Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1998 - pagina 359

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1998 - pagina 359

3 minuten leestijd

De stenenkundige had nagedacht, langdurig, zonder praktisch resuhaat, en keek nu om zich heen en vroeg zich af: waar hen ikl

vertellen dan dat we er al waren in de tijd die bestond voor dit heden als wij onszelf alleen in het nu kunnen bewaren door onszelf voortdurend uit te vinden in het nu

voor de sliertige structuur die hij zich had voorgesteld in de verte, schoven de eerste wolken van de dag nu al doorzichtig wit:

dan liefst eenvoudig, aan de hand van kleding, fe zit aan tafel. Opeens zie je hoe iemand ijs overstak, hoe hem de kou beving

het wit waar de lucht omheen begon te komen, wit dat geen gelig roodachtig groenig blauw is maar dat alles terugslaat als er een vraag in je opkwam, bedacht de geleerde man, was dat altijd: waar ben ikl toen wierp hij een blik in het geheugen en waaiden hem de deadlines tegemoet.

of een ander einde en je zegt: kijk, hier heb je zijn schoenen, leren mantel, 'Waar is de tijdl Hier is de tijd.'

wanten.

De archeologe doet een vondst. Niet meer dan dat. Via de verbeelding van de dichteres krijgt die vondst betekenis, valt er überhaupt iets te begrijpen. Ook voor ons. Dankzij de taal.

Naar aanleiding van: J. Bernlef, 'De losse pols', Querido, 1998; Esther Jansma, 'Hier is de tijd', Arbeiderspers, 1998; Rutger Kopland, 'Mooi, maar dat is het w o o r d niet', Van Oorschot, 1998;

Staat de taal ons werkelijk alleen maar in de weg bij het begrijpen van de wereld? Of is taal juist de enige weg waarlangs de zwijgende werkelijkheid alsnog een stem kan krijgen, ook al is dat bij nader inzien ónze stem en zijn het ónze woorden die nooit enige aanspraak op ondubbelzinnigheid of ook maar de geringste eeuwigheidswaarde zullen kunnen maken? Is taal wat dat betreft wel wezenlijk iets anders dan de netvliezen die de lichtval in ons oog vertalen tot een beeld van de werkelijkheid (op z'n kop nog wel, maar gelukkig weten wij dat onbewust nog recht te zetten), of dan de trommelvliezen die worden beroerd door onzicht- en onhoorbare trillingen in de lucht en zo, meer nog dan die trillingen zelf, verantwoordelijk zijn voor de gewaarwording van geluid die wij zonder scrupules vervolgens aan een externe werkelijkheid toeschrijven? Zoals een schilderij - figuratief of abstract, dat maakt in wezen niet uit - uiteindelijk niets anders is dan verf op linnen ("Ceci n'est pas une pipe", wist René Magritte toen hij een pijp had geschilderd), zo vervaagt de scheidslijn tussen fictie en non-fictie bij elke poging tot verwoording van de werkelijkheid.

Rutger Kopland, ' T o t het ons loslaat'. Van Oorschot, 1998; Martin Reints, 'Nacht- en dagwerk'. De Bezige Bij, 1998.

Fotografie: Rene Koster, m e t dank aan W . Löwensteyn.

Wat is er eigenlijk mooier dan de mens die zich interpreet weet van een onverschillige werkelijkheid die hij, hoe subjectief ook, op die manier hoogstpersoonlijk zin en betekenis verschaft? Hij krijgt daarmee weliswaar de werkelijkheid niet in zijn greep, maar wel genoeg houvast om zichzelf in evenwicht te houden. Het materiaalonderzoek van de archeologe en de dichteres die elkaar ontmoeten in Esther Jansma's gedicht 'Archeologie' kan hem daarbij tot lichtend voorbeeld dienen: Als we ons dan toch moeten kleden, tegen kou bijvoorbeeld, of in naam van iets, in resten van dit of dat verleden, verhalen en geheugensteuntjes die niets

wcs

SEPTEMBER/OKTOBER

1998

55

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's

VU Magazine 1998 - pagina 359

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's