VU Magazine 1998 - pagina 185
Uitstulping Dat klinkt behoorlijk gewelddadig, maar er zijn dan ook niet veel hemellichamen in onze nabijheid die een turbulenter leven hebben geleid dan de nu zo sereen ogende maan. Neem haar geboorte, in 1879 door George Darwin (de zoon van) op nogal spectaculaire wijze beschreven. Doordat de aarde kort na zijn ontstaan sneller ronddraaide dan tegenwoordig, zou zich aan één kant van de nog halfvloeibare bol een uitstulping hebben gevormd. Op den duur zou de maan zich van de aarde hebben losgescheurd om een eigen leven te gaan leiden. Het litteken van die scheuring: de Stille Oceaan. Een aardige theorie, maar latere berekeningen toonden aan dat de aarde destijds niet snel genoeg rondraaide om een complete maan van zich af te kunnen werpen. Bovendien is de Stille Oceaan te ondiep en te jong: toen de rnaan werd gevormd, was er nog helemaal geen Stille Oceaan. Behalve de theorie van Darwin is ook de wat meer recente 'invang-theorie' inmiddels afgeserveerd: als de maan een toevallige kosmische passant zou zijn die, op weg naar nergens, door de aardse zwaartekracht werd aangetrokken, dan zou die 'vangst' gepaard moeten gaan met krachten die ook op aarde hun sporen zouden achterlaten. Die sporen zijn er niet. Bovendien verklaart de theorie niet waarom de maan en de aardkorst nagenoeg dezelfde dichtheid hebben. Volgens de modernste inzichten zijn aarde en maan in eikaars onmiddellijke nabijheid gevormd. Maar hoe? De Grote Botsingtheorie is de love baby van hedendaagse computersimulatie-specialisten, en wordt op dit moment vrijwel unaniem omarmd in de astronomenwereld. Tijdens de vorming van de planeten uit een dikke schijf van gas en materie die de zon destijds omgaf, moet de prille aarde in botsing zijn gekomen met een andere, eveneens nog halfvloeibare planeet. Het was echter geen frontale botsing, meer een schampschot. De buitenste laag van de aarde kreeg in elk geval een fikse opdoffer, waardoor een grote hoeveelheid aardkorst de ruimte in werd geslingerd. Tegelijk spatte de andere planeet uit elkaar wat ook tot een wolk van materie leidde. Zowel de stukken aardkorst als materiaal van de andere planeet verzamelden zich in een baan om de gewonde aarde. Binnen vrij korte tijd - een vorig jaar verschenen Amerikaanse studie spreekt van minder dan een jaar - zouden de brokstukken zijn samengeklonterd tot een grote bol: de maan. Hoewel onderzoekers nog van mening verschillen over de omvang van de planeet waarmee de aarde in aanvaring kwam, lijkt de Grote Botsingtheorie de beste verklaringen te bieden voor een aantal opmerkelijke verschijnselen. In sommige opzichten lijken maangesteenten bijvoorbeeld sterk op aards materiaal, maar de maan bevat ook bestanddelen die op aarde in veel mindere mate voorkomen. De 'bekende' elementen zouden hun oorsprong in de aarde kunnen hebben, de 'vreemde' in de botsende planeet. De theorie biedt ook een elegante verklaring voor de overeenkomst in dichtheid tussen de maan als geheel en de aardkorst. Wellicht is het de nog steeds operationele 'ijs-sonde' Lunar Prospector die een verdere ondersteuning voor de Grote Botsingtheorie gaat leveren. Een van de grootste maanraadsels
waarmee ook hedendaagse astronomen nog worstelen, is de vraag of de maan een metaalachtige kern heeft, en zo ja, hoe groot die is. Bekend is dat rond de maan geen magnetisch veld hangt dat normaliter door zo'n kern wordt opgewekt. Althans, tegenwoordig niet. Er zijn aanwijzingen dat de maan in vroeger tijden wél een magnetisch veld heeft gehad, en er is tot dusver geen astronoom die heeft kunnen bedenken hoe dat veld kan zijn verdwenen. Metalen kern of niet, op het oppervlak van de maan komt wel degelijk gemagnetiseerd gesteente voor. Op bepaalde plaatsen bevinden zich behoorlijke concentraties. Wie op de maan met een kompas rondloopt, zal voortdurend in een andere richting worden gestuurd. Al draaiend rond de maan zal de Lunar Prospector meten waar zich de magnetische plekken aan het oppervlak bevinden, zodat onderzoekers vervolgens kunnen nagaan of er op die plekken ooit meteorieten zijn ingeslagen. Als de 'magneetplekken' samenvallen met de 'inslagplekken', is duidelijk dat het magnetische gesteente van 'buiten' komt. In alle andere gevallen kan het de metalen maankern zijn, waarvan de grootte zich wellicht laat afleiden uit de verkregen meetgegevens. De Grote Botsingtheorie is gebaat bij een kleine of zelfs afwezige metalen maankern. Toen de vreenrde planeet de aarde schampte, waren de meeste zware metalen immers al weggezakt in de aardkern. De aardkorst die de ruimte werd ingeslingerd, bevatte dus betrekkelijk weinig metaal. Hoe veel de andere planeet bevatte is echter onduidelijk, en er zijn ook botsingsscenario's denkbaar waarbij er wél een omvangrijke metalen maankern kan zijn ontstaan. Het is niet zo verwonderlijk dat onderzoekers graag het onbegrepen magnetisme en de onduidelijke geboorte van de maan noemen als redenen voor de wetenschap om vooral aandacht te blijven besteden aan onze hemelbuur.
Kuifje en Haddock lopen op de maan. Opeens vallen ze bijna om door een heftige trilling in de grond. Haddock: 'Wat was datl... Een aardbeving}...' Kuifje: Dat zou dan eerder 'maanbeving' moeten zijn, maar... Lieve hemel!!... Kijk daar nu 'ns!...' Haddock: 'Duizend bommen en granaten!... Wat mag dat welzijn}...' Kuifje: 'Een meteoriet!... Ingeslagen op de plek waar we net nog liepen!... En geëxplodeerd!...' Haddock: 'Geëxplodeerd!... Maar ik heb niks geboord!...' Kuifje: 'Natuurlijk niet, want er is geen lucht op de maan, dus ook geen geluid!... Daarom kon die meteoor ook ongeschonden de maanbodem bereiken... Bij ons op de aarde zou hij door de wrijving van de lucht roodgloeiend zijn geworden en uit elkaar zijn gespat voor hij de grond had bereikt: wij spreken dan van een 'vallende ster'...' Haddock: 'Hoe dan ook, als ze denken met zo'n ontvangst het toerisme te bevorderen, hebben die lui van de Maan-vw het glad mis!...' (Kuifje: Mannen op de maan, 1954)
wcs
MEI/JUNI
1998
33
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998
VU-Magazine | 492 Pagina's