VU Magazine 1998 - pagina 388
Overal is bouwactiviteit. Niet alleen steden en wegen, maar ook natuurgebieden worden in hoog tempo aangelegd Koos Neuvel Het traditionele Nederlandse cultuurlandschap is het slachtoffer en dreigt te worden uitgewist. Schrijver Willem van Toorn maakt zich er kwaad om.
Geheugenverlies
voor
landschap Met verbazing sloeg Willem van Toorn in 1995 tijdens de hoge waterstand de reacties gade van de bewoners van huizen die onder water kwamen te staan. "Er bestond een grote verontwaardiging over wat hen was overkomen, parket dat ronddreef, verwarmingsketels die onder water kwamen te staan. Nooit zag ik iemand die zei: wat heb ik toch gedaan? Als men naar de oude huizen had gekeken, had men gezien dat de vloer altijd van steen is, dat daar een kruiwagen en hark staan, en dat het woongedeelte boven is, daar waar het water nooit komt. Aan de Maas stond een kasteel dat nu ingericht is als restaurant. In de kelder was de wijn opgeslagen. Die kelder kwam onder water te staan, de flessen wijn dreven er nog, maar de etiketten waren er af. In die kelder waren al sinds de Middeleeuwen strepen aanwezig om aan te geven hoe hoog het water ooit geweest was. De restauranteigenaar had nooit de moeite genomen naar de hoogwatertekens te kijken."
12
wcs
NOVEMBER/DECEMBER
1998
Het landschap is leesbaar, de sporen van het verleden vallen er in aan te treffen. Maar tegelijk dreigt een vernietiging van het historisch karakter van het landschap, een onvermogen om de tekenen te lezen en van ervaringen te leren. Het zijn de thema's van schrijver, dichter en essayist Willem van Toorn. Daarnaast was hij ook een van de activisten die zich hebben ingezet tegen de rigoureuze dijkverzwaring in het gebied van de grote rivieren, een ingreep die alle in vele eeuwen tegen de dijken aan opgebouwde bebouwing en gegroeide natuur in één klap dreigde weg te vagen. Dat ging hem bijzonder aan het hart, al was het alleen maar om persoonlijke redenen. De ouders van Willem van Toorn (1935) verhuisden in de crisistijd van de jaren dertig naar Amsterdam. Maar iedere zomer ging hij naar de Betuwe, om bij ooms en tantes te logeren. En daar keek hij gefascineerd om zich heen, vooral wanneer hij over de dijken fietste en
het gevoel zich van hem meester maakte boven het landschap te zweven. Vele jaren later, toen hij terugkeerde naar het gebied van de Waaldijk tussen Tiel en Nijmegen, was er nog maar weinig van over. "In dat landschap van mijn kindertijd zijn barre hoogvlakten van zand tegen oude dijken aan gestort, dijkhuizen en boomgaardjes zijn verdwenen, de opgewekte vrije jongens van rekentuig en bulldozer hebben zich op mijn herinneringen geworpen als het leger van Atilla, achter welks hoeven het gras niet meer opkomt", schreef hij in zijn boek 'Leesbaar landschap' (Querido, rggS). Het kostte hem heel wat moeite om zijn opponenten te overtuigen van de waarde van het landschap. Men riep bijvoorbeeld: wat is daar nu toch zo mooi aan? En probeer dat maar eens uit te leggen. Voor Van Toorn duidt zo'n houding op een verlies aan besef van de omgeving, en vooral ook op onverschilligheid. "Het is het gevoel dat we met alles wat van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998
VU-Magazine | 492 Pagina's