VU Magazine 1998 - pagina 189
van
huis
aan duidelijkheid weinig te wensen over: keiharde macho's zijn hulpeloze babies geworden. Heel vernederend. Voortdurend werden de astronauten getest op gezondheid en lichamelijke conditie. Dat leverde hen de hoon op van de achtergebleven testpiloten; een echte vent heeft immers lak aan al dat medisch gedoe. Een van de piloten vloog zelfs eens, dwars tegen ieder medisch advies in, met een paar gebroken ribben, en doorbrak de geluidsbarrière. Vol verbazing zagen die piloten nu toe dat een astronaut eigenlijk gerecruteerd wordt om niets te doen. De astronaut hoeft in het geheel niet over de right stuff te beschikken, die magische, ondefineerbare kwaliteit die alleen echte helden bezitten. Sinds wanneer is een gemiddelde bloeddruk en een solide gezondheid een criterium voor pure klasse? Er was al een keer een raket met alleen een chimpansee erin de ruimte in gestuurd. En dat ging ook goed, heel goed zelfs. Een astronaut, zo spotten de oude testpiloten, hoeft werkelijk niet veel meer te kunnen dan een aap. Krijgertje spelen In de publieke opinie was iedere vorm van spotternij ver te zoeken. Het maanreizen sprak tot de publieke verbeelding als een waar gebeurd avonturenverhaal, met in de hoofdrol de astronauten als redders van de natie. Amerika huilde van blijdschap toen de eerste ruimtevaarders weer op aarde waren teruggekeerd. Maar waarom dan toch die heldenverering als het eigenlijk maar een heldendom van niks was? En wat viel er eigenlijk te
redden? De ruimtevaarders hoefden alleen maar in de capsule plaats te nemen en zich naar de maan laten vervoeren. Enige persoonlijke inbreng was ongewenst en trouwens ook onmogelijk. De raket werd immers vanaf de aarde bestuurd. Tom Wolfe geeft in zijn boek een duidelijk antwoord op de vraag naar het waarom van de heldenverering: de astronauten werden bejubeld als overwinnaars in een tweegevecht. Het twee-
gevecht was een verschijnsel dat in oude culturen plaatsvond ter voorbereiding van een grote veldslag. Wanneer twee legers tegenover elkaar stonden, vochten de sterkste krijgers van beide kanten een voorgevecht uit. Het tweegevecht was 'een peiling van het lot'. De uitslag van die strijd was een vooraankondiging van de krachtsverhoudingen en van de werkelijke uitslag. De winnende krijger bracht het vuur op zijn eigen partij over, terwijl de verliezende partij al bij voor-
wcs
MEI/JUNI
1998
37
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998
VU-Magazine | 492 Pagina's