VU Magazine 1998 - pagina 34
De naamgever, ja die is bekend: Gregonus de Grote, die volgens de legende rechtstreeks door de Heilige Geest geïnspireerd zou zijn tot het componeren van zijn melodieën. Zo'n beetje zoals, volgens de aloude dogma's, ook de schrijvers van de bijbelboeken slechts de pen vasthielden die door God bestuurd werd, zo zouden ook Gregorius' zangen authentieke uitingen zijn geweest van Gods hoogstpersoonlijke emoties. Geweest; want Gregorius beschikte nog niet over een notenschrift waarin hij zijn zangen kon noteren. Wanneer het gregoriaans precies ontstaan is, is mede daardoor niet meer te achterhalen. Het gregoriaans is de oudste muziek van West-Europa, dat is zeker, maar de vraag of deze nu in het vroege christendom wortelt of uit de synagoge stamt, weet ook de inleider van vanavond - Marcel Zijlstra, deskundige op het gebied van oude muziek in het algemeen, en gregoriaanse in het bijzonder - niet met zekerheid te zeggen.
Hij vindt het mooi - zoveel is duidelijk - die eenstemmige, onbepaalde, ijle muziek, die zo mooi nagalmt in kloosterkerk of middeleeuwse kathedraal. En zijn liefde voor deze muzieksoort werkt beslist aanstekelijk; geen wonder eigenlijk, zie je iedereen denken, dat monniken die gregoriaans zingen plotseling weer zo geliefd zijn dat zelfs een populair-klassieke radiozender als Classic fm ze gemiddeld één maal per uur laat opdraven. Voortgekomen uit de traditie van het zingen van psalmen, zal het gregoriaans in de derde of vierde eeuw na Christus zijn begonnen. Maar uit die eerste periode, waarin de gezangen alleen van mond tot mond werden doorgegeven, is niets overgeleverd. De eerste sporen daarvan zijn van ergens tussen de achtste en de elfde eeuw.
Nagalm Functionele, voor de liturgie bestemde muziek is het; een schier eindeloze aaneenschakeling van alsmaar herhaalde muzikale motieven. De eenstemmigheid ervan, werd tot voor kort, nogal saai gevonden, net als die herhalingen. Vandaar de neiging van hedendaagse platenproducenten om er op eigen initiatief soms gewoon inaar een tweede stem tegenaan te zetten; iets waartegen een kenner als Zijlstra uiteraard verzet aantekent. Maar eigenlijk hoeft zo'n tweede stem al niet meer; net als het taaie klankbehang dat als New Age-muziek in opmars is, was het primaire oogmerk van gregoriaanse zangen om een sfeer van religieuze rust en concentratie te creëren. En daarmee voorziet het dus weer in een behoefte. Religieus is deze muziek natuurlijk in de allereerste plaats. Het beluisteren ervan deed bij kerkvader Augustinus de tranen vrijelijk over de wangen lopen. Maar Augustinus zou Augustinus niet zijn geweest als hij het bij zo'n rechtstreeks causaal verband tussen muziek en ontroering had gelaten. Vroomheid, redeneerde hij, had het gezang voortgebracht dat hem tot tranen toe roerde, en dus was die vroomheid de werkelijke oorzaak, niet de muziek. Voor velen is ontroering niet de eerste gemoedsbeweging die bij het horen van gregoriaans bovenkomt. Oudere katholieken associëren het vooral met het op zondagochtend langdurig en met blote knieën knielen op een stenen kerkvloer. Dat laatste hoeft tegenwoordig niet meer. Misschien is gregoriaans daarom wel weer 'in'. En zo is ook de cirkel van dit stukje net zo rond als een gregoriaans gezang, (GJP)
Deze tekst is gebaseerd op een lezing van Marcel Zijlstra, docent muziekwetenschappen aan de Universiteit U t r e c h t , uit de serie 'De hoge G', najaar '97 georganiseerd door de Thomas More Academie.
34
wcs
JANUARI/FEBRUARI
1998
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998
VU-Magazine | 492 Pagina's