VU Magazine 1998 - pagina 387
veld. De graafmachine is buiten nog steeds bezig om, als een kaasschaaf, plakje voor plakje de toplaag te verwijderen. Dat gebeurt, had Van den Berg eerder gezegd, zeer zorgvuldig: "Per haal gaat er drie centimeter grond mee, niet meer. De machinist is gespecialiseerd, hij kan zelf sporen herkennen en weet ook rekening te houden met archeologen die voortdurend om de schop heenspringen. In de ruwe toplaag die we mechanisch weggraven zul je overigens nauwelijks interessante sporen aantreffen." Op vindplaats 12, vlak naast het voortrazende verkeer op de AI 5, heeft veldarcheologe Annette Botman de dagelijkse leiding over de opgraving van de middeleeuwse nederzetting. Achter haar is een veldtechnicus met een kleine graafmachine bezig een ondiepe kuil, een coupe in vaktermen, vol te gooien. Die coupe ligt weer m een grotere kuil met zijden van tien bij twintig meter en een diepte van pakweg een meter. De coupe kan dicht, want de sporen van het middeleeuwse afwateringssysteem dat hier lag, zijn getekend en ingevoerd in een draagbaar computertje, dat alle gegevens later zal doorgeven aan een centrale computer. Lege plastic bakken staan verderop te wachten op eventuele vondsten. Vandaag is er kennelijk niets aan het licht gebracht dat de moeite van het bewaren loont. Wanneer dat wel het geval is, krijgt iedere vondst een omschrijving in de computer en voor de herkenbaarheid een eigen barcode, "ledere dag", tekent Botman aan, "levert wel sporen op die waardevolle informatie bevatten." Drie dimensies
In de grote kuil heeft Botman een stel kronkelige lijnen in de klei gekrast, die moeten aangeven waar de verkleuringen liggen die weer de sporen kunnen zijn van greppels en andere verstoringen van de natuurlijke bodemstructuur. Voor een argeloze buitenstaander valt er weinig tot geen kleurverschil te ontdekken, maar Botman is zeker van haar zaak: "Om ze te zien moet je ervaring hebben en ik werk al een tijd in het veld.
Maar uiteindelijk blijft het interpreteren, twee archeologen zullen op eenzelfde plaats nooit helemaal dezelfde krassen aanbrengen." In de coupe die de kleine graafmachine aan het volgooien is, zijn de sporen beter zichtbaar. De coupe is kort geleden gezet en de grond is er niet uitgedroogd. Verkleuringen door houtskool en fosfaat, wijst Botman, horen bij sporen van menselijke activiteit. "Al met al kunnen
plaats hebben we de plattegrond opgegraven van een huis uit de tiende eeuw. Daar krijgen wij het nou warm van; voor ons is dat spectaculair." Geen goudschat dus, maar toch: stel dat Botman en haar collega's bij de Stenen Kamer een vondst zouden doen, die de inzichten over de historie van het rivierengebied ingrijpend wijzigt, krijgen zij dan de kans om die in alle rust op te graven? De aannemer staat hier tenslotte
we zo in drie dimensies een profiel aanleggen van wat er hier geweest is. Later, als we met behulp van de computer overzicht hebben gekregen, hopen we daar dan een betekenis aan te geven." Veldarcheologie is een spannend vak. Bij iedere haal van de graafmachine of bij iedere beweging van een fijnzinniger graafinstrument kan er een spectaculaire vondst bovenkomen. Om maar eens wat te noemen: ligt hier misschien een goudschat? Botman: "Weinig kans. We graven eerder in oude afvalhopen, die trouwens heel interessant kunnen zijn. In de sporen van de opslagplaatsen, bijvoorbeeld voor graan, die hier hebben gestaan, nemen we zaadmonsters, die we door botanici laten onderzoeken. Daaruit kunnen we afleiden wat de boeren verbouwden. We hebben hier wel twee Karolingische mantelspelden gevonden uit de achtste of negende eeuw, en op een nabijgelegen vind-
over twee weken op de stoep. Botman: "Goed, laten we eens aannemen dat we straks op een middeleeuws grafveld stuiten. Dan kunnen we een aanvraag indienen bij de opdrachtgever, NS Infrabeheer. Daar bekijken ze dan wat de mogelijkheden zijn om het schema van de aannemer aan te passen. Op deze plek hebben we al eens met succes uitstel aangevraagd. Maar in andere gevallen moeten we misschien wel sneller wegwezen dan ons lief is. Met dit werk moet je soms schipperen, dat weet je van tevoren." Fotografie: Elmer Spaargaren.
wcs
NOVEMBER/DECEMBER
1998
11
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998
VU-Magazine | 492 Pagina's