Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1998 - pagina 270

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1998 - pagina 270

5 minuten leestijd

Hallucinaties De geest is geen opslagplaats van kant en klare herinneringen. Dat is een betrekkelijk nieuw inzicht. In vrijwel de gehele geschiedenis van de wetenschap is men ervan uitgegaan dat het wèl zo werkt. In de achttiende eeuw dacht Franz-fozeph Gall dat iedere vorm van gedrag in het brein viel aan te treffen: haat, liefde en jaloezie hadden ieder hun eigen domein in de hersenen. Het brein was een huis met vele, goed van elkaar afgegrendelde kamertjes, en Gall was onophoudelijk bezig met het maken van bouwtekeningen van het brein: in welk kamertje was welk vermogen gehuisvest? Het onderzoek van Gall behoort al lang tot de curiosa van de wetenschapsgeschiedenis, maar de gedachte dat menselijke functies en vermogens op vaste plekken in het brein gelokaliseerd zijn, is allerminst verouderd. Een moderne versie is de opvatting van het brein als computer, die informatie bewaart en opslaat om die op het juiste moment door middel van een gerichte zoekactie, weer naar voren te halen. We zijn in die beeldspraak informatieverwerkende wezens, en onze hersenen vormen daarbij de software. Tot op de dag van vandaag zijn dit soort opvattingen in wetenschappelijke kring niet ongewoon. Men heeft daarbij vaak verwezen naar de bevindingen van de neurochirurg Wilder Penfield uit de jaren dertig, die het hersenoppervlak van zijn patiënten met behulp van electriciteit stimuleerde. Met als gevolg dat zijn patiënten spontaan vertelden over ontmoetingen die zij ooit in hun leven hadden, iets wat zij al lang weer vergeten waren maar wat nu ineens weer naar boven kwam. Het bewijs dat het geheugen een opslagplaats van het verleden is, leek daarmee te zijn geleverd. Maar één ding bleek niet te zijn aangetoond: waren de herinneringen van de patiënten van Penfield wel authentiek? Bij nader inzien bleek dat niet het geval te zijn. De herinneringen kwamen niet altijd overeen met ware gebeurtenissen, het bleken soms hallucinaties te zijn. De geest riep het verleden niet op, maar het fantaseerde er een bij elkaar. Slordige herinneringen Er bestaat een ander soort visie waarin de geest een biologische structuur is, eentje met een grote mate van flexibiliteit. Het menselijk geheugen heeft zich geëvolueerd, zo leert de moderne neurobiologie ons, opdat de mens zou kunnen overleven in een soms bedreigende en ieder geval altijd veranderlijke wereld. Een van de meest prominente vertegenwoordigers van de nieuwe, in de jaren tachtig en negentig langzaam opgang makende wetenschap, de Amerikaan Gerald Edelman, spreekt daarom over de ontwikkeling van het brein als een uiting van 'neuraal darwinisme'. Het geheugen, zo zegt deze opvatting, heeft in de eerste plaats zin omdat het ons leven in het heden wat vereenvoudigt. Herinneringen zijn er niet omwille van zichzelf of omwille van het levend houden van het verleden, maar omwille van de herkenning in het hier en nu. De aanwezigheid van deze vorm van herinnering heeft in evolutionair opzicht betekenis. Als we geen enkel vermogen tot herinnering zouden hebben, hadden onze voorouders nooit voedsel kunnen vinden op de

38

wcs

JULI/AUGUSTUS

1998

plek waar ze dat de vorige dag baden aangetroffen. Dit neurale darwinisme biedt aantrekkelijker mogelijkheden om menselijk gedrag te verklaren dan de klassieke benadering. De gedachte dat het geheugen op een aanwijsbare plek in het . brein gelokaliseerd is, en daar beeld na beeld vastlegt, vooronderstelt een nogal starre organisatie van de hersenen. Daarmee valt moeilijk te verklaren hoe de mens zich in zulke uiteenlopende omgevingen heeft weten te handhaven, van een samenleving van jagers-verzamelaars tot een samenleving van internetters. Een mens kan zich in het dagelijks leven geen starheid permitteren. Het bezit van een onwrikbaar geheugen is eerder een na- dan een voordeel, omdat een mens nooit helemaal op het verleden kan teruggrijpen. Wie ooit in de jungle is aangevallen door een tijger, maar heeft weten te ontsnappen, is weerloos als hij de volgende dag opgelucht ademhaalt bij het zien van een heel ander dier. Wie wil overleven moet de verschillen tussen beide dieren vergeten, zich ervan bewust worden dat beide dieren behoren tot dezelfde soort, te weten 'de tijgers', en dat die onder omstandigheden gevaarlijk kunnen zijn. Of in de moderne jungle: wie bij het invoegen op de snelweg ooit in botsing kwam met een Opel Kadett, brengt zichzelf in de problemen wanneer hij zich zou herinneren dat je alleen voor een Opel Kadett moet uitkijken. In plaats daarvan moet een mens leren de snelheid van achteropkomende auto's te beoordelen, wanneer de richtingaanwijzer aan te zetten en zelf in te voegen. Het gaat hierbij om het onder de knie krijgen van algemene, wat vage principes, die het mogelijk maken te handelen naar de eisen van het moment. Te veel en te gedetailleerde informatie is alleen maar schadelijk. Dat blijkt ook bij de eerste autorijlessen op de snelweg: de beginnende chauffeur bezit de kunst van het weglaten nog niet, kan geen onderscheid maken tussen hoofd- en bijzaken; er komt gewoon teveel op hem af, en dat werkt verlammend. Onze geest heeft niets aan een vastomlijnde verzameling beelden. Het geheugen dient improvisatie mogelijk te maken op grond van zeer globale inzichten. We hebben geen baat bij precieze maar bij slordige herinneringen. Rommelzolder Een fictief voorbeeld van een buitengewoon precieze herinnering is beschreven in een beroemd verhaal van Jorge Luis Borges. Hij beschrijft daarin hoe een zekere Funes alles wat hij zag, registreerde en vastlegde, en niet in staat was om ook maar iets te vergeten. "Het kostte hem niet alleen moeite te begrijpen dat de soortaanduiding hond zoveel ongelijke eenlingen van verschillende grootte en verschillende vorm omvat: het hinderde hem dat de hond van veertien over drie (van de zijkant gezien) dezelfde naam had als de hond van kwart over drie (van voren gezien). Zijn eigen gezicht in de spiegel, zijn eigen handen verbaasden hem telkens." De auteur oppert het vermoeden dat Funes, juist door zijn onbeperkte geheugencapaciteit, niet erg in staat was om te denken. "Denken is verschillen vergeten, generaliseren, abstraheren. In de volgepropte wereld van Funes waren alleen maar details

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's

VU Magazine 1998 - pagina 270

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's