zeven of acht jaar heeft het kind geleerd met opzet
te liegen. In het alledaagse en veelal gedachteloze gebruik van de onderscheiden termen fantaseren, jokken en liegen is dus, zo laten Levering en Van Manen zien, een ontwikkelingspsychologische waarheid bewaard gebleven. In het proces van leren omgaan met waarheid en onwaarheid, zal het kind ook worden geconfronteerd met het subtiele onderscheid tussen 'leugentjes om bestwil' en 'echte leugens' en met het lastige verschil tussen liegen en klikken. Klikken wordt over het algemeen zo negatief beoordeeld, dat kinderen het snel afleren. Ze beginnen in te zien dat je bepaalde 'waarheden' beter voor je kunt houden en creëren op die manier de innerlijke ruimte voor geheimen. Net als jokken is ook klikken een werkwoord dat we vrijwel uitsluitend in verband met kinderen gebruiken. De volwassen variant van klikken heet roddelen en wordt net als klikken in het algemeen sterk afgekeurd. Toch wordt er in de volwassen wereld veelvuldig en op grote schaal geroddeld. Het afkeurenswaardige maar ook aantrekkelijke roddelen heeft echter, zo menen Levering en Van Manen, positieve kanten. Deze 'handel in kleine geheimpjes' creëert tussen mensen een zekere morele sfeer, waarbinnen men het eens wordt over gedrag dat moet worden afgekeurd. Door te roddelen ontstaat communis opinio over wat wel en niet door de beugel kan in de interpersoonlijke verhoudingen.
Controle
In de volwassen wereld gelden privacy en de mogelijkheid om bepaalde zaken voor jezelf te kunnen houden, als een groot goed. Het leren omgaan met deze begrippen is voor kinderen, zoals we zagen, van groot belang. Zij leren in het proces van geheimhouding de eigen innerlijke ruimte kennen en ontwikkelen. Het kind heeft net als de volwassene recht op zijn geheimen. Opvoeders zullen dat recht graag willen respecteren, maar zullen steeds moeten zoeken naar een zeker evenwicht tussen het belang van de privacy van het kind en de noodzaak het kind te beschermen en te controleren. In zijn innerlijke ontwikkeling heeft het kind zowel behoefte aan aandacht als
aan bescherming. Het is voor ouders en opvoeders vaak moeilijk uit te maken, in welk geval zij het geheim van hun kind moeten respecteren en niet verder moeten vragen, en wanneer het juist nodig is dat zij de onderste steen boven krijgen. Is het een leuk geheim, of iets akeligs? Vormt het geheim een gevaar voor het kind, of gaat het om iets onschuldigs waaraan het kind plezier beleeft? In bepaalde opvoedingssituaties kan de balans tussen privacy en controle doorslaan. Op ouderwetse kostscholen bijvoorbeeld, was elke vorm van privacy uit den boze - de leerlingen waren nooit alleen, hun brieven werden geopend, en eigen kamers bestonden niet. Controle kan echter, hoe scherp ook, nooit volledig zijn. Een kind zal altijd naar uitwegen zoeken en ruimte willen maken voor zijn eigen geheimen. Het is moeilijk aan te geven of er een verband bestaat tussen de toegestane hoeveelheid privacy en het type persoonlijkheid dat zich ontwikkelt. Daarvoor zijn de individuele verschillen tussen kinderen te groot. Wordt een overmaat aan controle door het ene kind als traumatisch beleefd, een ander zal weer slecht om kunnen gaan met een teveel aan privacy en een tekort aan bescherming. Duidelijk is in elk geval dat geen kind opgroeit zonder het geheim te leren kennen. Geheimen zijn niet alleen nodig voor de vornring van een eigen innerlijk leven, het geheim is ook onvermijdelijk. Er zijn geheimen die worden gezocht en gekoesterd, maar er zijn er ook die zich opdringen en die ongewild het leven gaan beheersen. Het geheim is overal. Je moet, als met alles in dit leven, ermee leren omgaan.
Naar aanleiding van: Bas Levering en Max van Manen, 'Klein geheim - Intimiteit, privacy en ontwikkeling van identiteit'. De Tijdstroom.
Fotografie: Rene Koster. Met dank aan Lilia en Maria Harrabi.
wcs SEPTEMBER/OKTOBER 1998
61
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998
VU-Magazine | 492 Pagina's