Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1998 - pagina 114

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1998 - pagina 114

5 minuten leestijd

Beersma: "Iedereen wordt op een zeker moment moe en besluit zijn bed op te zoeken. Het lijkt een eenvoudige dagelijkse golfbeweging, maar het zit ingewikkeld in elkaar. Is het simpele feit dat je al de hele dag wakker bent eigenlijk wel de belangrijkste reden om te gaan slapen? Het lichaam heeft bijvoorbeeld aan af en toe wat gewone rust genoeg, daarvoor hoef je geen uren achter elkaar te slapen. Wij willen het klokeffect eruit rekenen om te zien wat met het slaapritme gebeurt. Dan zie je dat de menselijke alertheid al een uur na het opstaan weer begint in te zakken. Dat inzakken, waardoor we dus minder actief en productief worden, duurt de hele dag. De biologische klok behoedt je om op de meest vreemde tijden even te gaan slapen. Hij draagt bij aan de alertheid door de lichaamstemperatuur en afgifte van hormonen te reguleren. Verwijder je de biologische klok operatief, dan slapen of waken we niet meer in vaste lange periodes achtereen."

En toch is het geen fabeltje dat de één dagelijks tien uur moet slapen, en de ander misschien maar vier uur. Er zijn zelfs mensen die aan één uur genoeg hebben. Het ligt er maar aan hoe efficiënt de slaap benut wordt. Visuele prikkels

Over de vraag waarom we eigenlijk slapen kan Beersma geen uitsluitsel geven. De betekenis van het dromen is via EEG al helemaal niet te achterhalen: "Een EEG is een optelsom van alles wat er onder een elektrode aan activiteit plaatsvindt. Dat zegt niet zoveel over processen die zich op celniveau afspelen." Meer interesse heeft Beersma voor de vraag waarom we dan toch zo graag uren achter elkaar blijven liggen. "Zelfs wanneer we 's nachts een paar keer wakker worden bijvoorbeeld om naar het toilet te gaan. Je zou zeggen dat je na dat eerste deel van een korte, maar prettige nachtrust net zo goed kunt opstaan. Toch gaan we weer braaf liggen tot de wekker gaat." Van het onderzoek met depressieve patiënten mag momenteel nog niet teveel resultaat worden verwacht. Er zijn pas drie sessies geweest, waarbij een van de vrijwilligers zich twee keer heeft laten insluiten. De ene keer tijdens een depressie, de volgende keer in een periode dat hij zich juist prima voelde. Beersma waagt zich nog niet aan conclusies. "Bij soin.mige depressieve kwalen hebben we in ieder geval het sterke vermoeden dat ze samenhangen met de biologische klok. Winterdepressie is daarvan een voorbeeld bij uitstek. Van dieren weten we dat hun gedrag met de seizoenen verandert. Ze gaan ruien of planten zich meer voort. Dat jaarritme was bij de mens in vorige eeuwen duidelijker aanwezig dan tegenwoordig. Dat zou misschien aan de gloeilamp kunnen liggen. Maar in het voorjaar worden bij ons nog steeds meer kinderen geboren dan in de winter, wanneer er juist meer mensen overlijden. Ik weet nog niet of en welke conclusies we hier aan kunnen verbinden."

De betaalde slapers in het AZG moeten een 'stemmingscore' invullen zodra ze wakker zijn, waarvan de resultaten laten zien of iemand op dat moment al dan niet depressief is. Wie om een uur of vier 's nachts wordt wakkergemaakt, heeft een dieptepunt in z'n stemming. Na een reguliere, ongestoorde nachtrust is de score juist prima. Niet verrassend misschien, maar het zegt iets over het ritme. In de tijdvrije ruimte weet de proefpersoon niet of de nachtrust misschien eigenlijk een dagrust was. BeersiTia; "Wie bijvoorbeeld nachtdiensten moet draaien, raakt zo ontregeld dat het regelmatig slapen er bij inschiet. Dat is natuurlijk niet zo gek, als je bedenkt dat het sociale leven zich afspeelt op de momenten dat zo iemand eigenlijk slaap nodig heeft."

38

wcs

MAART/APRIL

1998

Aan Koning Winter, de stand van de maan of het gekwinkeleer van de vogeltjes zal het alvast niet liggen. Onderzoek met een lange periode van nagebootste, korter gemaakte dagen bij een bepaalde groep herten liet zien dat de dieren hun geweien eerder afwierpen dan normaal. Ze hadden het idee dat het seizoen al veranderd was. Het uitgebreider experimenteren met de klok en de lichtopname bij mensen is wat ingewikkelder uit te voeren dan bij herten. "We willen wel graag weten wat bij lichttherapie een placebo kan zijn en wat niet. Wanneer je aankondigt de therapie te gaan toepassen, brengt dat bij de patiënt allerlei verwachtingen met zich mee. Er zijn ingewikkelde pogingen gedaan om daar iets aan te doen. Het nieuwste is het beïnvloeden van de klok door de knieholte te belichten met een afgeschermde lamp. Tot voor kort hebben we altijd aangenomen dat de opname van licht alleen via het netvlies ging. Nu schijnt ook het bloed een rol te spelen in de lichtgevoeligheid, misschien wel in de vorm van een soort fotosynthese. Dit geeft nieuwe mogelijkheden, want op deze manier kunnen we de invloed van het licht bestuderen zonder dat de proefpersoon weet of het lampje aan is of niet."

;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's

VU Magazine 1998 - pagina 114

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's