VU Magazine 1998 - pagina 384
Eric Le Gras
De aanleg van de Betuwelijn zal een groot deel van het Nederlands 'bodemarchief' definitief vernietigen. Archeologen maken daarom haast met het in kaart brengen van potentieel belangrijke vindplaatsen en het doen van opgravingen op het geplande tracé. Redden wat er te redden valt.
S P O R E N In de kleine huiskamer van de vooroorlogse plattelandswoning in de buurt van Tiel zijn de sporen van de vorige bewoners nog te zien. De betegelde schoorsteenmantel is er nog, net als de vloerbedekking die steeds meer met modder bespat raakt. In de verwilderde tuin bloeien rozen, maar het onkruid neemt stilaan de macht over. Het kotje achter het huis biedt nog onderdak aan de varkens van de vorige bewoner, een uitgekochte boer. Die varkens staan daar zo lang als het duurt: de woning staat op de nominatie om gesloopt te worden. In het jaar 2005 zullen de treinen van de Betuwelijn zo ongeveer dwars door deze woonkamer denderen. De woning is nu het tijdelijke domein van de Projectgroep Archeologie Betuweroute. Op rafel liggen tekeningen en kaarten van de nabijgelegen op-
8
wcs NOVEMBER/DECEMBER 1998
gravingen, in het halletje staan laarzen en de voormalige keuken is kantine en vergaderruimte tegelijk. Buiten, in een oude boomgaard waar een paar vergeten perenbomen vergeefs vrucht lijken te dragen, leggen mensen en graafmachines een partje vaderlandse geschiedenis bloot, dat niet opgewassen zal zijn tegen de aannemers die hier binnen een paar weken aan de slag gaan. Regina van den Berg is archeologe en tevens werkzaam als 'voorlichtster vindplaats 12'. Boven haar, in het grote geheel van de organisatie rond de aanleg van de Betuwelijn, staat de Projectleider communicatie archeologie Betuweroute, die op haar beurt weer samenwerkt met de Spoorwegen, om precies te zijn met NS Railinfrabeheer dat samen met de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) tekent voor het archeologische onderzoek van het tracé van de Betuwelijn. De voorlichting rond het meest omvangrijke archeologische project dat ooit in ons land is uitgevoerd, is goed geregeld. De archeologische begeleiding van het miljardenproject 'Betuwelijn' is niet alleen uniek vanwege de omvang. Het is vooral de systematische aanpak die in het oog springt. Nog niet zo lang geleden waren archeologische vondsten bij vrijwel ieder nieuwbouwproject eerder een hinderlijk obstakel dan een interessante bijdrage aan de kennis van het verleden. De archeologen waren afhankelijk van een enkele individuele bouwvakker, die oog had voor de sporen die hij tijdens zijn werk aan het licht bracht, en bovendien van de medewerking van de aannemer en de opdrachtgever. Het staat buiten kijf dat die laatsten soms interessante informatie over het vaderlands verleden moedwillig hebben laten vernietigen. Archeologisch onderzoek is tenslotte tijdrovend en kostbaar. Nergens over praten en de diagline erover, dat bespaart een hoop ellende. Stenen K a m e r
Ook in de nabijheid van vindplaats 12, beter bekend als de 'Stenen Kamer', moet het zo zijn gegaan. De AI 5 splitst de vindplaats namelijk in tweeën en in 1963, bij de aanleg van de vierbaans
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998
VU-Magazine | 492 Pagina's