VU Magazine 1998 - pagina 49
Er is in de loop der jaren iets opgebouwd om op terug te kijken. Belangrijker nog voor het ontstaan van een historisch bewustzijn is de introductie van een technologische innovatie geweest: de cd-speler. Iedereen die ergens in de jaren tachtig de platenspeler verving door een cd-speler, kwam ineens voor een fundamentele vraag te staan: hoe verhoud ik mij tot de geschiedenis? Al die in de loop der jaren nogal willekeurig verzamelde platen waren ineens waardeloos geworden, en wat daarvan moest een mens opnieuw op cd gaan aanschaffen? De liefhebber werd geconfronteerd met de bijna existentiële vraag: wat is voor mij belangrijke muziek, welke muziek hoort bij mij en wil ik altijd bij mij hebben? Er moesten keuzes worden gemaakt, harde keuzes. De platenmaatschappijen speelden slim in op die confrontatie met de geschiedenis. Platen die al sinds mensenheugenis niet meer verkrijgbaar waren, lagen zomaar weer in de winkel te koop. Een verzonken continent kwam bovendrijven. Er werden complete ceuvres in een cd-box aangeboden. Heel aantrekkelijk allemaal. Daarvoor had niemand erbij stilgestaan, dat zangers en popgroepen een heel ceuvre opgebouwd konden hebben. Alleen het woord al werd geassocieerd met grijze banden verzameld werk en met koppige weduwen die een nalatenschap beheerden. Simon Vestdijk had een CEuvre, maar kon Loii Reed er ook een hebben? In ieder geval leek het in de popmuziek ineens om meer te gaan dan alleen de laatst verschenen plaat, de nieuwste sensatie, de jongste hit. Popmuziek was de vluchtigheid voorbij.
Canon Het vaststellen van lijstjes werd een populair gezelschapsspel. Ieder poptijdschrift probeerde in het begin van de jaren negentig lijstjes samen te stellen van de beste platen aller tijden. Het was een indicatie van de herleving van de geschiedenis; de kenner blikt vanuit zijn hedefadaagse uitkijkpost terug op de complete geschiedenis van de popmuziek en probeert binnen dit panorama de landmarks te benoemen. In de popmuziek is aldus een soort canon
tot stand gebracht. Net zoals dat in de literatuur en in de klassieke muziek al veel eerder gebeurd was. Iedereen met enige culturele belangstelling behoort te weten dat Multatuli ooit een aardig boek heeft geschreven en dat Bach een componist is van een zekere betekenis. En net zo goed behoorde een popliefhebber nu zijn klassieken te kennen, zich te realiseren dat het tot de verplichte bagage behoort om platen als 'What's going on' van Marvin Gaye, de eerste van de Velvet Underground en de tweede van The Band te hebben beluisterd, om een paar canongevoelige titels eruit te halen. Evenzeer kan de gevorderde kenner zich van de beginner onderscheiden door erop te wijzen dat 'Sgt Pepper' van The Beatles misschien wel de beroemdste popplaat aller tijden is, maar zeker niet de beste, ook niet binnen het ceuvre van The Beatles zelf. Het debat over de canon is nooit afgesloten, iedereen heeft zo zijn eigen voorkeuren. Maar toen in 1997 een reeks van televisie-specials werd uitgezonden over de totstandkoming van legendarische platen, onder de titel 'Classic albums', was de status van de popmuziek wel bezegeld. Zij kreeg definitief een klassieke status. Dodelijk verwijt Niet alleen de oudere generaties popliefhebbers ontwikkelden enig historisch bewustzijn, ook de nieuwe generaties werden met hun neus gedrukt op een geschiedenis die ze nooit zelf hadden meegemaakt. Voor hen geen 'herontdekking' van de geschiedenis zoals bij de veteranen van de popmuziek, maar een frisse eerste blik; geen nostalgie, maar een onbevangen terreinverkenning. Ook voor de gelouterde popliefhebbers kan de terugkeer naar het verleden meer behelzen dan een herontdekking of een nostalgisch zwijmelen. Nostalgie is een herkenning en bevestiging van het verleden: zo was het en zo was het goed. Een veel interessantere ervaring bij een terugkeer naar de geschiedenis is, als een vreemde tegenover het eigen verleden te staan. De muziek waar je vroeger mee dweepte, is nu flauw en slap geworden; muziek waaraan je vroeger met opgetrok-
ken neus voorbijging, bezit nu verborgen charmes. Delven in de schatkamers van de popmuziek wordt vaak gezien als een vorm van behoudzucht, - een dodelijk verwijt in de popmuziek - maar in werkelijkheid liggen de verrassingen er voor het oprapen. Een getuigenis van de ontdekking van de geschiedenis is bijvoorbeeld de hilarische Ierse film 'The commitments' uit het begin van de jaren negentig. De hoofdpersonen uit die film, een paar jongens uit Dublin, kijken naar een video-band met een optreden van James Brown en hun mond valt open van verbazing. Toen dat optreden plaatsvond, waren de jonge Ieren veel te jong om dat te kunnen waarderen, of waren ze nog niet eens geboren. Maar nu ze het meeslepende optreden van James Brown zien, weten ze: dat willen wij ook; wij willen de negers van Dublin zijn, en een bandje beginnen. En met onvervalst Iers accent zeggen de oerblanke jongens het James Brown na: "Say it loud, we're black and we're proud". Nu is dat 'slechts' film, maar recentelijk heeft zich ook in het 'echt' zo'n ontdekking van de geschiedenis voorgedaan. Een nieuwe generatie zwarte zangers laat zich inspireren door de soulhelden van meer dan dertig jaar geleden. Het is een combinatie van oud en nieuw, zoals ook in de benaming van de stroming blijkt: 'Nu classic soul'. Een al bijna vergeten muzieksoort is afgestoft, opnieuw vormgegeven, en schittert dat het een lieve lust is. Voor de Ierse jongens en de jeugdige Amerikaanse zwarten is de soulmuziek geen afgesloten geschiedenis. De puur lichamelijke opwinding van die muziek kan zich ook decennia later nog doen voelen. De sensatie van het moment blijkt heel goed herhaalbaar te zijn. Zoals iedere vorm van klassiek geworden muziek, kunnen bepaalde vormen van popmuziek, in dit geval soul, boven de gebondenheid aan tijd en plaats van ontstaan uitstijgen, en een op zichzelf staande waarde krijgen. Het is muziek die geen enkele pretentie heeft, behalve de luisteraar een goed gevoel te geven. En juist omdat deze simpele muziek daar zo onweerstaanbaar in slaagt, krijgt zij een bijna universele kracht. Je vangt er zowaar een glimp van de eeuwigheid in op.
wcs
JANUARI/FEBRUARI
1998
49
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998
VU-Magazine | 492 Pagina's